Klussen in huis vind ik leuk om te doen, meestal dan. Goed gereedschap is daarbij het halve werk, dus in de loop der jaren verzamel je daar nogal wat van, van zaagtafel, verticale boorstandaard, bandschuurapparaat tot bovenfrees. Plus de verbruiksgoederen zoals schroeven, bouten, lijm, schuurpapier en verf in allerlei soorten, enz.

Nu is opruimen niet m’n sterkste kant, ik geef het grif toe. Ik bewaar teveel, heb altijd het idee dat ik het ooit nog wel ergens voor kan gebruiken. Vaak is dat ook zo. En ik kan het meestal zonder veel problemen terugvinden omdat ik later – onbewust – het voorwerp weer associeer met de plaats waar ik het had opgeborgen. De enkele keer dat ik toch opruimde en allerlei dingen systematisch op een nieuwe plek opborg kon ik niks meer terugvinden.

Op een bepaald moment kun je niet meer ontkennen dat je doodgewoon teveel hebt bewaard. Niet dat ik elk moment Peter van der Vorst verwacht met een tv-camera, maar toch loop je al geruime tijd rond met in je achterhoofd het vage idee dat je er toch een keer aan moet geloven. “Opruimen of niet opruimen, that’s the question”.

Op een dag begint je vrouw het idee ook bij je in de week te leggen, je als het ware een beetje geestelijk voor te bereiden op die dag waarop het moet gaan gebeuren. Als die grote dag is aangebroken neemt zij het voortouw en sta ik er wat hulpeloos bij, met twee linker in plaats van twee rechter handen. Hoe kan ik straks alles weer terugvinden?

Maar door het sorteren van allerhande ongeregeld klein spul en het op te bergen in nieuw aangeschafte transparante doosjes, zie ik, ik moet het toegeven, dat het werkt en dat m’n angst ongegrond was. En ik blijk veel meer te hebben dan ikzelf tijdenlang heb gedacht.

Als ik een verfklusje ging doen, kocht ik bij de Action een stelletje van die kwasten met kunststof haar, fantastisch om mee te schilderen, en zo goedkoop dat het niet loont om ze na afloop van de klus met dure terpentine en veel geklieder schoon te maken. Maar dan blijkt dat ik er bijna 10 van dezelfde maat heb liggen, nieuw met de folie er nog omheen.

Mijn vrouw heeft zich herhaaldelijk verbaasd over wat ze allemaal tegenkwam, laat staan dat ze wist waarvoor het diende. Zoals een schietlood, freesjes, speedboren, Torx bits, enz. Soms moest ik – als ze verzuchtte hoeveel schroeven een mens in z’n leven nodig kan hebben  – uitleggen dat ze niet allemaal hetzelfde zijn. Dat elke klus z’n eigen schroeven vraagt. En dat van de tubes met kit, zoals acrylaatkit, constructiekit, siliconenkit in wit en transparant of lijmkit, alleen de verpakkingen op elkaar lijken.

Ze was al een poosje stil en elke keer hoor ik tik-tik in de vuilnisbak. Zegt ze ineens “waarom bewaar jij al die kapotte ringetjes, wat moet je ermee, ‘k heb ze weggegooid”. Hè? Kapotte ringetjes? Ik snapte eerst echt niet wat ze bedoelde. Bewaar ik kapotte ringetjes, zo ver ben ik toch nog niet heen? Ineens valt m’n oog op een borgringetje naast de vuilnisbak en gaat er een lampje branden, bedoel je er zo eentje? Ja, die. Ik zeg niks, zo blij ben ik met haar opruimen, alles ziet er weer uit om door een ringetje te halen. En ik heb vast nog wel ergens een doosje liggen met van die kapotte ringetjes, denk ik….

 


 

klik hier voor foto kapotte ringetjes

Joop P van de Merwe

Joop P van de Merwe

Columnist op donderdag 1x per maand 2014-2015| voormalig internist-immunoloog (Erasmus MC)

2 Reacties

  1. 19 februari 2015 at 12:25

    Ik herken heel veel van mijn situatie in deze column, alleen qua slot heb ik mazzel dat mijn vrouw deze ringetjes wel herkent.

  2. 19 februari 2015 at 12:02

    Haha… Heerlijke coumn, Joop. Hier is het net andersom net als bij mijn ouders. De gevleugelde uitspraak is: straks zet-ie mij ook nog bij het grof vuil…