Wie vandaag naar de wereld kijkt, kan gemakkelijk denken dat de wereldorde aan het instorten is. Oorlogen, handelsoorlogen, sancties, drones, cyberaanvallen, politieke intimidatie en een toenemende strijd om grondstoffen. De Verenigde Staten en China staan tegenover elkaar als twee zwaargewichten in een steeds kleinere boksring. Rusland weigert zijn plaats als voormalige supermacht te accepteren. Europa twijfelt. Afrika ontdekt langzaam dat het misschien meer macht bezit dan het zelf jarenlang heeft gedacht.
De vraag is daarom niet zozeer óf de wereldorde wordt verstoord. Dat gebeurt al. De interessantere vraag is: welke wereldorde komt ervoor in de plaats?
De terugkeer van de harde werkelijkheid
Misschien moeten we daarvoor terug naar de oude Grieken. In de beroemde Melische Dialoog beschreef Thucydides de harde logica van internationale politiek. De kern van de boodschap van het machtige Athene aan het kleine Melos wordt vaak samengevat als: “De sterken doen wat zij kunnen, en de zwakken ondergaan wat zij moeten.” Het is een ongemakkelijke gedachte. Maar wie naar Oekraïne, Taiwan, Gaza, Iran of de internationale handel kijkt, ziet dat macht nog altijd een doorslaggevende factor is.
De Stanford Encyclopedia of Philosophy vat het politieke realisme kernachtig samen: staten leven in een internationale omgeving zonder een hogere macht die hen werkelijk kan dwingen. Uiteindelijk moet iedere staat zelf voor zijn veiligheid zorgen. (Stanford Encyclopedia of Philosophy)
Dat is precies wat we nu zien gebeuren. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond een wereld waarin de Verenigde Staten de dominante militaire, economische en politieke macht waren. De NAVO, de Verenigde Naties, de Wereldbank en internationale handelsverdragen vormden samen een soort geraamte van de wereldorde. Dat systeem was nooit perfect. Maar er was wel een duidelijke hoofdrolspeler. Die duidelijkheid verdwijnt.
Trump: hersteller van evenwicht of vernietiger ervan?
Donald Trump ziet internationale politiek vooral door de bril van nationale belangen. Dat is op zichzelf niet nieuw. Alle landen doen dat. Het verschil is dat Trump minder waarde lijkt te hechten aan de oude diplomatieke verpakking. Bondgenootschappen, handelsovereenkomsten en internationale organisaties zijn voor hem geen vanzelfsprekende waarden. Zij moeten aantoonbaar iets opleveren voor Amerika.Zijn gedachte lijkt eenvoudig: waarom zou Amerika betalen voor een wereldorde waarvan anderen profiteren?
Vanuit een realistisch perspectief is dat begrijpelijk. De politieke filosoof Hans Morgenthau formuleerde het nog scherper: “International politics, like all politics, is a struggle for power.” Dat betekent niet dat Trump automatisch gelijk heeft. Het betekent wel dat zijn manier van denken past binnen een oude politieke traditie. (Stanford Encyclopedia of Philosophy)
Maar hier ontstaat een paradox. Trump wil Amerika sterker maken door afhankelijkheden te verminderen en economische druk uit te oefenen. Tegelijkertijd kunnen juist die maatregelen het vertrouwen van bondgenoten ondermijnen. Recente handelsspanningen en tarieven hebben bijvoorbeeld de relaties van de Verenigde Staten met traditionele partners verder onder druk gezet.
Een grootmacht kan macht bezitten, maar macht is niet hetzelfde als invloed. Invloed ontstaat ook door vertrouwen en vertrouwen is moeilijker te herstellen dan een handelsverdrag.
China is de grote concurrent. Rusland is de grote verstoring.
De vraag of Rusland belangrijker is dan China, kunnen we mijns inziens vrij duidelijk beantwoorden: Nee.
Rusland is militair gevaarlijker dan economisch sterk. China is economisch en technologisch veel fundamenteler voor de toekomst van de wereldorde. Rusland beschikt over kernwapens, enorme natuurlijke hulpbronnen en een militaire traditie die niet onderschat mag worden. Bovendien kan Rusland met relatief beperkte middelen grote geopolitieke schade veroorzaken. Maar China bezit iets wat voor de komende decennia waarschijnlijk belangrijker wordt: productiecapaciteit. China is diep verweven met wereldwijde toeleveringsketens. Het investeert zwaar in kunstmatige intelligentie, robotica, elektrische voertuigen, halfgeleiders en andere strategische technologieën. Tegelijkertijd probeert het minder afhankelijk te worden van Amerikaanse technologie.
Rusland kan een deur intrappen. China kan het huis kopen. Dat is geopolitiek gezien een belangrijk verschil.
De oorlog van morgen heeft geen duidelijk front
De grootste verandering is echter technologisch. Oorlogen worden niet meer uitsluitend beslist door tanks, vliegtuigen en soldaten. Drones veranderen het slagveld. Goedkope apparaten kunnen tanks van miljoenen euro’s vernietigen. Satellieten leveren informatie over bewegingen op aarde. Kunstmatige intelligentie kan enorme hoeveelheden gegevens analyseren. Cyberaanvallen kunnen elektriciteitsnetten, communicatie en financiële systemen bedreigen. De machtigste landen beschikken daardoor niet alleen over legers. Zij beschikken over informatie. Wie ziet, begrijpt en sneller reageert, krijgt een voorsprong.
A.I. voegt daar een gevaarlijke factor aan toe: de versnelling van besluitvorming. Wanneer systemen sneller informatie verwerken dan mensen kunnen beoordelen, ontstaat de verleiding om ook sneller politieke en militaire beslissingen te nemen. Recente onderzoekers wijzen juist op die combinatie van versnelde besluitvorming, verspreiding van technologie en afbrokkelende internationale normen als een belangrijk risico. (arxiv.org)
De mens heeft eeuwenlang geprobeerd betere wapens te maken. Nu maken we wapens die mogelijk sneller denken dan wij. Dat zou ons nederig moeten maken.
Afrika: de vergeten speler komt terug
Wie alleen naar Washington, Moskou en Beijing kijkt, mist een belangrijk deel van de toekomst. Afrika krijgt een steeds grotere geopolitieke betekenis. Niet alleen door bevolkingsgroei, maar vooral door grondstoffen. Kobalt, lithium, koper, mangaan en andere kritieke mineralen zijn noodzakelijk voor batterijen, defensie-industrie, elektronica en de energietransitie. Landen als de Democratische Republiek Congo, Zambia, Zimbabwe, Namibië en Guinee kunnen daardoor een veel grotere politieke rol krijgen.
Nigeria blijft daarnaast belangrijk vanwege zijn bevolking, economie en energiepositie. De Democratische Republiek Congo bezit strategische grondstoffen die voor de moderne industrie nauwelijks te negeren zijn. En Zuid-Afrika blijft, ondanks zijn problemen, een belangrijke politieke en economische speler op het continent. Opvallend is dat verschillende Afrikaanse landen inmiddels proberen niet langer uitsluitend grondstoffen te exporteren, maar meer verwerking en industrie in eigen land op te bouwen. Dat kan de machtsbalans daadwerkelijk veranderen. Afrika wordt daarmee mogelijk niet langer alleen het continent waar grootmachten zaken dóén. Het wordt steeds meer een continent waarmee grootmachten móéten onderhandelen.
En Nederland? En Europa?
Nederland zal nooit een supermacht worden. Dat hoeft ook niet. Onze kracht ligt in iets anders: handel, logistiek, technologie, kennis en internationale samenwerking. De Europese Unie heeft bovendien een economie die groot genoeg is om serieus gewicht in de schaal te leggen. Maar ik realiseer mij terdege dat economische macht zonder politieke en militaire eensgezindheid beperkt blijft.
Europa staat daarom voor een keuze: Blijven we vertrouwen op Amerikaanse bescherming? Worden we economisch afhankelijk van China? Of bouwen we werkelijk aan strategische zelfstandigheid?
Dat laatste betekent niet dat Europa zich van Amerika moet afkeren. Het betekent dat een volwassen bondgenoot ook zelfstandig moet kunnen handelen. De recente geopolitieke ontwikkelingen maken duidelijk dat Europa en andere middelgrote machten mogelijk een grotere rol moeten spelen bij het beschermen van delen van de internationale rechtsorde.
Misschien is dat uiteindelijk de nieuwe werkelijkheid. Niet één wereldleider, niet twee kampen, maar een wereld waarin macht voortdurend wordt verdeeld, betwist en opnieuw opgebouwd. De oude wereldorde verdwijnt niet met één grote explosie: hij verdwijnt langzaam. En terwijl Amerika, China en Rusland naar elkaar kijken, ontwikkelen drones, AI en satellieten zich tot nieuwe instrumenten van macht. Afrika ontdekt zijn grondstoffen. Europa ontdekt misschien eindelijk dat economische rijkdom alleen geen veiligheid garandeert.
Thucydides had waarschijnlijk veel van deze wereld herkend, maar één verschil zou hem verbazen: de sterkste staat bepaalt niet langer alleen de toekomst. Misschien wordt de toekomst bepaald door degene die als eerste begrijpt dat macht in de 21e eeuw niet alleen bestaat uit soldaten en geld, maar ook uit data, technologie, grondstoffen én vertrouwen. En juist dat laatste lijkt tegenwoordig het meest schaarse bezit van allemaal.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 109 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

1 Reactie
Interessante analyse. Amerika was altijd het land dat pal stond voor mensenrechten en internationaal recht. Dat lijkt nu niet meer van toepassing te zijn, in elk geval onder Trump/MAGA. Dat Amerika de concurrentiestrijd met China aangaat is logisch, maar waarom jaag je je traditonele bondgenoten de gordijnen in? Zo verliest Amerika het bij voorbaat van China, en haar junior partner Rusland. Van internationale politiek (allianties, samenwerking) heeft Trump weinig kaas gegeten en dat kan Amerika lelijk opbreken. Amerika wordt niet meer gerespecteerd en het zal jaren kosten om het vertrouwen en respect terug te winnen.