Ik loop op deze mooie maandagmiddag door het stadshart en mijmer wat over vroeger. Ik denk terug aan mijn pubertijd in de jaren zestig. Opgeschoten gasten zoals Aad en David waren een voorbeeld voor mij. Ze stonden klaar om een buurvrouw te helpen die het moeilijk had. Boodschappen doen voor een oude vrouw die in de “Paard z’n bek” woonde. Een arm gezin in de Sandelijnstraat helpen met ramen zemen. Ze waren nooit te beroerd om een ander te helpen. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om. De mensen zorgden destijds goed voor elkaar. Spontaan of op verzoek.

Ik ben benieuwd of ik zelf die vraag in onze tijd zou stellen Kun jij mij alsjeblieft helpen? Wie doet dat überhaupt? Ik besluit om daarover een praatje te maken met een leeftijdgenoot die ik tegenkom.

Niet veel later op de Markt zie ik op een bankje in de zon een heer en een dame, zeventigers schat ik. Ze hebben net genoten van een ijsje. Ik groet hen en neem plaats vlak naast hen.

Hij kijkt mij aan en ik knoop een gesprek aan. We praten over zelfstandig blijven wonen, digitale hindernissen en moeilijk bereikbare instanties. Dat blijkt de opmaat voor een vraag van zijn kant.

“Heb je dat nou ook? Je vraagt of je iets voor iemand kan doen… bijvoorbeeld boodschappen doen, ramen zemen. Je krijgt dan te horen Nee hoor, is niet nodig. En later hoor je: die mevrouw of meneer kan niks meer. Wanneer moet iemand zich opdringen om hulp te geven? Ook als het om financiële hulp gaat! Weet je… het komt geregeld voor. Het zou handiger en verstandiger zijn om toe te geven als ze het niet allemaal alleen kunnen.”

Zijn vrouw valt hem bij: “En we hebben het hier niet over geformaliseerde ouderenvervoer of georganiseerde instellingen. Nee. Gewoon om als buurt iets doen, een helpende hand te bieden. Dus niet namens een kerk of geloof. Gewoon… als buurtbewoners … omdat wij dit willen en kunnen.”

Hij vult aan: “Niet dat er iets mis is met die instanties, maar dat is vaak een te hoge drempel. Waarom wijzen mensen toch steeds weer hulp af?”

Ik denk even na: “Hmm. Het zou kunnen dat men in de afgelopen jaren geïsoleerd is geraakt en daardoor vervreemd van anderen. Dat maakt hen mensenschuw. En al die voor hen onbekende lui die op hun telefoon lopen te loeren zonder te zien wie tegemoet loopt. Hulpbehoevenden vereenzamen rap en worden eenkennig. Anderzijds proberen ze zich groter voor te doen dan ze zijn… uit onterechte schaamte.”

Hij knikt: “Ja daar heb je een goed punt! Hoe kunnen we als gewone mensen dat doorbreken? Ik vind dat lastig. En als ik zie dat iemand het moeilijk heeft, dan jeuken mijn handen…”

Ik snap hun beleving, bedank hen voor het gesprek en sluit met een belofte af: “Tot ziens en ik beloof jullie dat ik in mijn column een warm pleidooi zal houden voor dit thema.”

Ik wandel richting Kevin’s en bij binnenkomst begroet mij de jongedame achter de bar: “Waarmee kan ik u van dienst zijn?”

Ineens valt bij mij het kwartje en ik zeg spontaan: “Een dienst hoeft niet altijd te leiden tot een wederdienst … Dat is het euvel!”

Ze kijkt mij verbaasd aan. Ik lach: “Schenk maar een jonge borrel. Ik dacht even hardop. Samen zijn we Maassluis krijgt voor mij ineens een heel andere, mooie betekenis!”

Santjes!

Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist – mogelijk tussen de regels door –  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 324 lezers



Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Krook

Krook

KROOK | Columnist van 01-2024 tm 02-2026 |
Schrijver over gedachtenkronkels van gewone mensen en dingen die voorbijgaan | Leven in de kantlijn van het bestaan | Ziener van het ongeziene | Ertoe doen waar het er niet toedoet | Midden in het Niemendal Maassluis