Het is een bijzonder fenomeen: inspiratie. Het overkomt je meestal wanneer je er niet op zit te wachten. Onder de douche, tijdens het wandelen, in de auto, vlak voor het slapen gaan of – nog erger – precies op het moment dat je eigenlijk ergens anders mee bezig moet zijn. Ineens heb je het. Een idee. Een zin. Een beeld. Een inval. Vroeger noemden we dat geloof ik: de geest krijgen.
Dat klinkt meteen een stuk gewichtiger dan inspiratie. Bij inspiratie denk je nog aan iemand die met een potlood achter een bureau zit te wachten op een goed idee. Bij de geest krijgen zie je toch eerder iemand die onverwacht door iets onzichtbaars wordt aangeraakt. En dat is misschien ook precies hoe het voelt. Een idee kan zich namelijk aandienen met een merkwaardige vanzelfsprekendheid. Het lijkt ineens zo helder dat je je afvraagt waarom je er zelf niet eerder op gekomen bent. Alsof iemand een gordijn openschuift en zegt: Kijk, daar is het. Het kan een lumineuze gedachte zijn, maar ook een grappig beeld, een onverwachte vergelijking of één enkele zin die ineens alles lijkt te verklaren. Het verraderlijke is dat zo’n ingeving daardoor al snel meer gewicht krijgt dan zij misschien verdient.
Je denkt niet: aardig idee. Je denkt: dit klopt. En voor je het weet heb je het idee aan iemand verteld. Daar begint het, want wat in jouw hoofd nog een klein, helder vonkje was, kan bij de ander uitgroeien tot een complete kerstboom. De ander voegt er betekenis aan toe, ziet verbanden die jij niet hebt gezien en vertelt het vervolgens weer door. Voor je het weet is jouw oorspronkelijke ingeving veranderd in een theorie.
En dan moet je oppassen, want inspiratie is een wonderlijk fenomeen. Het kan je schouderklopjes opleveren. Mensen vinden je origineel, geestig of zelfs geniaal. Maar hetzelfde idee kan zich ook tegen je keren. Wat jij als een speelse gedachte bedoelde, wordt door iemand anders opgevat als een serieuze uitspraak. Probeer dan nog maar eens uit te leggen dat je het eigenlijk alleen maar even zag.
Dat is misschien wel het merkwaardige van inspiratie: je weet zelden precies waar het vandaan komt. Je kunt er moeilijk een handleiding voor schrijven. Je kunt niet zeggen: ga om 22.17 uur zitten, kijk enigszins peinzend uit het raam en wacht tot de geest arriveert. Sterker nog: hoe harder je haar probeert te lokken, hoe groter de kans dat ze wegblijft.
En daar staat een ander verschijnsel tegenover. Je hebt iets bedacht. Of je hebt ergens iets gezien waarvan je denkt: dit moet ik onthouden.
Je herhaalt het nog een keer. Misschien schrijf je het zelfs op en vervolgens ben je het kwijt. Niet een beetje kwijt. Helemaal kwijt. Je weet nog dát je iets wilde onthouden, maar niet meer wat. Dat is misschien nog frustrerender dan een vergeten naam. Bij een naam weet je tenminste waar je naar zoekt. Hier zoek je naar iets waarvan je niet eens meer weet hoe het eruitzag. Het zat ergens in je hoofd. Je weet het zeker, maar waar? Ook daar maken we vervolgens een verhaal van. Slecht geslapen. Te druk geweest. Niet goed opgelet. Te veel aan het hoofd. Een beetje geheugenverlies misschien. Herken je dat verschijnsel?
We hebben voor alles een verklaring nodig, terwijl het misschien helemaal niet nodig is om het te verklaren. Wellicht is ons hoofd gewoon een merkwaardig huis waarin voortdurend deuren opengaan en weer dichtvallen. Sommige kamers vinden we toevallig. Andere lopen we binnen zonder te weten waarom. En soms ligt er ineens iets op tafel waarvan we denken: hé, waar komt dat vandaan? We noemen dat inspiratie. Soms leggen we iets zorgvuldig op tafel om het later terug te vinden, maar als we terugkomen, is het weg. Ook dat heeft waarschijnlijk een naam. Alleen zijn we die even vergeten.
En misschien is dát nog wel het wonderlijkste van alles. Soms is het goed, want dan gaan we er niet over piekeren, maar er zijn mensen die dat dan juist gaan doen. Liever niet, mensen. Laat het los, laat het gaan. Wie zong dat ook al weer? Ik ben het even kwijt…
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 130 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Geen Reactie