MAASSLUIS | Afgelopen zaterdag was er de jaarlijkse kranslegging bij het maritiem monument aan de Govert van Wijnkade nabij het Douanehuisje. Het zeekadetkorps van Maassluis assisteerde burgemeester Haan bij de kranslegging. Nabestaanden en belangstellenden waren aanwezig bij de kranslegging. 

DE TEKST VAN DE TOESPRAAK

Geachte dames en heren, jongens en meisjes,

Graag verzoek ik u 1 minuut stilte in acht te nemen voor alle Maassluizers die op zee zijn gebleven

Dank u wel.

Op 2 april 1895 vaart de Maassluise logger ‘Rotterdam’ de haven uit van Maassluis. Aan boord zijn dertien man, normaal gesproken telt de bemanning veertien koppen maar stuurman G. Vroombout is ziek aan wal gebleven. Het plan is om eerst kabeljauw en schelvis te vangen en daarna nog op haring te vissen. Negen Maassluizers nemen afscheid van hun familie, aan boord zijn ook nog vier vissers uit Oostvoorne, ’s-Gravenzande, Rotterdam en Ter Heijde.

Onderweg wordt de zoon van J. Zeeman zo ziek dat schipper Henk de Vos besluit om terug te keren; de jongen wordt aan land afgezet evenals een lading gezouten vis. Op 9 mei vaart de Rotterdam weer uit. Alles ziet er rooskleurig uit, een zeeman voelt zich het best op zee.

Twee maanden later. Er is sinds het vertrek niets meer gehoord van de Maassluise logger. Echtgenoten en kinderen beginnen zich in Maassluis grote zorgen te maken. Waarom zijn ze nog niet terug? Dit klopt toch niet? Maar de Maassluische Courant probeert op 13 juli 1895 de thuisblijvers gerust te stellen:

,,Naar wij uit goede bron vernemen, is er voor het ogenblik geen reden zich zo ernstig zorgen te maken. Immers door de Maatschappij is de schipper opgedragen niet dan met volle lading hier terug te keren. Wel zijn door een Vlaardingse logger drie brails (dat zijn drijvers) van de Rotterdam opgevist, doch deze kunnen zeer goed op een gewone wijze verloren zijn gegaan.’’

,,In tegenspraak met hetgeen verteld wordt kunnen wij mededelen dat de logger voor de tijd van twaalf weken van proviand voorzien is en dat, wanneer de logger volgende week donderdag niet binnen is, eerst dán reden bestaat om zich over het lot der bemanning ongerust te maken.’’

Dan wordt het maandag 22 juli. De geruststellende woorden van de Maassluise Courant blijken niets waard te zijn. De Vlaardingse logger Maria is net binnengelopen met slecht nieuws over de Maassluise logger. Het schip is met man en muis vergaan, niemand heeft het overleefd, allen zijn verdronken.

De ‘bidders’ bezoeken de huizen van de weduwen met het doodsbericht van hun mannen. ,,Maar wat is er dan precies gebeurd? Hoe heeft dit kunnen gebeuren?’’ zullen de weduwen ongetwijfeld hebben uitgebracht. Het antwoord staat in de krant van 27 juli: ,,Volgens mededeling van schipper De Ligt van de Vlaardingse logger Maria is op 16 mei ter hoogte van de Doggersbank de Maria en de Rotterdam door een geweldige grondzee overvallen. Van de Maria werd alles van dek gespoeld, doch de Rotterdam werd niet meer gezien. Door dit onheil wordt onze haven zwaar getroffen, want vijf weduwen en negentien wezen blijven achter.’’

De bemanning bestond uit:

  • Schipper Henk de Vos, gehuwd, vader van negen kinderen
  • Matroos L. Visser, gehuwd, vader van drie kinderen
  • Matroos J. Bergwerff, gehuwd, drie kinderen
  • Matroos A. Huisman, gehuwd, drie kinderen
  • Matroos Appolonius (Ploon). Vroombout, gehuwd, één kind
  • Matroos J. van der Gaag
  • Matroos A. van der Gaag
  • ‘Jongste’ J. van Dijk
  • Reepschieter J. Verhaal
  • J. Zeeman (Terheijde) gehuwd, acht kinderen
  • ‘Oudste’ A. Oversloot (’s-Gravenzande), gehuwd, één kind
  • Afhouder J.N. Laaij (Oostvoorne)
  • ‘Oudste’ B. Wapperon (Rotterdam)

De krant vervolgt: ,,Dertien kloeke zeelui die hun graf in de golven gevonden hebben. Zwaar worden vele gezinnen, vooral in onze gemeente, door deze ontzettende ramp getroffen. Uit één huishouden twee zoons: J. en A . van der Gaag. En uit een andere familie twee familieleden: L. Visser en zijn zwager J. Verhaal. Tal van weduwen treuren weder over het verlies harer echtgenoten en vele kinderen wenen over de dood van hun beminde vader, die ver van huis in die verschrikkelijke orkaan het leven liet.’’

,,Voor de nabestaanden die zo opeens hun echtgenoot, vader en verzorger moeten missen, voor hen is de ramp haast ononverkomelijk. Enigszins kan de smart van al deze weduwen en wezen en familieleden gelenigd worden en wel door hen althans ten dele te ontheffen van de zorg voor de toekomst, door het overlijden van de kostwinnaar teweeggebracht. Veel zal in dat geval van de openbare liefdadigheid gevraagd worden.’’

Uiteindelijk, dames en heren, wordt er 1100 gulden opgehaald, tegenwoordig is dat een bedrag van zo’n 15.000 euro. Iedere familie krijgt dan een bedrag wat nu zo’n 1150 euro waard zou zijn. Te weinig dus om het verlies van een kostwinner op te vangen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Neeltje, de vrouw van Jan Bergwerff in 1897 via de rechtbank laat bepalen dat haar man -officieel nog altijd vermist- is overleden omdat ze een huwelijk wil aangaan. Dat huwelijk komt er in 1901, ze hertrouwt met Martinus Prins.

Een andere weduwe is Corrie Hollaar, ze was getrouwd met Ploon Vroombout. Zij, blijkt uit een artikel van de HVM uit 2010, is later gaan samenwonen met Willem Schepen, de stadsomroeper van Maasluis, en krijgt nog vijf kinderen.

Want het leven gaat door, het is niet verwonderlijk dat een weduwe om haar kinderen een betere toekomst te geven een nieuwe relatie aangaat.

Maar al deze weduwen en hun kinderen zullen hun vaders nooit zijn vergeten, dat geldt voor alle familieleden van Maassluise zeelieden die op zee zijn gebleven. Het is daarom goed dat we daar bij dit monument bij stilstaan.

Ik dank u voor uw aandacht.

Graag nodig ik u uit voor een kopje koffie in Hotel Maassluis

 

Redactie

Redactie

Redactie van Maassluis.Nu