‘Zonder deze molen hadden we hier niet meer gewoond’

MAASLAND | Vier generaties De Bruijn hebben de eer gehad om deel uit te maken van de geschiedenis van de mooie Dijkmolen in Maasland. Zo ziet Henk de Bruijn (57) dat.  Een maand geleden,  op 29 augustus bestond ‘zijn molen’ 300 jaar. “Deze molen heeft een enorme kracht! Door bakken vol water weg te malen, heeft-ie regelmatig voorkomen dat we in Maasland en omstreken zijn ondergelopen.”

Aan de Molenweg – hoe kan het ook anders – staan twee molens: de Dijkmolen (poldermolen) en de Vier Lelies (korenmolen). Deze imposante monumenten sieren de slingerweg naar het kleine dorpje Maasland in Midden-Delfland. Als je ernaartoe rijdt vanaf de Maaslandse Dam, zie je heel goed aan de linkerkant van de Molenweg de Commandeurspolder en aan de rechterkant de Dijkpolder. De naam van de molen verklapt welke polder die bemaalt. Juist: als er teveel water in de sloten in de Dijkpolder staan, pompt deze Dijkmolen het teveel aan water naar de Zuidgaag (de grote vaart tussen de twee genoemde polders).

Geschiedenis Dijkmolen In 1391 wordt de Ommedijkse polder, die later Dijkpolder zou worden genoemd, bedijkt. Voor de bemaling van deze polder werd een molen gebouwd. Ingrijpend herstel vond plaats in de jaren 1642, 1653 en 1670. In 1718 is de molen vervangen door de huidige Dijkmolen. De uit 1879 daterende wateras is afkomstig van de molen van de Aalkeetbinnenpolder. In 1968 werd de romp van nieuw riet voorzien en is het woongedeelte verbouwd en voorzien van elektriciteit.

Stoomgemaal

In 1873 werd naast de Dijkmolen een stoomgemaal gebouwd om de maalcapaciteit voor de Dijkpolder te vergroten. Als zijn vader er niet was, kon zijn moeder het gemaal bedienen. De Dijkmolen fungeert sinds 1977 als reservebemaling en is nog regelmatig in bedrijf.

“Ik heb drie dingen nodig om de molen te laten draaien: wind, water en tijd. En als de molen niet draait? Dan hebben wij molenaars er onze handen vol aan om ons reguliere werk te doen, zoals zorgen voor de juiste waterpeilen en het onderhoud van de molen.”

Straalkacheltje

Henk de Bruijn is nu al 36 jaar molenaar. Ook al was hij de enige zoon van het gezin Cees de Bruijn, zelf was hij als tiener nog niet zo zeker of hij molenaar zou worden. Zijn liefde voor de molen zou pas later groeien.

“Mijn collega Rob van Zijll bijvoorbeeld is helemaal lijp van molens. Met veel bezieling houdt hij zijn Groeneveldse molen bij ’t Woudt draaiende. Bij mij was dat anders. In mijn jonge jeugd heb ik de molen bijvoorbeeld nooit zien draaien. De molen was in slechte staat en heeft lange tijd op restauratie (1968) moeten wachten. De bemaling gebeurde toen geheel door het elektrische gemaal die in 1919 het stoomgemaal verving. Dus van die periode herinner ik me geen draaiende molen. Vooral de bende. En de kou. Het beeld van mijn moeder die bij een straalkacheltje staat te koken.”

Kruien

“Met de immens grote wieken, 29,20 meter lang, was de Dijkmolen lange tijd de grootste ter wereld, wat toen een vermelding in het Guinness Book of Records opleverde,” meldt Henk trots. Om te zorgen voor het hoogste rendement, moet een molenaar de molen kruien: op de wind zetten.

“Dan kan de Dijkmolen met gemak 80 kuub water per minuut naar de Zuidgaag brengen. Toen de molen vorig jaar oktober zo tekeer ging, kwam er politie aan de deur. Of het niet gevaarlijk was. Toen zei ik: een molen gaat pas te hard als de stukken er vanaf vliegen.”

Dat is tot twee keer toe ook gebeurd, vertelt Henk.

“In februari 1993, tijdens een bui, sloeg het zeil van de wieken zo hard tegen de hekkens, dat de bovenste 19 heklatten afbraken. Een aantal vlogen over de Molenweg en de Zuidgaag. Ik zag er later een paar rechtop in de Commandeurspolder in het weiland staan. Het is maar goed dat er toen niemand op straat was.”

Regent harder

Verder herinnert Henk zich de wateroverlast van 1998, toen er in een paar dagen ontzettend veel regen viel. “We draaiden vol gas. En ineens zie ik het spitijzer van de molen rechtop in het gras onder de wieken staan. Het spitijzer houdt de roe-wiggen en daarmee de wieken op hun plek. Je moet niet vragen hoe, maar ik heb de molen toen zonder ongelukken stil kunnen krijgen.”

De hoeveelheid regen leidde in dat jaar op meerdere plekken in het gebied van Delfland tot een overstroming. “Er viel simpelweg meer regen dan dat we aankonden. Maar vaak zat heeft de Dijkmolen wel dienst bewezen. Als deze en andere molens er niet waren geweest, waren delen van dit gebied vaak overstroomd en hadden we hier niet kunnen blijven wonen.”

Twee rechterhanden

Tegenwoordig nemen 6 grote boezemgemalen en 93 kleinere poldergemalen het bemalingswerk voor hun rekening. Onder die gemalen bestaan ook enkele monumentale exemplaren. Toch blijft het de molen die voor veel mensen kenmerkend is voor een typisch oer-Hollands polderlandschap. In het woongedeelte maar vooral bovenin de molen zie je goed dat de molen acht hoeken heeft. Henk wijst en benoemt alle onderdelen die de molen direct en indirect doen draaien. Hij kent de molen blind. Het licht hoeft eigenlijk nooit aan. Henk weet precies waar hij moet zijn én waar hij moet bukken.

“Alle kneepjes van het molenaarsvak heb ik van mijn vader geleerd. Met de molenaarsopleiding kon ik die kennis bijspijkeren en heb ik officieel het diploma behaald. En wat ook helpt, is dat ik twee rechterhanden heb!”

Dankzij molens en gemalen kunnen we hier wonen  In dit gebied staan nog 5 poldermolens in eigendom van Delfland. Rond 1900 waren dat er ongeveer 111. Een groot deel van deze omgeving ligt onder de zeespiegel. Omdat we lang geleden dijken en duinen hebben gebouwd, kunnen we in deze ‘kuil’ wonen en werken. Als het hard regent en het waterpeil stijgt, dan pompen gemalen en sommige molens het water het gebied uit, naar de hoger gelegen vaarten. En als we hier een tekort hebben aan water, kunnen we water het gebied inlaten. De 23 waterschappen in Nederland regelen het waterpeil. Voor dit gebied is dat het Hoogheemraadschap van Delfland.

© Dijkmolen

Redactie

Redactie

Redactie van Maassluis.Nu