“Waar staan we met A.I.?,” vroeg de redactie aan mij, “Het is tijd voor een artikel daarover of wordt het een column?” Ik houd het voor nu bij een column.
We staan inmiddels op een punt waarop een computer in een paar seconden een tekst voor ons kan schrijven, een ingewikkeld onderwerp kan uitleggen, een document kan analyseren en tientallen pagina’s informatie kan samenvatten. Indrukwekkend, maar er is ook een andere kant. Soms vraag je A.I. iets eenvoudigs en krijg je een antwoord waarvan je denkt: hoe is het mogelijk dat uitgerekend een kunstmatige intelligentie dit niet begrijpt? Welkom in de wereld van de niet zo snuggere slimmerik.
Betalen & zoeken
Neem de betaalde functies. Wie de echte mogelijkheden van A.I. wil benutten, mag daarvoor tegenwoordig een abonnement afsluiten. Zonder abonnement zijn het aantal interacties en chats beperkt. Kennelijk is kunstmatige intelligentie vooral heel intelligent in het bedenken van verdienmodellen.
Ook het zoeken naar informatie is een avontuur op zich. Je stelt een duidelijke vraag en krijgt een antwoord dat keurig geformuleerd is, zelfverzekerd klinkt en soms zelfs voorzien is van bronnen. Alleen blijkt bij controle dat het antwoord niet helemaal klopt… of helemaal niet. Dat is een bijzonder verschijnsel. Een mens die iets niet weet, kan gewoon zeggen: “Dat weet ik niet.” A.I. heeft soms meer moeite met die bescheidenheid. Het systeem produceert liever een antwoord dat aannemelijk klinkt. En laat dat nu precies zijn waar wij mensen gevoelig voor zijn: wij verwarren overtuigingskracht nogal gemakkelijk met betrouwbaarheid. Wie zelfverzekerd praat, zal het wel weten. Wie een antwoord netjes structureert, zal zijn huiswerk wel hebben gedaan. A.I. profiteert daar onbedoeld van.
Gevaar
Het gevaar zit dus niet alleen in een systeem dat soms iets fout doet. Het gevaar zit ook in onze bereidheid om een mooi geformuleerd antwoord voor waar aan te nemen. Maar het wordt nog leuker… wanneer je probeert het systeem duidelijke instructies te geven.
- “Gebruik geen aannames.”
- “Ga niet gokken.”
- “Volg uitsluitend deze instructies.”
Je zou verwachten dat de slimme machine vervolgens keurig aan het werk gaat. Nou, soms wel en soms ook niet. Na drie pogingen krijg je ongeveer hetzelfde resultaat als bij de eerste poging. Je legt opnieuw uit wat je bedoelt. Je formuleert het nog preciezer. Je voegt beperkingen toe. En dan denk je: misschien moet ik mijn vraag nog één keer uitleggen. Om vervolgens te ontdekken dat je inmiddels bezig bent een opleiding kunstmatige intelligentie aan je eigen computer te geven.
Het tegengestelde kan ook
Er is overigens een prachtige tegenreactie mogelijk. Zeg tegen ChatGPT: “Werk niet met aannames. Als je iets niet zeker weet, vraag het mij.” Dan draait het systeem soms 180 graden. Ineens moet werkelijk iedere tussenstap worden goedgekeurd.
- “Bedoel je dit?”
- “Wil je dat ik dat toepas?”
- “Klopt het dat je hiermee bedoelt…”
- “Zal ik nu verdergaan?”
Nee hoor, ik wilde alleen maar een antwoord.
Je hebt dan niet langer een intelligente assistent, maar een buitengewoon beleefde stagiair die bij iedere handeling toestemming vraagt. En eerlijk is eerlijk: ook ik slaag er dagelijks wel een keer in om een vraag te stellen waarop geen concreet antwoord komt: “I can’t answer that.” … Dank je wel. Dat is ongeveer hetzelfde als aan een bibliothecaris vragen waar een bepaald boek staat en als antwoord krijgen: “Daar kan ik u helaas niet mee helpen.”
Historie niet ontsloten
Het wordt helemaal interessant als je naar historische informatie vraagt. Vraag naar een nieuwsbericht of gebeurtenis van pakweg vijftig jaar geleden en de kans bestaat dat A.I. meldt dat de informatie niet gevonden kan worden. Vervolgens komt het advies: “U kunt eventueel zelf in Delpher zoeken.”
Kijk. Dat is toch prachtig. We hebben kunstmatige intelligentie ontwikkeld om informatie voor ons te zoeken en uiteindelijk worden we naar de bibliotheek gestuurd om het zelf te doen. Wellicht is dat helemaal niet zo vreemd: een groot deel van onze historische informatie is nog altijd onvoldoende digitaal ontsloten. Oude kranten, archieven, boeken, lokale documenten en specialistische bronnen zijn niet allemaal beschikbaar op een manier waarmee A.I. gemakkelijk overweg kan.
De machine is dus soms niet dom. Ze staat gewoon voor een gesloten archiefdeur. En daarachter ligt precies de informatie die we zoeken.
Context & nuance
Overigens zijn er nog meer momenten waarop de slimmerik mij verbaast. Neem bijvoorbeeld context. Je kunt een gesprek uitgebreid voeren, allerlei voorwaarden afspreken en vervolgens ergens halverwege ontdekken dat A.I. een eerder gegeven beperking gemakshalve heeft laten liggen. Alsof je tegen een mens zegt: “Vergeet vooral niet dat ik vegetariër ben.” En die persoon antwoordt een kwartier later: “Mooi, dan heb ik een heerlijke biefstuk voor je.”
Ook nuance blijft een uitdaging. A.I. kan uitstekend uitleggen wat empathie is. Maar zodra je vraagt naar het subtiele verschil tussen empathie, medelijden, compassie en emotionele besmetting, blijkt dat een fraai geformuleerd antwoord nog niet automatisch een diepgaand antwoord is. Het klinkt deskundig.
En soms is het dat ook, maar soms is het vooral heel goed geformuleerd. Misschien moeten we daar voorlopig maar aan wennen. A.I. is geen mens met een uitzonderlijk hoog IQ. Het is een systeem dat patronen in enorme hoeveelheden informatie kan herkennen en daar razendsnel antwoorden uit kan samenstellen. Dat is ongelooflijk krachtig, maar krachtig is iets anders dan wijs en snel is iets anders dan zorgvuldig. Daarom is de vraag misschien niet alleen: “Hoe slim wordt A.I.?” De belangrijkere vraag is: “Hoe verstandig worden wij in het gebruik ervan?” Immers een machine die in drie seconden een antwoord geeft, heeft ons weinig geholpen wanneer wij vervolgens twintig minuten nodig hebben om uit te zoeken of het antwoord überhaupt klopt.
Snel, maar intelligent?
We zitten dus midden in een fascinerende ontwikkeling. A.I. kan inmiddels dingen waarvan we een paar jaar geleden dachten dat ze nog ver weg waren. Tegelijkertijd moet je soms drie keer uitleggen wat je bedoelt, wordt een vraag niet beantwoord, wordt een bron niet gevonden en word je bij historische informatie doodleuk doorverwezen naar Delpher.
Dat is niet het beeld van een superintelligente machine. Dat is het beeld van een razendsnelle, buitengewoon beleefde en soms verrassend eigenwijze slimmerik die nog volop in ontwikkeling is en daar moet nog heel veel gebeuren. Er moeten nog veel bronnen worden ontsloten. Veel informatie is nog onvoldoende digitaal beschikbaar. Veel historische kennis zit verstopt in archieven waar geen algoritme zomaar bij kan.
Voetafdruk en onze intelligentie
Ondertussen draaien wereldwijd de webservers als een malle om onze vragen te verwerken. Dat vraagt enorme hoeveelheden energie en ook veel water voor de koeling van datacenters. Die rekening krijgen we dus niet in beeld wanneer we vragen:
- “Kun je dit even voor me opzoeken?”
- Het antwoord op een vraag verschijnt binnen enkele seconden op ons scherm.
- De energie- en watervoetafdruk niet.
Misschien is dat voorlopig de mooiste ironie van allemaal. Wij bouwen kunstmatige intelligentie omdat we slimmer, sneller en efficiënter willen worden, maar ondertussen moeten we nog leren hoe we die intelligentie verstandig gebruiken, hoe we haar antwoorden controleren, hoe we haar beperkingen accepteren en hoe we de milieubelasting ervan compenseren.
De kunstmatige intelligentie wordt steeds slimmer. Nu wij nog.
Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 201 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
1 Reactie
Ha Art,
Hier een berichtje van een mastodont, een Neanderthaler dus.
In 1970 nog, stuurde je iemand een briefkaart of je ging naar een telefooncel. Toen het nog PTT heette kwamen briefkaarten gewoon aan, kom daar nu eens om. Sinds ik als redelijk oudere, internet gebruik moet ik tig wachtwoorden aanmaken die vervolgens worden gehackt. In 1970 stapte ik op m’n fiets naar mn werk. “Schijt, lekke band” ff plakken en dat was het weer. Nu, in 2026 schijt ik peulen als ik lees dat mn zoveelste wachtwoord te eenvoudig is.