MAASSLUIS | Voordat het terrein vrijgegeven wordt voor bebouwing moet worden vastgesteld dat eventuele verontreiniging van de grond geen bedreiging vormt voor de gezondheid van de toekomstige inwoners van deze wijk. De fractie van het FvM heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders op grond van art. 51 R.v.O. over grondonderzoek nieuwbouwgrond “De Kade”.

 

Het college heeft de vragen als volgt beantwoord.

1.    Tijdens de raadsvergadering heeft onze fractieleider aan het college gevraagd om een onafhankelijk 2nd opinion onderzoek naar de staat van vervuiling van het te bebouwen gebied. U vertelde ons toen tevreden te zijn met het grondonderzoek zoals toegevoegd aan de vergunning. Bent U nog steeds deze mening toegedaan?

Ja, het onderzoek bij het bestemmingsplan is volgens de regelen der kunst tot stand gekomen. De DCMR, die namens bevoegd gezag Maassluis en Provincie alle taken hieromtrent uitvoert, heeft de benodigde kennis en expertise in huis voor deze taken.

De staat van vervuiling van het gebied wordt langs twee sporen in beeld gebracht en getoetst:

1.    De Wet milieubeheer. Bedrijven met potentieel bodembedreigende activiteiten dienen in het kader van de omgevingsvergunning (voorheen milieuvergunning) een zogenaamd nulsituatieonderzoek (bij start van activiteiten) en een eindsituatieonderzoek (bij beëindiging bedrijfsactiviteiten) uit te voeren. De DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR) toetst deze rapportages namens het bevoegd gezag, de gemeente Maassluis. Verontreiniging die door de bedrijfsactiviteiten zijn veroorzaakt, dienen door de veroorzaker te worden verwijderd, of de gevolgen daarvan ongedaan te maken.

2.    De Wet bodembescherming, voor de sanering van gevallen van ernstige bodemverontreiniging ontstaan vóór 1987 én voor verontreiniging die niet rechtstreeks via spoor 1 aan bedrijfsactiviteiten zijn toe te schrijven, wordt aan de hand van een ingediend saneringsplan beoordeeld op welke wijze de locatie geschikt kan worden gemaakt voor het toekomstige gebruik (wonen met tuin). De DCMR voert deze taken uit namens de Provincie Zuid-Holland.

Beide sporen zijn gestart, maar nog niet beëindigd. Er zijn voor beide sporen in totaal vijf bodemrapporten ingediend, die nog zijn aangevuld met een addendum.

Voor spoor 2 is een saneringsprocedure gestart. De ontwikkelaar van het terrein heeft een raamsaneringsplan voor alle drie bouwfasen ingediend en een uitgewerkt plan voor bouwfase 1.

De beschikking op dit saneringsplan is inmiddels gepubliceerd en deze ligt vanaf 20 juni 2019 gedurende zes weken voor een ieder ter visie. Gedurende die termijn kunnen belanghebbenden de stukken inzien en desgewenst bezwaar indienen bij Gedeputeerde Staten van Zuid Holland. Alle betreffende stukken en dus ook de bodemrapporten liggen hierbij ter inzage.

Ook voor spoor 2 zijn nog aanvullende onderzoeken nodig (bijvoorbeeld onder gebouwen die nog gesloopt moeten worden), die tijdens de saneringswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en gemeld aan het bevoegd gezag.

De Provincie stemt in met het ingediende saneringsplan, maar stelt ook regels aan de sanering om uiteindelijk de grond geschikt te maken voor het toekomstige gebruik als woongebied.

2.    Kunt u ons vertellen of dit milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740 is uitgevoerd d.w.z. dat er tenminste één mengmonster van de ondergrond, bovengrond en het grondwater wordt onderzocht?

Ja, er zijn zeer veel monsters genomen en getoetst, onder andere op basis van NEN 5740. U kunt het een en ander terugvinden in de ter visie liggende rapportages.

3.    Bent U het ermee eens dat, gezien het verleden van de bedrijven welke gebruik hebben gemaakt van deze locatie, er volgens NEN 5740 weleens te weinig grondmonsters kunnen zijn genomen om de daadwerkelijke staat van de gehele locatie in beeld te brengen?

Nee, de monstername en beoordeling heeft volgens verplichte protocollen plaatsgevonden die er op gericht zijn om een representatief beeld te geven van de ondergrond. Zoals hierboven vermeld dienen nog aanvullende onderzoeken (en monsternames) plaats te vinden om de grootte van bepaalde verontreinigingen te bepalen en bijvoorbeeld onder bestaande gebouwen de grond te onderzoeken.

4.    Bent U van mening dat het bebouwen op vervuilde grond – net als in het verleden in Maassluis West – geen optie zou moeten zijn voor dit College?

Het bestemmingsplan De Kade, dat op 20 februari 2018 door de raad is vastgesteld, geeft aan dat de bodem geschikt te maken is voor de functie wonen. Wij zijn van mening dat, mits er adequate maatregelen worden getroffen, een goed woonklimaat kan worden gecreëerd op de Kade.

5.    Bent u, net als ons, van mening dat de eigenaar van de te bebouwen grond deze schoon en bouwrijp dient op te leveren, oftewel in goede staat is?

Ja, uitgangspunt is dat de locatie volgens de geldende regelgeving geschikt moet worden gemaakt voor het beoogde gebruik (wonen met tuin). De eigenaar heeft daartoe een raamsaneringsplan voor de gehele locatie en deelsaneringsplan voor de eerste fase (aan de oostzijde) opgesteld.

Daarnaast is een stappenplan gemaakt voor eventueel nog aan te treffen onvoorziene verontreinigingen.

6.    Bent u met ons van mening dat het feit dat er, om diverse redenen, een woningtekort is opgetreden dit niet mag leiden tot oogluikend toestaan van bebouwing? En dat zonder deze verklaring GEEN bebouwing mag plaatsvinden?

Het college mag en zal dus niet toestaan dat er wordt gebouwd op grond die niet volgens de wettelijke procedures geschikt is gemaakt voor het beoogde gebruik ‘wonen’.

7.    Bent u van mening dat gezien de aard van de werkzaamheden die op deze locatie gaat plaats vinden een contra-expertise betreffende het, in opdracht van de eigenaar, uitgevoerde grondonderzoek van groot belang is voor onze burgers?

De DCMR die namens bevoegd gezag Maassluis en Provincie alle taken hieromtrent uitvoert heeft de benodigde kennis en expertise in huis om het uitgevoerde onderzoek te beoordelen. Een contra-expertise is daarom niet nodig.

8.    Bent u ook van mening dat oud-werknemers gevraagd kunnen en moeten worden plaatsen aan te wijzen waar volgens hen de grootste vervuiling heeft plaatsgevonden?

Bij de uitgevoerde bodemonderzoeken is al uitgebreid historisch onderzoek gedaan. Hierbij zijn ook oude vergunningen en historische archieven geraadpleegd. Bovendien borgen de werkwijze en protocollen van nader- en saneringsonderzoek een effectieve uitvoering. Overigens kan een ieder zich melden bij DCMR met informatie.

9.    Het verleden heeft bewezen dat er in de Maassluise gemeente verschillende achteraf gemelde stoffen in de grond bleken te zitten. Het College moet toch met ons van mening zijn dat, wanneer de burgers een huis op de Kade gaan kopen, zij er zeker van kunnen zijn dat de grond vrij is van asbest of gevaarlijke chemicaliën. Sluit u zich bij onze mening aan?

Grond in Nederland is zelden vrij van verontreiniging, van nature aanwezig of door activiteiten ontstaan. De Nederlandse bodemwetgeving is er juist op gebaseerd dat een eventuele sanering de bodem geschikt maakt voor het beoogde gebruik. Meestal gebeurt dit door het toepassen van een leeflaag waardoor bewoners niet in contact kunnen komen met de betreffende stoffen die in de bodem zitten. Dit is gangbare praktijk in Maassluis en de rest van Nederland, en zal ook worden toegepast op De Kade.

Met betrekking tot asbest wordt nog aanvullend onderzoek uitgevoerd conform de NEN 5707. Mocht uit dit onderzoek blijken dat er sprake is van verontreiniging zal ook deze moeten worden gesaneerd.

10. Bent u bekend dat door de DCMR een overtreding van de RET is geconstateerd en dat ter plaatse van een niet goed functionerende “vloeistofdichte vloer” lekkages naar de bodem zijn ontstaan?

Ja. Het controleren van de milieuwetgeving is ondergebracht bij de DCMR. De gemeente heeft een afschrift van de brieven die de DCMR namens de gemeente stuurt aan het bedrijf ontvangen. Daaruit bleek dat de vloeistofdichte vloer niet in orde was. Het is niet vastgesteld dat er daadwerkelijk bodemverontreiniging is ontstaan. Bij het verlaten van de locatie zal RET een eindonderzoek moeten uitvoeren waaruit moet blijken of door hun activiteiten eventueel verontreiniging is ontstaan. Als dit het geval is gaat het om een zogenaamd “nieuw geval van bodemverontreiniging’ en zal het bedrijf aangeschreven worden om deze verontreiniging op te ruimen.

11. Hoe moeten wij de onder punt 9 genoemde zaak zien in het licht van het door het College tijdens de raad gegeven antwoord?

De juiste procedures worden gevolgd om van de Kade een woningbouwproject te maken waar prettig en veilig kan worden gewoond. De afstemming over de beantwoording van deze vragen met de DCMR bevestigt dit. Appelbloesem is als ontwikkelende partij en grondeigenaar verantwoordelijk voor het uitvoeren van de sanering van de grond conform vigerende wet en regelgeving.

 12. De reden dat wij nogmaals vragen om een onafhankelijke grondonderzoeker in te schakelen is dat wij een rotsvaste kwaliteit van dit soort onderzoeken verwachten. Bent u het er mee eens dat onze Maassluise burgerij dit verdiend omdat hiermee de vragen die nog steeds bij onze burgers worden opgeroepen tot een eensluidend antwoord kunnen leiden?

De DCMR fungeert in deze procedures bij het reguleren en bij het toezicht als een onafhankelijke partij die voor het bevoegd gezag van Maassluis en van de Provincie Zuid-Holland met veel kennis en expertise de taken uitvoert. Indien bij u of burgers nog inhoudelijke vragen resteren, adviseren wij u om zeker gebruik te maken van de mogelijkheid alle stukken in te zien en hierover als belanghebbende vragen te stellen bij de DCMR of bezwaar in te dienen bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.

Redactie

Redactie

Redactie van Maassluis.Nu