over de terreur van de ambtenarij in een schijn democratisch proces en verdachte belangenverstrengeling

HOEK VAN HOLLAND | Ing. L. W. Vreugdenhil voert al bijna 2 decennia oorlog met de gemeente Rotterdam over de bestemming van de Bonnenpolders, het gebied ten westen van Maassluis.

Hij heeft een vracht aan dossiers met stukken die variëren van voorstellen tot protestbrieven en stukken aan B&W van Rotterdam. Het is een strijd van Don Quichote tegen de ambtelijke windmolens van Rotterdam. Hij heeft onze redactie ook overladen met stukken die wij zorgvuldig koesteren.

Vreugdenhil staat op het standpunt “dat de gemeente Rotterdam al jaren vieze spelletjes speelt en daarbij is geregeld sprake van belangenverstrengeling, oneigenlijke argumentatie en integriteitkwesties waar de burgers en de gemeenschap de dupe zijn.

Afgelopen maand kwam in het NRC naar buiten dat Rotterdamse ambtenaren werden ontslagen, omdat zij kritische vragen stelden bij integriteit risico’s en bedenkelijke belangenverstrengeling. Zie de afbeeldingen aan het einde van dit artikel.

De heer Vreugdenhil deelt onderstaande “opdat de burgerij zich bewust wordt van alle spelletjes die er worden gespeeld. Waar is het moreel kompas bij Stadsontwikkeling Rotterdam?”

© Mark de Rooij

Inspreekbeurt

Op 8 juni 2016 had ik bijgaande inspreekbeurt, waaruit blijkt hoe ik geen moment serieus genomen voel. De tekst die ik toe uitspraak luidt:

“Mijn gedachten gaan de afgelopen tijd nogal eens terug naar de periode van 10 jaar geleden. Begin mei 2006 realiseerde ik mij dat ik op het verkeerde been was gezet bij het integrale proces van de gebiedsontwikkeling in de Bonnenpolders. Mijn oude vader reageerde daarop door te zeggen dat ik te maken had met mensen die bereid zijn hun medemensen te besodemieteren en als het ze niet linksom zou lukken gingen ze het rechtsom proberen. Volgens hem zou ik vanaf dat moment “opgejaagd wild” zijn. Ik reageerde daarop dat ik mij als partner van de overheid had opgesteld en dus ook veronderstelde dat deze overheid alle andere partners aan de gemaakte afspraken zou houden. Er konden immers belangrijke publieke doelen worden gerealiseerd en met mijn verbrede en biologische bedrijfsvoering had ik daaraan al een belangrijke bijdrage geleverd.

Het voor mij gemaakte bedrijfsplan – betaald door diezelfdeoverheid – liet zien dat ik klaar was voor de door deze overheid gewenste toekomst van onze polders. Mijn vader reageerde daarop dat het daarom niet ging: voor de mensen die op de sleutelposities zaten was alleen “geld” belangrijk. Mijn vader had niet zo´n hoge dunk van de dames en heren politici. Hij was indertijd blij met de opkomst van Fortuyn omdat het politieke landschap werd opgeschud en hij het een moedige man vond die durfde te zeggen wat hij dacht. Mijn vader waarschuwde echter ook voor zijn volgelingen die bereid zouden zijn om de principes van Pim Fortuyn te verloochenen. Het gevaar zou van binnenuit kunnen komen. Ik was bekend met zijn opvattingen, maar wilde graag zijn ongelijk bewijzen.

In juni 2006 heb ik dus voor het eerst hier op het stadhuis om aandacht moeten vragen voor de mogelijk verborgen agenda van de Erven van Rijckevorsel en de consequenties van een slechte regievoering door de overheid. In september 2006 heb ik dat nog een keer moeten doen. Helaas werd er toen meer waarde toegekend aan de verklaringen van de rentmeester van deze adellijke familie. Inmiddels blijken hun echte intenties duidelijk: het vastgoedbezit van de Erven van Rijckevorsel in en rond de Bonnenpolders staat te koop. Men heeft partijen jarenlang aan het lijntje gehouden en men gaat nu proberen een maximale opbrengst te realiseren voor de agrarische gronden rond het Staalduinse Bos.

Dit spel is getolereerd door de overheid zonder beantwoord te worden. Deze bestuurlijke apathie dient geen publiek doel.

Na het verschrikkelijke debacle in 2007 bij de uitvoering van het bestuurlijk vastgestelde Gebiedsontwikkelingsplan De Bonnen heb ik plaats moeten nemen in “de wachtkamer”. We hebben toen zelf nog geprobeerd partijen te vinden die interesse zouden hebben in de toegezegde landgoed-ontwikkeling in onze polders. Ons initiatief met Parnassiabavo liep echter vast in een ambtelijk moeras en deze partij ging haar doelstellingen op andere gronden realiseren. Bij de doorstart van de plannen met zowel de Oranjebuitenpolder alsook de Bonnenpolders in 2012 bleek dat ik werd uitgesloten van deelname. Dit was een schokkende en kwetsende ervaring.

In 2014 wilde men mij met drogredenen zelfs verwijderen uit deze “wachtkamer”. Mijn vader heeft toen vanaf zijn ziekbed dit allemaal moeten meemaken. Zoals iedere vader had hij graag trots willen zijn op zijn zoon. Op Tweede Kerstdag 2014 is hij overleden. Ik heb zijn ongelijk niet meer kunnen bewijzen. Een schrale troost is de opmerking van mijn vader toen ik indertijd ging studeren aan de H.L.S. in Dordrecht: “Ze kunnen je in het leven alles afpakken, maar nooit wat je hebt geleerd. Zorg ook dat ze je waardigheid niet afpakken!”

Inmiddels is het juni 2016. Ik heb aan mijn collega Herman Weterings gevraagd of hij ook naar het stadhuis wilde komen. Hij reageerde door te zeggen dat hij voor een goede toneelvoorstelling liever naar de Schouwburg gaat. Ook hij heeft het vertrouwen in de overheid verloren. Ook hij ervaart een gewetenloos handelen en een gebrek aan respect. De Stichting de Bonnen is genegeerd bij de huidige planvorming; de Stichting Oranjebuitenpolder heeft opgehouden te bestaan. De voormannen van laatstgenoemde stichting – zeer begaan met landbouw, landschap en natuur – hebben indertijd gekozen voor een andere strategie en zo is het dus ook mogelijk geworden dat er een grote hortensiakwekerij is ontstaan in dit deel van de Groenzone Maasmond. Men wilde zich niet langer in de luren laten leggen door de overheid en heeft gekozen voor “geld”, zoals ook collega Henk van der Drift indertijd heeft gekozen voor “geld”.

Nogmaals: mijn gedachten gaan de laatste tijd nogal eens terug naar de zomer van 2006. Toen was er ook het WK-voetbal en in de finale zagen we hoe de trotse voetballer Zinedine Zidane tot het uiterste getergd een tegenstander een kopstoot gaf. Dat was het moment dat ik me de woorden van mijn vader over “waardigheid” weer realiseerde. Ik was immers woedend over het onrecht dat mij werd aangedaan en werd af en toe ook overvallen door allerlei primitieve gedachten. Het verliezen van mijn zelfbeheersing zou een smet op mijn boerenbestaan kunnen werpen. Ik moest de strijd aangaan met argumenten. Als ik ten onder zou gaan, dan moest dat met opgeheven hoofd gebeuren. Een mens is immers niet opgewassen tegen vele vormen van slechtheid.

Er is mij toen ook geadviseerd maar een civielrechtelijke procedure te beginnen. De civielrechter vormt zich immers een oordeel op basis van feiten en argumenten; in de politiek matigt zich men wel eens een oordeel aan zonder de feiten te kennen en zonder kennis te willen nemen van de argumenten. “Het gaat niet over gelijk hebben, maar over gelijk krijgen”, zo werd mij gezegd. “Je zult slechts bij de rechter je gelijk kunnen behalen, maar dan moet je bereid zijn minstens 10 jaar van je werkzame leven op te offeren aan juridische procedures” was het advies. “Al die tijd zal er echter niets gebeuren, want dan kan men zich verschuilen achter het argument dat het onder de rechter is”. Ik had zelf ooit een maatschappelijke bijdrage geleverd in de lokale politiek en wist dan mensen het verschil kunnen maken. Een goede bestuurder zou immers gebruik kunnen maken van de beschikbare bestuurlijke instrumenten, de focus houden op de te realiseren publieke doelen en zich niet laten ringeloren door het ambtelijk apparaat en op geld beluste vastgoedspeculanten.

De afgelopen jaren hebben laten zien dat deze hoop tevergeefs was. Er is nu een moment van waarheid aangebroken.

Zijn de raadsleden van de gemeente Rotterdam bereid:

  • oprechte betrokkenheid en interesse te tonen voor dit deel van Rotterdam?
  • daadwerkelijk prioriteit te geven aan een gebiedsontwikkeling die recht doet aan de ooit geformuleerde publieke doelen en te behalen maatschappelijke resultaten?,
  • oog en oor te hebben voor “de menselijke maat” en “het menselijk kapitaal”?
  • kennis te nemen van de echte feiten en onderbouwde argumenten?
  • hun politieke principes en eventuele godsdienstige overtuiging niet te verloochenen?
  • en niet akkoord te gaan met de aantoonbare leugens van de wethouder?

Tot zover de inspreektekst, die laat zien, welke discussie hij – tevergeefs – trachtte aan te slingeren. Recente berichtgeving in het NRC (december 2023) laat zien dat het Rotterdamse ambtenaren-apparaat, inclusief gemeenteraad en B&W zichzelf vrijpleit met schijnargumenten in plaats van met feiten.

https://www.nrc.nl/nieuws/2023/12/11/de-rotterdamse-ambtenaren-die-intern-vragen-stelden-over-het-oprekken-van-regels-moesten-weg-a4183970

screenshots:

Schrijvende Lezer

Schrijvende Lezer

Een Lezer van Maassluis.Nu (M/V) | Stuurt stukken in om zorgen of ideeën te delen met alle Sluizers |
Inhoud is voor rekening van de opsteller | De redactie onthoudt zich van censuur op de inhoud