Column: Waarom voetbal zo belangrijk voor ons is, maar wij toch ons hoofd niet moeten verliezen
In het spel kun je volledig opgaan, alsof de wereld om je heen verdwijnt. Zeker als er fraaie goals worden gescoord. Toch komt er als nuchtere Hollander een moment waarop je weer met beide benen op de grond wilt staan.
Column: Middeltje
Vroeger reed je nog fluitend van Maassluis naar het strand, en ’s avonds vrolijk weer terug. Als grijsaard hoef je dat niet meer te proberen. Tenzij, tja, een elektrische fiets. Frank en vrij, alsof je weer een tiener bent. Nee: sneller nog dan toen. De elektrische fiets: geen wonder dat het zo’n populair hebbedingetje is.
Column: Slappeling
Nu de avonden weer lang zijn en de ramen weer wijd open staan, genieten mijn buren en ik weer dagelijks van de uitbundige formule 1-geluiden op de Laan ’40-’45. Blijkbaar hebben de mensen in Maassluis oost vaak haast
Column: Netjes
Soms zou ik het weleens willen opschudden. Dat ik met een quad of jeep eens lekker door die keurige gazonnetjes scheuren kon. Dat ik al die nette mensen kon laten zien hoe hard en rauw het leven soms óók kan zijn.
Column: Mijn Maassluis
Ben ik soms in Parijs, denk ik even, maar zo hoog als de Montmartre is de Maasdijk niet. Het wit is niet meer zo mooi als eerst. Het moet toch wat zijn om te wonen in deze boerderij. Steeds als je naar buiten kijkt: die kerk.
Column: Fenacolius
Nu denk je misschien dat er belangrijker nieuws is, maar in het lokale huis-aan-huisblad van vorige week ging wèl uitgebreid aandacht uit naar de verhuizing van een parfumerie, Moederdag Bon-bonnetjes, en de komst van de zoveelste woonwinkel die gewoonlijk geen vijf jaar standhoudt in het centrum van de stad.
Column: Een stad aan het Scheur
Zo veranderde de stad van karakter. Het leven werd gelijkmatiger en voorspelbaarder en steeds minder mensen werkten in de open lucht. De welvaart nam toe en de stad dijde uit. Maar ook leidde het ertoe dat de mensen in de stad iets van hun ontzag voor de wereld verloren, en dat de grote kerk steeds minder belangrijk voor hen werd.
Column: Vreemd
Een ongemakkelijk gevoel is de regel bij dit soort ontmoetingen. Diepgaand wordt het zelden, in gebroken Engels, en bovendien staan we midden op de stoep. Ik besluit dat als ik hem morgen bij het Koningsontbijt op de Zuiddijk zie, ik hem alsnog zal uitnodigen. Gelukkig heeft hij zijn familie om zich heen.