MAASSLUIS | Bij de dodenherdenking op 4 mei 2018 sprak burgemeester Haan. Onderstaande de volledige tekst van zijn toespraak.

Geachte dames en heren, jongens en meisjes,

Als je vader, moeder, man, vrouw of kind door oorlogsgeweld om het leven komt. dan zal je daar de rest van je leven mee moeten leven. Maar hoe verwerk je zo’n immens verdriet? Kun je dat eigenlijk wel verwerken? Als iemand van wie je zoveel houdt nooit meer thuiskomt? Belangrijk voor het verwerken van het verdriet is een goed afscheid, maar dat is in een oorlogssituatie vaak niet mogelijk. Een graf dat je kunt bezoeken, waar je bloemen kunt leggen kan dan later wel helpen.

Maar als u hier naar de namenwand kijkt van de 156 Maassluise oorlogsslachtoffers, dan kunt u daar veel Maassluizers vinden van wie er geen graf bekend is. Bijvoorbeeld de 21-jarige Cor Vink, hij kwam op 9 augustus 1942 aan in concentratiekamp Dachau na het beruchte Fluitincident, hij wist daar een half jaar te overleven; hij stierf op 22 februari 1943; hij heeft geen eigen graf.

Of de Maassluise verzetsman Job van der Zee, hij stierf op 11 april 1944 in Ravensbrück. Ook van hem is geen graf bekend. Dat geldt ook voor Petrus de Pagter, Jan van der Burg en Willem Weltevrede, alledrie leden van het Geuzenverzet en omgekomen in 1945 vlak voor de bevrijding van concentratiekamp Mauthausen. En zo zijn er nog meer verzetsmensen of joodse inwoners uit Maassluis die in de kampen zijn gestorven: ze zijn in de crematoria verbrand of naamloos in een massagraf begraven.

Of neem de Maassluise zeelui die op zee gestorven zijn, ze hebben alleen een zeemansgraf dat de nabestaanden nooit kunnen bezoeken. Arie van der Sjouw bijvoorbeeld, kok, hij was 25 jaar toen zijn troepentransportschip de Slamat op 27 april 1941 op de Middellandse Zee werd aangevallen door Duitse Stuka’s. Het schip had net ’s nachts Engelse troepen aan boord genomen, geëvacueerd uit Griekenland. De Slamat had geen schijn van kans.

Een andere categorie oorlogsslachtoffers zijn de Maassluizers die gedwongen werden om in Duitsland te werken. Een van hen was Marinus van Katwijk, roepnaam Rinus. Ook hij staat op de namenwand van de 156 Maassluise oorlogsslachtoffers.

Rinus was de oudste zoon uit een gezin met twaalf kinderen. Voor de oorlog zat hij op de Meester Blomschool, vanaf zijn zestiende is hij gaan varen. Hij is terechtgekomen op sleepvrachtschip ‘Willem 34’.

In 1944 werd dit schip gevorderd door de Duitsers en met bemanning en al naar de Duitse haven Kiel gesleept. Wat er toen is gebeurd, is nog niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk, zegt de Oorlogsgravenstichting, heeft Rinus in Kiel geweigerd om verder voor de Duitsers te varen en werd hij opgesloten in een strafkamp, een zogeheten Arbeits Erziehungs Lager.

Kiel werd in die periode hevig gebombardeerd en Rinus werd door de bommen geraakt. Op 2 augustus 1944 is hij uiteindelijk in het ziekenhuis aan zijn verwondingen overleden, 7 dagen later werd hij begraven onder een afwijkende naam: Mariusch van Katweig met een verkeerde geboortedatum en een onbekende geboorteplaats.

Een half jaar later kregen zijn ouders, broers en zussen het verschrikkelijke nieuws te horen dat Rinus nooit meer thuis zou komen: ‘Moge de Heere ons sterken in dit voor ons zoo zware verdriet,’ staat op de overlijdenskaart die bewaard is gebleven. De familie had net afscheid moeten nemen van een jong dochtertje en zusje, overleden door de Hongerwinter.

Na de oorlog gold Rinus van Katwijk decennialang als vermist. Zijn graf? Onbekend. Geen plek om naar toe te gaan, geen plek om te rouwen. Zijn moeder had wel zijn foto laten uitvergroten, maar er werd eigenlijk weinig over hem gesproken: het deed te veel pijn.

Dan maken we nu een sprong in de tijd, naar 2008 en het Nationaal Ereveld Loenen waar onder meer honderdvijftig niet-geïdentificeerde slachtoffers liggen van de Tweede Wereldoorlog. Aan de hand van documentatie en DNA probeert de Oorlogsgravenstichting een link te leggen met nabestaanden. Dat resulteerde in 2017 tot de identificatie van twee Nederlandse oorlogsslachtoffers. En dit jaar is er opnieuw succes… een van de honderdvijftig lichamen blijkt na de oorlog uit Kiel naar Loenen te zijn gebracht met verkeerde gegevens en zo te zijn begraven als onbekend slachtoffer uit de Tweede Wereldoorlog. Maar dankzij een DNA-match met een neef van hem kan er nu eindelijk een naam en een gezicht aan het slachtoffer worden gegeven. Zijn naam…. U raadt het misschien al: Rinus van Katwijk! Rinus van Katwijk is niet meer vermist.

Ik vind het ongelooflijk dat 74 jaar na het bombardement van Kiel Rinus van Katwijk is gevonden. Het geeft zijn familie veel troost dat zijn graf nu bekend is, ze hebben nu eindelijk een plek die ze kunnen bezoeken.

Vanavond is familie van Rinus hier aanwezig, onder meer zijn zus Riet. Hoewel ze erg jong was in de oorlog kan zich haar broer nog goed herinneren, zo gaf hij haar ooit een keer een armbandje als cadeau.

Zijn broer Arie, die er vanavond vanwege gezondheidsredenen niet bij kan zijn, is zielsgelukkig dat Rinus weer terecht is. Volgende maand krijgt Rinus van Katwijk een nieuwe graftegel op Ereveld Loenen mét zijn naam, en dan hoopt Arie er bij te kunnen zijn. Het deed hem heel veel toen hij te horen kreeg dat zijn oudste broer is gevonden, het raakte hem enorm. Dat ook na 74 jaar het verdriet nog steeds pijn doet, laat zien hoe ingrijpend en verschrikkelijk oorlog is. Het is daarom zeer waardevol om daar tijdens Dodenherdenking bij stil te staan.

Ik dank u voor uw aandacht, en ik dank u voor uw komst.

Redactie

Redactie

Redactie van Maassluis.Nu