Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist – mogelijk tussen de regels door –  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Het zorgt hier nog steeds voor geschater aan de keukentafel, het boekje; ‘Bil en Wil in de Mist’. In die tijd was ik hulpouder bij groep 3/4. Ik nam wekelijks een groepje kinderen apart en we oefenden met lezen. Om beurten mocht één van de kinderen hardop een alinea voorlezen en de rest las, in stilte, mee.

Bil en Wil liepen in het bos, door de mist. ‘Ik hoor iets’ zei Bil. ‘Ik hoor niets’ zei Wil. Ze liepen verder. ‘Ik zie iets’, zei Bil. ‘Ik zie niets’ zei Wil. Bil en Wil liepen verder. In het bos, door de mist. Het was stil. ‘Hoor jij iets?’ zei Bil. ‘Nee, ik hoor niets’, zei Wil. En ze liepen verder. Het lezen duurde eindeloos. Ze liepen het hele boek door de mist. Op de laatste bladzijde zagen ze een lichtje. En toen waren ze thuis. Zoiets.

Ik heb het boekje destijds in de handen van de juf gedrukt met de woorden: ‘Nou, deze mag weg hoor juf. Dit is echt niets..’, waarop de juf antwoordde; ‘Welnee, het maakt toch niet uit wát je leest? Het gaat om meters maken’. Stomverbaasd en met lede ogen zag ik hoe het boekje weer terug op zijn plek werd gezet. Voor het volgende lezertje. Over Bil en Wil. Over lezen in de mist.

Het is vroeg in de ochtend. Ik kijk door het raam naar buiten. Ik zie niets. Het is mistig. Ik hoor iets. Het is het gekletter van de brievenbus. Trouw valt op de deurmat. Ik word er mistroostig van. Het wereldnieuws brengt me van mijn stuk. Houdt me uit mijn slaap. De oorlog komt van alle kanten binnen. Via de krant. De televisie. Via Facebook en andere kanalen.

Ik zie Israël. Ik zie Gaza. Ik zie Joden en ik zie Moslims. Een groot rookgordijn. Ik zie ook een heleboel niet.

Ik zie Israëlieten. Ik zie Palestijnen. Aanslagen, dood en verderf. Ik hoor schreeuwen, woede en haat. Ik hoor ook een heleboel niet.

Ik zie protesten. Ver weg maar ook dichtbij. In Israël en Gaza. In New York, Parijs en Londen. In Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Ik zie spandoeken en vlaggen. Ik zie ook een heleboel niet.

Ik hoor mensen bekvechten. Ik zie mensen de vrede bevechten. Ik hoor en zie ook een heleboel niet.
Het zijn allemaal mensen in de mist. Buiten op straat. Binnen, achter de voordeur.

Mensen, dolend in de mist. Ze kijken maar hebben geen oog voor de ander. Ze horen maar hebben geen luisterend oor. Ze zijn blind. Ze zijn doof. Ze hebben zintuigen maar geen zin. Ze geloven vooral in hun eigen waarheid. In zichzelf. Zwart of wit. Niets er tussenin. Er is geen grijs. Waar is de mist?

Lang geleden leerde ik tot 10 tellen. Ik leerde ook niet te snel met een oordeel te komen. Ik leerde over de waarde van verdieping en leerde mijn zintuigen te gebruiken. Door te lezen en te begrijpen. Door te kijken en te observeren. Door te proeven, te ruiken, te voelen. Door te blijven nadenken.

Door stil te staan. Stil te blijven. Door te bidden. En de woorden uit te spreken in de stilte van het gebed. Een ander niet te willen overtuigen van mijn gelijk maar mijn gedachten in gebed onder woorden te brengen In de handen van Onze Vader. In de stilte van het hart. Onuitgesproken. Uitgesproken.

Oorlog duurt eindeloos. Iedereen loopt door de mist. Als mensen zich, om de beurt, uitspreken. En de rest luistert, in stilte, mee. Hoe zou dat zijn? Zouden we dan samen verder lopen. Jij en ik. Israël en Gaza. Een heel verhaal in de mist. En dan eindelijk het licht zien. Thuis.

Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum]

⊗——het einde ——⊗

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 141 lezers


Editor's Rating

Een nadenker
De parallel met een kinderboek geeft een andere kijk op de wereldproblematiek. Een mooie invalshoek van niveau, waarvoor wederom dank, Christel
Christel van Berkel

Christel van Berkel

CHRISTEL VAN BERKEL-VERLAAN | Columniste 2 per maand
Chaotische huisvrouw met ADD | Gepassioneerd zangeres en dirigente |
Gezegende vrouw van Arij | Liefdevolle moeder van Siri, Evi & Isaak

1 Reactie

  1. M.de Jong
    25 oktober 2023 at 12:04

    Toegegeven, een mooie aaneenschakeling van en met letters maken deze column van Christel van Berkel het lezen zeker dubbel en dwars waard.

    Maar ik heb ook nog wat letters over om aan-een-te-schakelen…..als het mij gepermitteerd wordt.
    *als het mij gepermitteerd wordt*,daar bedoel ik mee, dat ik een héél ander (geen soort) mens ben dan Christel van Berkel, dus ook anders in het leven staat en beweeg.

    Een paar woorden van U: Ik zie ook een heleboel niet – Ik hoor ook een heleboel niet – Ik hoor en zie ook een heleboel niet.

    Zijn deze woorden uw eigen gedachten /ervaring/beleving over de verschrikking in Israël/Palestina of bedoeld u misschien de beide partijen en/of onze regering?

    Of is het zo dat u het zó verschrikkelijk ervaart dat u er liever niets over wil horen en zien?
    Of kijkt u bewust weg of u nou een mening of geen mening hebt?

    De volgende 3 zinnen van u vind ik héél erg toepasselijk voor de tijd die ik dagelijks afleg door Maassluis en daarbij uiteraard diverse mensen passeer waarmee ik wel degelijk oogcontact maak en of groet maar 8 van de 10x totaal genegeerd wordt, dan wel opzettelijk of onopzettelijk :

    Mensen, dolend in de mist. Ze kijken maar hebben geen oog voor de ander. Ze horen maar hebben geen luisterend oor. Ze zijn blind. Ze zijn doof. Ze hebben zintuigen maar geen zin.

    Of is het simpelweg arrogantie of is dit typisch iets hoe de gemiddelde Maassluizer in elkaar zit?

    Let wel: Ik wil hier zeker niet alle Maassluizers onder één kam scheren…dus uitzonderingen daar gelaten maar er is iets vreemds aan de hand…en zeker met de huidige generatie.