Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist - mogelijk tussen de regels door -  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van 't Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Dat het overdenken en willen doorgronden van ontwikkelingen en situaties in de wereld deel zijn van ons bestaan, is een vaststelling. Ook al gedragen mensen zich niet vanzelfsprekend constructief, gelukkig kennen we opbouwende manieren voor een overdenken én doorgronden. Ik pak er één uit. Een samenleving krijgt met horten en stoten vorm, zodat het waardevol is wijzen van benaderen te hebben die prettig, nuttig en vormend zijn. Ook al voorziet het museum niet voor iedereen in een eerste behoefte om er eens op uit te gaan, deze column is daartoe een verleiding. Dit dan met het doel tijd te nemen voor onderlinge ondervraging over hoe we kunnen omgaan met ons, ook dagelijks, bestaan.

Kunst is niet zomaar een ingang om over het vormgeven van onze wereld uit te wisselen. Het is een toegang tot een nuttige eindeloze onderlinge ondervraging. Maar het is vooral een kans voor het elkaar serieus nemen in ‘wat we vinden’, over ‘wat we óók zouden kunnen vinden’ en ‘waarover we niet weten wat we eigenlijk vinden’. Dat kan vanuit een voortdurend mensvormend onderwijskundig perspectief. Alhoewel de lijst aan te bevelen musea groot is, biedt Rijksmuseum Twenthe – Het kunstmuseum van Enschede (rubriek onderwijs) iets extra’s. Ten eerste heeft het museum een speciale webpagina voor het onderwijs. Er is daarop aandacht voor Primair, Voorgezet en Middelbaar Onderwijs. De bedoeling is successievelijk ‘aan te sluiten bij de belevingswereld’, ‘leerplezier centraal te stellen’ en ‘een verdieping te bieden op het gebied van burgerschap, taal en beroepsoriëntatie’. Ten tweede, als het bedoelde extra’s, ligt het museum precies op de grens van het gebied van de Vuurwerkramp in Enschede (13 mei 2000). Daarmee is deze locatie een uitgelezen plaats om onze historie in het perspectief te plaatsen van wat we echt belangrijk vinden.

In mijn column (49) ‘Het gebaar van de kunstenaar’ eindig ik met ‘Kunst heeft de potentie het zware weer licht te maken’ en ‘Musea voorzien daarmee in een soort maatschappelijke adem, een cultureel kloppend hart, door het gebaar van de kunstenaar’. Beide kun je ervaren als je door de wijk, direct grenzend aan het museum, loopt. Wanneer we wat dichter op de huid van de kunstenaar kruipen, noem ik graag twee kunstenaars uit onze historie die duidelijk maakten dat een kunstwerk een communicatieve schat in zich draagt voor het overdenken en doorgronden van een samenleving. Ik denk dan aan de Rotterdamse Henk Chabot (2 augustus 1894 – 2 mei 1949) en aan de Amsterdamse Carel Willink (7 maart 1900 – 19 oktober 1983). Chabot schilderde De brand van Rotterdam’ over het bombardement van Rotterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat gebeuren maakte grote indruk op hem, omdat daarbij ook werk van hem verloren ging. Het overweldigend rood in het schilderij doet mij bijna voelen wat het bombardement met de bevolking deed. Carel Willink (7 maart 1900 – 19 oktober 1983) drukte aan het eind van zijn leven steeds meer zijn zorgen over de ontwikkelingen in de wereld uit. Zo schilderde Carel ‘Einde der wereld’, met thema’s als ‘Vooruitgang brengt verval’ en ‘ De Westerse beschaving is stervende’. Ik vind het enerzijds prachtig om te zien hoe de samenleving gaande zijn leven deel werd van zijn werk en anderzijds nuttig de hand van de kunstenaar met zijn zeggingskracht serieus te nemen.

Het zijn kansen en inspiraties voor het goede gesprek voor gedachten over het opbouwend omgaan met onze samenleving. Juist als het ‘samen’ zo onder druk staat, hebben we baad bij plaatsen als ‘cultureel kloppend hart’ om kunstwerken te bekijken en daarover in gesprek te gaan. We kunnen opgetogen zijn dat er veel musea zijn waar we kunst kunnen bekijken en beleven. Ook kom je in musea, naar het lijkt, steeds meer werk tegen dat door totalitaire regimes werd verbannen c.q. juist opriep tot uitsluiting van bevolkingsgroepen. Wát je ook van dat laatste vindt, dergelijke kunst (niet zelden als affiches) heeft een evenzo goede uitnodiging in zich voor overdenken en doorgronden daarvan. De gesprekswaarde ontstaat juist als je zonder oordeel of emotionele geladenheid het gesprek of debat aangaat over wat wel niet toelaatbaar is.

Wanneer kunst de tijdgeest raakt, is het helemaal deel van de samenleving. Velen hebben het er dan over en de publieke opinie wordt gevoed. Er wórdt dan of er ís dan al hard gewerkt aan kunst dat het actuele debat voedt. Surrealisten dat één van hun motieven was ‘een samenleving zonder oorlogen’. Ze waren het gedoe, waaronder de gruwelijkheden van de Eerste Wereldoorlog, zat. Zij begonnen daarom als literaire stroming in het begin van 1920, met een hoogtepunt tussen 1925 en 1940. Ondanks dat hoogtepunt is het surrealisme nog steeds aanwezig en actief. Uit het surrealistische werk van Carel Willink bleek ook al dat 1940 geen eindstation was voor de stroming.

Op zoek dus naar kunstenaars uit ons huidige centennium die letterlijk uiting geven aan ‘waarin zowel de historie als onze tijdgeest ademt’. Dit voor een eindeloze onderlinge ondervraging, die dienstbaar is aan overdenken én doorgronden. Hierin dan te lezen dat we niets hebben aan hen die daarin wankelen in hun denken door sentimenten, die leiden tot uitsluiting, onderdrukking en vernedering.

Reageren? ... Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum]

⊗——het einde ——⊗

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 77 lezers

WIE SCHRIJVEN DE VOLGENDE KEREN?


André Bruijn

André Bruijn

André Bruijn | Bruijn Management & Ontwikkeling | Organisatieadviseur | Integriteitscoach | Auteur | Gitarist | (Levens)kunstliefhebber