MAASSLUIS | De fractie van het VSP heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders op grond van art 51 R.v.O. over het Wmo-budget. Het college heeft de vragen als volgt beantwoord.

1. Is er in onze gemeente ook sprake van onderbesteding bij de Wmo ontstaan in de genoemde onderdelen en zo ja, hoe groot is die onderbesteding?

Inmiddels hebben wij de jaarstukken 2015 van ROGplus ontvangen. Deze stukken zullen naar verwachting in juni in de raadscommissie besproken worden. Uit de jaarstukken blijkt dat in 2015 sprake is van een onderbesteding van € 860.000,- op de functie ‘Begeleiding’. Hieronder vallen de door u benoemde onderdelen: individuele begeleiding en dagbesteding. De onderbesteding op de huishoudelijke hulp is € 60.000,-.

2. Indien ja, hoe komt het dat deze onderbesteding is ontstaan en vindt het college dit wenselijk?

De onderbesteding op de nieuwe taken dagbesteding en individuele begeleiding kan verklaard worden, doordat wij eind 2014 het beleid hebben gemaakt op basis van de informatie van het rijk. Dat wil zeggen het verwachte budget (inclusief 15% korting) en de beschikbaar gestelde cliëntbestanden vanuit het rijk. De korting van 15% is verwerkt in de tarieven die onderdeel waren van de aanbesteding. Nu blijkt dat het gebruik van de voorzieningen (dagbesteding en individuele begeleiding) in de praktijk lager ligt dan op basis van de cliëntbestanden van het rijk was verwacht. Daarnaast zien we dat het aantal nieuwe aanvragen ook lager ligt dan verwacht. Dat er sprake is van een onderbesteding zegt niets over de ondersteuning die wij in Maassluis bieden. Wij vinden het belangrijk dat inwoners die het niet zelfstandig redden en ondersteuning nodig hebben, de noodzakelijke ondersteuning krijgen.

3. Kan het college op korte termijn inzicht geven in de pijn en problematiek die hierdoor bij zorgvragende burgers ontstaat of ontstaan is?

Naar onze mening is er geen pijn en problematiek ontstaan door deze onderbesteding. ROGplus voert gesprekken met cliënten die zich melden of die via Vraagraak (het wijkteam) of het netwerk van professionals in de stad worden gesignaleerd. Bij elke cliënt wordt naar de individuele situatie gekeken. Onze insteek is en blijft, dat de inwoners die het nodig hebben een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning via de gemeente. Als inwoners het zelfstandig redden of met hulp uit hun omgeving dan past dat in de ‘participatiesamenleving’. Als er inwoners zijn die in de knel komen dan is het belangrijk dat zij in beeld komen bij Vraagraak. Vanuit Vraagraak kan dan naar de individuele situatie gekeken worden.

4. Welke beleidsmatige interventie kan worden overwogen om beschikbaar budget ook bij de burger in te zetten, waarvoor het ook bedoeld is?

Onlangs heeft het college besloten om de eigen bijdrage te verlagen voor inwoners met een inkomen tussen de 130% en 150% van de bijstandsnorm. Zij komen ook in aanmerking voor de laagste maximale eigen bijdrage. Deze laagste maximale eigen bijdrage gold eerder alleen voor de groep tot 130% van de bijstandsnorm. De gemeenteraad heeft tijdens de discussie over de verordening maatschappelijke ondersteuning aandacht gevraagd voor de stapeling van kosten voor de groep die iets meer verdient dan 130% van de bijstandsnorm. Met deze maatregel wordt budget ingezet voor inwoners die ondersteuning nodig hebben.

5. Wat wordt met dit overschot gedaan en hoe wordt door het college geborgd dat dit budget de komende jaren beschikbaar blijft in het sociaal domein?

De jaarrekening 2015 van ROGplus laat in totaal een overschot zien van € 1.2 miljoen. Dit overschot is reeds verwerkt in de gemeentelijke jaarrekening 2015. Van deze € 1.2 miljoen is € 325.000,- gestort in de reserve Wmo en Jeugd. Er is € 875.000,- ten gunste van het rekeningresultaat gebracht.

Redactie

Redactie

Hoofdredactie van Maassluis.Nu | Verzorgt berichtgeving die niet onder een specifiek redactieteam valt