In de jaren negentig keek ik met veel plezier naar de Britse serie Keeping Up Appearances. Ik was toen uiteraard veel jonger en kon hartelijk lachen om de strapatsen van Hyacinth Bucket – uitgesproken als Bouquet, dat vond ze zelf ook een stuk chiquer klinken.
Ik vond Hyacinth destijds vooral een krampachtige snob, een vrouw vol gebakken lucht die wanhopig probeerde te bewijzen dat zij tot een betere stand behoorde. Haar overdreven keurigheid, haar kapsones en haar voortdurende pogingen om haar omgeving naar haar hand te zetten, maakten de serie hilarisch. Vooral de manier waarop zij haar echtgenoot Richard behandelde, was een bron van vermaak.
Richard moest namelijk voortdurend worden bijgestuurd.
- Hoe hij reed.
- Hoe hij zich gedroeg.
- Wat hij wel en vooral niet moest zeggen.
- Hoe hij een spijker in de muur moest slaan.
- Waar hij moest staan.
- Wat hij moest aantrekken.
- Hoe hij zich tegenover anderen diende te gedragen.
Eigenlijk kon Richard weinig goed doen.
En Hyacinth had niet alleen kritiek op Richard. Ook buren, familieleden, vrienden, de dominee en iedereen die toevallig haar pad kruiste, ontkwam niet aan haar scherpe blik. In haar eigen beleving was zij nu eenmaal de maatstaf waaraan anderen zich dienden te meten. Perfectie had een naam: Hyacinth.
Achteraf
Destijds lachte ik erom. Inmiddels kijk ik er toch met andere ogen naar. Wat mij, na al die herhalingen, veel meer is bijgebleven dan haar potsierlijke snobisme, is de positie van Richard.
Hoe zou het eigenlijk zijn om voortdurend te worden gemanaged door degene met wie je je leven deelt?
Micro-management noemen we dat tegenwoordig. Een term die we vooral kennen uit werkomgevingen, waar een leidinggevende zich bemoeit met ieder detail van wat een medewerker doet. Niet omdat die medewerker het niet kan, maar omdat de manager ervan overtuigd is dat het beter, sneller of correcter kan als hij of zij zich er voortdurend mee bemoeit. En precies dat gebeurde bij Richard. Hij kreeg nauwelijks ruimte om zelfstandig te handelen. Zijn vrouw stond als het ware voortdurend over zijn schouder mee te kijken.
- Doe dit.
- Niet zo.
- Zo moet het.
- Heb je daar nou echt niet aan gedacht?
- Wat doe je nu weer?
Het lijkt onschuldig, zeker wanneer je het verpakt als ‘helpen’, ‘meedenken’ of ‘even aangeven hoe het handiger kan’. Maar als dat patroon zich iedere dag herhaalt, gebeurt er iets met iemand. Hoe voelt het als degene van wie je juist erkenning, vertrouwen en veiligheid verwacht, voortdurend laat merken dat jouw manier niet goed genoeg is?
Zelfstandigheid en zelfvertrouwen
Dat kan langzaam knagen aan je ego. Aan je zelfvertrouwen. Aan je gevoel van competentie. En uiteindelijk misschien zelfs aan je zelfbeeld. Een mens heeft behoefte aan autonomie. Aan het gevoel: ik kan dit zelf. Niet omdat je alles perfect moet kunnen, maar omdat zelfstandig handelen onderdeel is van je gevoel van eigenwaarde. Als jouw partner je voortdurend corrigeert, kan er ongemerkt een andere boodschap ontstaan:
- Blijkbaar kan ik het niet.
- Blijkbaar doe ik het altijd verkeerd.
- Blijkbaar moet zij mij vertellen hoe het moet.
En dan ontstaat een merkwaardige dynamiek. De één wordt steeds meer de manager en de ander steeds meer de uitvoerder. De manager denkt: Als ik het niet regel, gebeurt het niet goed. De uitvoerder denkt uiteindelijk: Laat haar het dan maar doen. En zo houd je elkaar gevangen in een patroon dat ooit misschien begon met één onschuldige opmerking: “Zal ik even zeggen hoe je dat het beste kunt doen?” Voor je het weet is die ene opmerking uitgegroeid tot een huwelijk waarin de ene partner instructies geeft en de andere vooral probeert geen commentaar uit te lokken.
Daar zit ook een gevaarlijke paradox in! Hoe meer je iemand corrigeert, hoe minder verantwoordelijkheid die persoon misschien gaat nemen. Waarom zou je initiatief tonen als je toch onmiddellijk te horen krijgt hoe het beter moet? En hoe meer iemand zich terugtrekt, hoe meer de ander denkt: Zie je wel, ik moet het allemaal zelf doen.
Krijgen wat je juist niet wilde
Hyacinth kreeg daardoor precies wat ze niet wilde: een echtgenoot die steeds minder zelfstandig opereerde. Maar de vraag of Richard een slachtoffer was, is niet eens zo boeiend in deze context.
De interessantere vraag is: hoeveel Hyacinth zit er misschien in onszelf?
Niet alleen in vrouwen overigens. Ook mannen kunnen uitstekend micro-managen. Maar vandaag leg ik die vraag bewust bij de vrouwelijke lezers neer. Eerlijk is eerlijk; hoeveel vrouwen zeggen regelmatig tegen hun partner:
- Niet zo hard rijden.
- Je moet het wel zo aanpakken.
- Waarom heb je dat nou weer zo gedaan?
- Laat mij het maar even doen.
- Je moet tegen die mensen gewoon dit zeggen.
- Dat shirt kun je echt niet aantrekken.
En natuurlijk: soms heeft de ander gewoon ongelijk. Soms is bijsturen verstandig. En soms is het ook gewoon handig dat iemand weet hoe je de vaatwasser efficiënt inruimt. Al is daar in sommige huwelijken kennelijk een universitaire studie voor nodig.
Maar de vraag is niet of je één keer iets zegt, de vraag is: hoeveel ruimte laat jij je partner om zijn eigen mens te zijn?
- Mag hij iets op zijn eigen manier doen, ook als jij het anders zou aanpakken?
- Mag hij een fout maken zonder dat jij meteen zegt: “Zie je wel”?
- Mag hij zelf beslissen?
- Mag hij ergens onhandig in zijn?
En misschien wel de belangrijkste vraag: kan jij verdragen dat iets niet gebeurt op jouw manier?
Immers liefde betekent niet dat je de ander voortdurend moet verbeteren. Soms betekent liefde juist dat je een stap achteruit doet. Niet omdat je het niet beter weet. Maar omdat je de ander vertrouwt. Dus dames, ik leg hem maar eens bij jullie neer. Niet als beschuldiging, maar als spiegel.
In hoeverre ben jij Hyacinth, de micro-manager, en is jouw partner daar eigenlijk wel helemaal akkoord mee?
Of heeft jouw Richard zich inmiddels gewoon stilletjes teruggetrokken naar de zolder, de schuur of garage?
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 97 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

1 Reactie
Ik mij voorstellen dat dit gedrag weleens tot moordneigingen kan leiden, vooral als het zich elke dag, ieder uur tot aan het slapen gaan voordoet.
Misschien is dit wel het motief voor de nog onopgeloste moorden.
Wie weet, want de slachtoffers zijn immers niet mondig meer en de daders ontkennen in alle toonaarden plus dat zij of hij blij is van dat serpent af te zijn.😂
Zoiets…?