MAASSLUIS | De vragen van de fractie van de VSP over calamiteiten in het Botlek gebied zijn begin september beantwoord

Wat vooraf ging

Op zaterdag 23 juni 2018 is door een aanvaring met de kade door het schip Bow Jubail ruim 200 ton stookolie gelekt in de 3e petroleumhaven in het Rotterdamse havengebied. Gedurende de uren en dagen na dit incident hebben verschillende partijen, waaronder het Havenbedrijf Rotterdam, de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond en Rijkswaterstaat, zich ingezet om de gevolgen van de olielekkage te beperken. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de coördinatie van de opruimwerkzaamheden op de waterwegen en het beheer van de waterkwaliteit en de opvang van de vervuilde zwanen.

 

Het college van burgemeester en wethouders heeft de vragen als volgt beantwoord.

Vraag 1. Er is bij de havens zoals de 3e Petroleumhaven een noodafsluiting in de vorm van een drijvende afdichting en een bijbehorend protocol bij calamiteiten en is deze gebruikt?

Op een groot aantal strategische locaties in het westelijk havengebied, waaronder in de 3e Petroleumhaven, staan containers met oliekerende schermen waarmee direct waterverontreinigingen kunnen worden ingedamd om zo milieu- en economische schade te voorkomen. De containers met oliekerende schermen zijn van de stichting Schermenpool Rotterdams Havengebied (SRH). De SRH is een samenwerkingsverband tussen olieverwerkende terminals, Deltalinqs, de Gezamenlijke Brandweer en het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Van de schermen in de 3e Petroleumhaven, maar ook van oliekerende schermen op andere lanceerlocaties is na het incident gebruik gemaakt.

Vraag 2. Hoe lang heeft het geduurd voordat de betreffende haven was afgesloten en beschermd tegen uitstromende olie?

De chemicaliëntanker Bow Jubail was aan het aanleggen bij een steiger in de 3e Petroleumhaven. Het schip kwam omstreeks 13.30 uur in aanvaring met de steiger. Slechts enkele minuten na het incident was een Officier van Dienst van de Divisie Havenmeester ter plaatse en is opgeschaald naar GRIP 1 (lokaal incident) en vervolgens GRIP 2 (incident met effecten naar de omgeving) om op gecoördineerde wijze onder de verantwoordelijkheid van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond de verspreiding van de olie te kunnen beperken.

Ook is gestart met het indammen van de waterverontreiniging door oliekerende schermen uit te varen. Daarnaast zijn beperkingen opgelegd aan het scheepvaartverkeer om verspreiding van de verontreiniging door varende scheepvaart te beperken.

Vraag 3. Als dit blijkbaar niet ofwel veel te laat is gebeurd, welke actie wordt nu ondernomen om te onderzoeken waar het fout ging en wie er fouten maakte?

Meerdere onderzoeken en evaluaties zijn gestart naar zowel de oorzaak van de aanvaring als de incidentbestrijding. De Onderzoeksraad voor Veiligheid doet onderzoek naar de oorzaak van de aanvaring en naar de beheersing van de milieuschade. De zeehavenpolitie heeft een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar de oorzaak van de aanvaring. Daarnaast laat de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond een onafhankelijke evaluatie door het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) uitvoeren naar het optreden van de hulpdiensten tijdens de GRIP 1 en GRIP 2.

Vraag 4. Welke stappen onderneemt het college om hierover de onderste steen boven te krijgen?

Wij hebben er alle vertrouwen in dat dit incident grondig wordt onderzocht en geëvalueerd. Wij zullen u t.z.t. over deze onderzoeken informeren.

Vraag 5. Welke stappen bent u van plan om de geleden materiële schade voor Maassluis zo die is te kwantificeren te verhalen?

De haven van Maassluis heeft nauwelijks geleden van de schade. De kosten die de gemeente heeft gemaakt bestaan uit de kosten van de bewaking van de tijdelijke opvanglocatie op de gemeentewerf. Deze kosten zullen worden verhaald bij Rijkswaterstaat.

Vraag 6. Welke stappen gaat u ondernemen om de noodplannen in het havengebied te actualiseren en desnoods aan te passen, zodat herhaling op deze schaal niet meer voor kan komen?

Als de onderzoeken en evaluaties zoals genoemd bij de beantwoording van vraag 3 aanleiding geven tot het actualiseren of aanpassen van procedures, plannen en het verbeteren van werkwijzen, wordt hieraan opvolging gegeven door de hulpdiensten.

Redactie

Redactie

Redactie van Maassluis.Nu

1 Reactie

  1. Loek Molmans
    28 september 2018 at 16:28

    Er was wel degelijk vervuiling, het ZKK schip de “Rigel” was dusdanig besmeurd oude waterlijn dat het schoongemaakt moest worden in Rotterdam door de fa. Hebo en daar zijn aanzienlijke kosten aan verbonden die niet allemaal door de verzekering van de vervuiler vergoed worden.