- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
Vandaag is een bijzondere dag. Terwijl ik mijn verjaardag vier en met column nummer 639 een vertrouwde mijlpaal aantik, blik ik graag met u terug. Met de naderende verkiezing van onze nieuwe stadsdichter op 24 september, haal ik een gedicht uit de kast dat ik in oktober 2014 (t.g.v. het jubileum 400 jaar Maassluis) schreef voor ‘Dichters uit de buurt’. Een gedicht over ons Maassluis: scherp op het pluche, nostalgisch over het spoor, en vol trouw aan de stad die, hoe ver we ook reizen, altijd ons thuis blijft.
MAASSLUIS
Oude gebouwen, mooie meiden
Niet vertrouwen, van alle tijden
Conflicten om een naam
Men wil een brug met faam
Op het pluche zitten is een gunst,
met geld omgaan, blijft een kunst
Jouw hoge heren van de B&W
worstelen van dag tot dag daarmee
Je bestaat nu vierhonderd jaar
Gaat zelfstandig door zo waar
Strijden tegen wind en tegen molens
je doet het desnoods nolens volens (*)
Straks lig jij niet meer aan het spoor
Nee, een metrolijn, dáár ga jij voor
De stadse onrust krijg jij erbij
Hoe lang voelt men zich hier nog vrij?
Jouw wereld in een notendop
is kleinstedelijkheid ten top
En toch blijf ik hier altijd wonen
Zal ik jou mijn trouw betonen
Jij bent mijn huis en haard, Maassluis
Hoe ver ik ook reis, jij bent mijn thuis
© 27-10- 2014 Jelle Ravestein
(*) = tegen wil en dank
Nawoord
Ik schreef dit t.g.v. ‘Dichters uit de buurt” ↗️ wat op verzoek werd georganiseerd door Vrijzinnig Maassluis op 13 november 2014 in het Witte Kerkje ter gelegenheid van 400 jaar Maassluis.
VRAAG: Wie heeft deze tekst al eens eerder gezien aan de wand in een lokaal restaurant op de Zuidvliet? Dit gedicht is van mijn hand en door iemand (een visboer naar verluid) overgeschreven en als anoniem gedicht in dat restaurant terechtgekomen.
Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 231 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
