MAASSLUIS | De fractie van het FvM heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders over vervuiling van de haven door stookolie. Als er zich een ramp voltrekt, moet een degelijk noodplan zorgen voor goede gecoördineerde acties waarbij de bevolking op de hoogte wordt gehouden.

Wat vooraf ging

Op zaterdag 23 juni 2018 is door een aanvaring met de kade door het schip Bow Jubail ruim 200 ton stookolie gelekt in de 3e petroleumhaven in het Rotterdamse havengebied. Gedurende de uren en dagen na dit incident hebben verschillende partijen, waaronder het Havenbedrijf Rotterdam, de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond en Rijkswaterstaat, zich ingezet om de gevolgen van de olielekkage te beperken. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de coördinatie van de opruimwerkzaamheden op de waterwegen en het beheer van de waterkwaliteit en de opvang van de vervuilde zwanen. Hiervoor is de samenwerkingsovereenkomst besmeurde vogels (SBV) afgeroepen voor de zwanen. Op basis van dit contract is een Tijdelijke Opvang Vogels (TOV) opgezet bij de Maeslantkering, waar ruim 500 dieren zijn opgevangen, gewassen en weer in de natuur zijn uitgezet.

Het college heeft drie weken geleden onderstaande vragen als volgt beantwoord.

1. Volgens onze gegevens is het reddingsplan opgestart door een vrijwillige organisatie (dierenambulance), waarom is niet direct het noodplan in werking getreden zodra men op de hoogte was van de gebeurtenissen?

Rijkswaterstaat is vaarwegbeheerder (waterkwaliteit en beheer van de vaargeul maar geen nautisch beheer) van de Oude Maas, het Scheur en de Nieuwe Waterweg. Rijkswaterstaat coördineert vanuit die rol de noodopvang van vogels bij calamiteiten op het water op het moment dat de reguliere dierenopvang in de regio de belasting niet meer aankan. Toen duidelijk werd dat dit het geval was, heeft Rijkswaterstaat de samenwerkingsovereenkomst besmeurde vogels afgeroepen om vogels op te kunnen vangen. RWS heeft in samenwerking met de brandweer, Dierenbescherming en de Vogelbescherming de opvang en reiniging van de getroffen vogels gecoördineerd. Ook heeft Rijkswaterstaat het Havenbedrijf geholpen met de opruimwerkzaamheden van de olie met gespecialiseerde schepen.

2. Is er volgens U een nood/calamiteitsplan voor dit soort situaties, welke in de omgeving waarin wij wonen, meer voor kunnen komen?

Ja, de samenwerkende organisaties, waaronder het Havenbedrijf Rotterdam, de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en Rijkswaterstaat hebben protocollen die in werking treden wanneer er een incident plaatsvindt in het havengebied.  In algemene zin zijn voor de gecoördineerde aanpak van grootschalige incidenten door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) incidentbestrijdingsplannen opgesteld en wordt gewerkt volgens de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure (GRIP) van de VRR. Deze vormt de basis voor de operationele en bestuurlijke opschaling tijdens incidenten.

Meer specifiek ten aanzien van de aanpak van waterverontreiniging zijn er afspraken en procedures over de inzet van de oliekerende schermen van de stichting Schermenpool Rotterdams Havengebied. Volgens de procedure kunnen deze schermen worden ingezet in het Westelijk havengebied bij waterverontreinigingen veroorzaakt door de aangesloten terminals. In het geval van de Bow Jubail zijn de schermen ook ingezet bij havens aan de noordoever.  Daarnaast hebben Rijkswaterstaat en de Divisie Havenmeester van het Havenbedrijf Rotterdam N.V. een samenwerkingsconvenant.  Ook heeft het Havenbedrijf Rotterdam N.V. een contract met een ruimingsorganisatie (HEBO) waarin afspraken zijn gemaakt over de inzet bij waterverontreinigingen.

3. Is in dit eventuele noodplan een coördinator aangesteld en zo ja, wie is dit dan?

De Divisie Havenmeester van het Havenbedrijf (DHMR) coördineert het schoonmaken van het oppervlaktewater in de havens, verontreinigde schepen, en haveninfrastructuur in havens. Rijkswaterstaat coördineert het voor schoonmaken van het oppervlaktewater op de rivier, glooiingen op de oevers van de rivier en hulpverlening aan bevuilde watervogels.

De GRIP procedure vormt de basis voor de operationele en bestuurlijke opschaling tijdens incidenten. Daarin is vastgelegd wie tijdens GRIP coördineert.

Toen bij het incident met de Bow Jubail de GRIP-2 (GRIP-2: incident met een effectgebied) werd beëindigd, heeft een overdrachtsmoment plaatsgevonden naar Rijkswaterstaat en de Divisie Havenmeester van het Havenbedrijf Rotterdam N.V. (hierna: DHMR).

4. Is het U bekend dat het e.e.a. nu een nogal ongecontroleerde chaotische indruk van de organisatie geeft?

Het was een uniek incident in de Rotterdamse Haven. Het was de eerste keer dat de samenwerkingsovereenkomst besmeurde vogels (SBV) werd afgeroepen. In eerste instantie werden de besmeurde zwanen opgevangen in de reguliere opvangcentra, maar de verwachte aantallen van honderden vogels maakte een grootschalige opvang noodzakelijk. Op zondag 24 juni heeft Rijkswaterstaat de opdracht hiertoe gegeven. Met man en macht is door Rijkswaterstaat, SEA Alarm en andere organisaties gewerkt om de zwanen in de tijdelijke vogelopvang bij de Maeslantkering te ontvangen op dinsdag 26 juni. Hiervoor was nauwe samenwerking en afstemming noodzakelijk.
98 procent van de binnengebrachte zwanen heeft deze olieramp overleefd.

5. Is het bekend dat er meerdere zichzelf benoemde coördinatoren rondlopen waardoor voor de vrijwilligers een zeer onplezierige werksituatie ontstond?

Zoals gebruikelijk bij een dergelijk incident wordt het proces na afloop geëvalueerd. Hierbij wordt uiteraard ook de onderlinge samenwerking betrokken.

6. Wij hebben via de media kunnen vernemen dat handhaving de haven van Maassluis als nauwelijks vervuild bestempeld en er nu al plannen zijn de haven weer te openen, ondanks de gevaren die dit met zich mee kan brengen. En dit terwijl bij o.a. de Rigel en Steenbank wel vervuiling is geconstateerd. Heeft het weer openen van de haven en sluizen misschien een economische reden?

Nee, economische redenen hebben hierbij geen rol gespeeld. De vervuiling van de (buiten)haven van Maassluis is zeer gering gebleken.

7. Waarom is, als de haven van Maassluis nauwelijks vervuild was, niet overgegaan tot het verplaatsen van de zwanen naar deze haven totdat ze bij een opvangcentrum terecht konden? Dit om verdere vervuiling/negatieve invloeden voor de zwanen te voorkomen.
Tijdens het opzetten van de Tijdelijke Opvang Vogels (TOV) voor de zwanen op het terrein van de Maeslantkering zijn de besmeurde zwanen die gevangen konden worden op daarvoor geschikte locaties opgevangen, van waaruit ze naar de TOV zijn gebracht zodra dat mogelijk was.

8. Kunt u ons, de gemeenteraad zo spoedig mogelijk op de hoogte houden van de vorderingen in deze?

Wij hebben u in de periode na de olievervuiling regelmatig geïnformeerd over de stand van zaken.  Zoals wellicht bekend heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) besloten een officieel onderzoek in te stellen. Daarnaast hebben betrokken partijen (Havenbedrijf Rotterdam, Rijkswaterstaat en de VRR) besloten om ieder voor zich een evaluatie te laten uitvoeren. Zodra de officiële evaluaties en onderzoeken beschikbaar komen, zullen wij deze ook met u delen.


 

Redactie

Redactie

Redactie van Maassluis.Nu