MAASSLUIS | Een korte bespreking van het boek dat op het boekenfestival a.s. zaterdag in de Koningshof wordt gepresenteerd.

In de zomer van 1627 plunderden Barbarijse zeerovers uit Noord-Afrika de zuidkust van IJsland. Bijna vierhonderd gevangenen werden weggevoerd in slavernij. Onder de gevangenen was eerwaarde Ólafur Egilsson, een lutherse dominee van begin zestig.

Dit boek is het verslag van zijn ervaringen, dat op IJsland bekendstaat als Reisubók Séra Ólafs Egilssonar. Het is al sinds zijn ontstaan in de zeventiende eeuw een klassieker in de wereldliteratuur.

De reizen van Ólafur Egilsson is een uniek document over kapers en slavenhandel in Noord-Afrika. Historisch gezien is dit een belangrijke tekst, een van de vroegste reisboeken van een noordelijke, post-reformatorische Europese schrijver die zowel de islamitische als de christelijke beschaving in de zeventiende eeuw beschrijft.

Daarnaast vertelt het een indringend en opmerkelijk persoonlijk verhaal. Niet alleen van de plundertocht, maar nog veel meer. Dominee Ólafur werd namelijk met een vrijbrief teruggestuurd om bij de Deense koning losgeld te vragen om zijn familie en andere slaven vrij te kopen. Zo reisde hij in zijn eentje van Noord-Afrika via Italië en Nederland terug naar IJsland in een poging het geld bijeen te brengen.

Of dat lukte lees je in dit prachtige boek, volgens recensenten “een spannend en interessant verhaal dat in dezelfde categorie valt als ‘De overwintering op Nova Zembla’, en zeker een verfilming waard”.

Uitgeverij De Brouwerij


 

Redactie

Redactie

Redactie van Maassluis.Nu