MAASSLUIS | De verhalenwedstrijd uitgeschreven door bibliotheek De Plataan leverde op het cultuurgala drie prijswinnaressen op. Vandaag de nummer drie door Christel van Berkel -Verlaan (Maassluis). 

Met De Boot Mee…

“Wat fijn dat je ons vandaag kunt helpen! We konden geen oppas vinden.” Ze lachte. Haar zeegroene ogen staken af tegen de gebruinde huid. Misschien was ze weer in Zuid Frankrijk geweest? De deur naar de kamer zwaaide open. Ze liep de keuken in.

Ze zag er mooi uit. Stijlvol, klassiek, tijdloos. Ze droeg een donkerblauwe cocktailjurk met fijne pailletten en donkerblauwe pumps. Licht gehaast liep ze naar de kast en trok de lade open. “Ja, echt heel, heel fijn dat je er bent! Anders was onze dag helemaal in het water gevallen en het is toch wel leuk. Een stukje varen… ”

Het meisje glimlachte: “Geen probleem. Ik heb toch al vakantie.”  Met haar veertien jaar leek ze ouder dan ze was.

“We zijn wel wat later terug dit keer maar dat is voor jou geen probleem, toch? Alles staat klaar. De kinderen vinden het altijd zo leuk als je komt. Misschien kun je met hen naar het strand. Ik heb de fiets al klaar gezet. Je weet hoe dat werkt, toch? De oudste kan wel zelf fietsen en de jongste kan dan bij jou achterop. In het fietsstoeltje. Ik moet alleen nog even wat spulletjes pakken… een emmertje… een schep… en de koeltas kun je gewoon aan je stuur hangen. Of in de fietstas. Zou dat lukken?”

Het meisje stond nog steeds op dezelfde plek, midden in de kamer en knikte. Rustig nam ze haar schooltas van haar schouders. Ze dacht aan de kinderen. Een meisje en een jongetje. Met blond haar en diezelfde groenblauwe ogen. Zou die oudste al zo ver kunnen fietsen? Het was ongeveer 5 km naar het strand. Ze glimlachte nogmaals. Bescheiden. “Ja hoor. Dat lukt denk ik wel. Ik heb al vaker op zo’n moederfiets gereden…”

Ze was nog niet uitgesproken of twee blonde hoofdjes renden de kamer in; “Je bent er!! Mama zei dat we vandaag naar het strand gaan! Ik weet al wat ik ga doen. Want ik kan al zelf fietsen. Mama zei dat jij dan met ons gaat eten. Want wij mogen ook een ijsje. Met spikkels. Ik ga ook een zandkasteel maken. Neem jij dan ook een ijsje?”

‘Ja, over het eten. Ik heb al een en ander voor je klaar gezet. Brood kun je uit de vriezer halen. Je mag ook tosti’s maken, als je wilt. De kinderen vinden dat altijd heel lekker. Je mag er ook komkommer bij snijden en hier heb ik druiven, voor op het strand. Wij zijn vanavond rond negen uur weer thuis. Is dat goed? Het diner aan boord is dan wel afgelopen. Het kan iets uitlopen maar later dan half tien~ tien uur zal het niet worden. Toch schat?” Ze liep naar de tafel. De fles zonnecrème stond klaar, naast de koeltas. “Hier heb je de huissleutels. Wel zo handig, hè?”

De voordeur werd dichtgetrokken. Het geluid van de auto op het grind. Ze waren weg. Rust. Het meisje zuchtte. “Nou, lunch dan maar. Wie wil er een tosti?”

Het was duidelijk dat de zomervakantie begonnen was. Het eerste stuk fietsen verliep moeiteloos. Het kleine meisje naast haar trapte dapper door. Gekwebbel achterop de fiets. Niet al teveel verkeer. Naarmate ze het dorp uit fietsten vertraagde het tempo. ‘Zijn we er al bijna?’ Ze keek naar het rode gezichtje en de blonde slierten. Tijd om te stoppen. Ze pakte een fles water uit de koeltas en gaf de kinderen een slokje. ‘We zijn al op de helft en we hebben geen haast. Wat kun jij al goed fietsen, zeg!’. Het kind zag er lief uit, met die blondje vlechtjes. Een strandjurkje en roze sandaaltjes. ‘Kom, dan gaan we weer een stukje fietsen’.

Ze dacht aan de badplaats. De drukte. Waar zou ze de fietsen neerzetten? Misschien bij de duinen. Dan waren ze vlug op het strand.

Al spoedig hadden ze een plekje gevonden. Opgelucht legde ze de spullen neer en plofte in het zand. “Nou, daar zijn we dan. Even een strandlaken neerleggen en dan goed insmeren. Vinden jullie het leuk? Willen jullie een beetje drinken? De jongste zag er schattig uit. Met die korte, spekkige beentjes. Alweer bijna vier jaar was hij. Zijn grote zus was al druk in de weer met emmer en schep. Bedrijvig als altijd. ‘Kom! riep ze enthousiast, dan gaan we schelpen zoeken!”

Gelukkig was het goed gegaan met fietsen. Die moederfiets trapte nog best wel zwaar. Volgende keer misschien de banden extra oppompen? Nu eerst maar even schelpen zoeken. Best leuk en lang geleden.

Ze tuurde om zich heen. Pff, wat een drukte. Ouders met hun kinderen. Ligbedjes. Parasols en zonneschermen. Vliegers en frisbees. Een bal scheerde langs haar hoofd. “Sorry!” Een jongen van een jaar of zestien nam de bal terug “Een beetje uit de richting”, verontschuldigde hij zich. Hij kon er niet zoveel aan doen. Het was een lichte bal. Het was weliswaar erg warm en zonnig maar aan het strand waaide het flink. De vlaggen wapperden en tikten tegen de aluminium palen. Het vliegeren viel niet mee in deze wind.

“Mogen we ook zwemmen?” De blonde vlechtjes dansten op haar schoudertjes. “Ik kan al heel goed zwemmen hoor. Ik ben al zes en ik heb mijn A dus ik mag zonder bandjes! Hij nog niet want hij is nog klein.” Ze wees triomfantelijk op haar broertje.

Het meisje tuurde naar de zee. Ze zag surfers in de verte. Het zag er spectaculair uit. Met lichte schuimkopjes op het water. De zon scheen fel bij een strakblauwe lucht. Een enkeling waagde zich de zee in met een bodyboard. Op het strand speelden kleine kinderen bij een waterpoeltje. Lekker pootjebaden. Met de voetjes in de lauwe modder. Schelpjes zoeken..

“Kijk, zei het meisje, dàt mogen jullie wel doen. Dan stroop ik mijn broekspijpen op en dan kunnen we pootjebaden! Zwemmen doen we niet. Dat vind ik te spannend maar zo kun je ook lekker met je voetjes door het water, toch?” De vlechtjes knikten blij. Het meisje nam de twee kinderen bij de hand. Emmertjes mee.

Er lagen veel schelpen. Het was zo leuk om door de zachte modder te lopen. Hun voeten maakten lichte afdrukken in het natte zand. Er lagen kokkels en mesjes. Er waren veel schelpen door de zee aangespoeld. De ene was nog mooier dan de ander. Ze bleven rapen. Wadend door het lauwwarme water was het heerlijk. In de verte het geluid van spelende kinderen.

Heerlijk toch? Zo ging het goed.

“Kijk eens hoeveel schelpjes ik al heb”, zei het kleine meisje. “Volgens mij zijn het er wel bijna vijftien.” Zo ging het goed. Straks eens kijken waar ze een ijsje zouden kunnen halen. Het meisje huiverde. De wind stak op. Ze rilde. Ze keek even op, naar het strand. Haar hart stokte. De lucht was betrokken en de zon verscholen achter grote, dikke wolken. Het poeltje was wel erg groot geworden. De mensen ineens wel erg ver weg. Ze riepen. Ze kon het niet verstaan.

Lichte paniek maakte zich van haar meester. Ze blikte naar links en dan naar rechts. Waar kon ze terug naar het strand? Overal water. Ze draaide rond. Haar maag keerde zich om; ze stond op een zandbank. Ze stond op een eiland, met water om zich heen. Het meisje met twee kindertjes aan haar hand. Nog steeds riepen de mensen haar toe. Ze gebaarden haar te komen maar het was wel erg ver!

“Kijk eens naar mijn schelpen? Heb ik er nu genoeg?” De zachte handjes in haar hand. Ze mocht ze nu niet verliezen. Ze greep de handjes iets steviger vast. Op rustige toon zei ze:  “Je hebt er nu zeker genoeg. Mooi hoor~ maar het is tijd om terug te gaan. Alleen even kijken hoe.”

Opeens was daar de man. Gebruind. Gespierd. Ze zag het goed. Hij kwam haar kant op en waadde door het water. Op het diepste punt kwam het bijna tot aan zijn middel. Hij gebaarde haar één van de kinderen te geven. Ze begreep het en zei tegen de vlechtje: “Kijk eens wat een water? We moeten naar het strand want we gaan toch een ijsje eten? Het is hier een beetje diep en we hebben geen bootje, helaas! Dus die meneer gaat jou even tillen. Dan til ik je broertje. Goed?”

De vlechtjes knikten weer. Het meisje stemde in. Met een flinke zwaai nam de man haar over. Boven hen dreven dikke, witte wolken met grote snelheid over. Het water voelde koud. Het strand was een stuk kleiner. En leeg. Op een handje vol mensen na. In spanning bij deze reddingsactie.

Na het ijsje keerden ze huiswaarts. De schelpjes in de emmer. Moe en voldaan.

De auto op het grind. De deur ging open. Pumps in de gang. “Hoe was het vandaag? Zijn jullie nog naar het strand geweest?”

Het kleine meisje knikte vol overgave; haar nachthemd al aan: “Het was heel leuk! We ging schelpen zoeken en ook door het water maar de volgende keer wil ik liever met de boot mee.”

Christel van Berkel-Verlaan (Maassluis)

 

Redactie

Redactie

Hoofdredactie van Maassluis.Nu | Verzorgt berichtgeving die niet onder een specifiek redactieteam valt

2 Reacties

  1. Maarten de Jong
    21 juni 2022 at 15:27

    Mooi verhaal…
    (T.a.v. Redactie) Over ellenlange verhalen gesproken!!!

    • 21 juni 2022 at 15:31

      U slaat ook nu weer de plank flink mis.
      #GrumpyOldDude