Column nr: 66

Winkeltjes van vroeger, plots verdwenen, langzaam maar zeker vertrokken door de komst van grote supermarkten die alles gingen verkopen of omdat steeds meer mensen hun inkopen online gingen doen.

In het dorp waar nu vooral horeca gevestigd is zaten vroeger veel winkeltjes. Ik kan me sommigen daarvan nog goed herinneren.

Op de Dr. Kuyperkade zat vroeger een winkeltje waar ik doodsangsten uit stond als mijn moeder daar naar binnen wilde. Het was de winkel van Boog, waar ze serviezen en kop en schotels verkochten. Die kop en schotels stonden in enorme stellingen in de winkel en zo dicht op elkaar dat het een hele kunst dat je zo’n stelling niet raakte. Voordat we de winkel binnengingen werd ik altijd indringend gewaarschuwd door mijn moeder. Ik moest uitkijken, nergens aankomen, niks omstoten en “Overal vanaf blijven”! Ik was altijd zo blij als we de winkel weer heelhuids verlieten en alle kop en schotels netjes op hun plek waren gebleven.

Op diezelfde dr. Kuyperkade zaten wel drie bakkers. Het begon met Jonkman die koekjes en gebak verkocht maar op dat rijtje zaten ook nog bakker Vonk en bakker van de Veer. Ik ken ze zelf niet allemaal meer bij naam maar gelukkig beschikt mijn tante over een ijzersterk geheugen en zij wist ze allen te benoemen. Koffie en ijsshop Vonk is natuurlijk nog niet zolang weg maar was op dat rijtje wel een van de laatste iconen.

Bakker van de Veer kan ik me nog wel goed herinneren, daar bestelden mijn ouders wekelijks hun brood wat mijn broer of ik dan moesten ophalen. Met de kerstdagen was dat een groot feest want dan werd er naast het brood nog veel meer besteld, de luxe kerststol, een tulband en een mooie amandelstaaf. Alles vers van de bakker. Ik weet dat ze op een gegeven moment met bestellijsten gingen werken en dan moest je van tevoren doorgeven wat je wilde hebben.

Nu zult u denken, drie bakkers zo dicht op elkaar? Al tellend ontdekte mijn tante dat het met de slagers nog erger was.

Op de Zuidvliet zaten er alleen al drie en dan zat slager Van Gelderen nog op de Markt. In de buurt van de Patijnestraat zat ook nog een slager. Ik vraag me dan toch wel af hoe die zich allemaal staande hielden. Ik kan me niet voorstellen dat iedereen elke dag vlees en vleeswaren at, zoveel geld zullen mensen ook weer niet te besteden hebben gehad.

Er waren op het dorp twee “visjeswinkels”. Ja, echt waar: bij ons thuis heette dat de visjeswinkels, je kon gebakken vis kopen bij Fillekes of bij Groen. Groen zat toendertijd op de haven en later is familie Groen nog verhuisd met hun “visjeswinkel” naar de Koningshoek, waar zij pas onlangs weg zijn gegaan. Heerlijk om op zaterdag met zijn allen gebakken vis te eten, mijn moeder was niet zo’n visliefhebster maar ze deed toch dapper mee. De nieuwe haring werd altijd in emmertjes gekocht door mijn vader, wel vuile, dan maakte hij ze zelf wel schoon.

Mijn favoriete winkel was natuurlijk “De Kindervriend”, de enige speelgoedwinkel, ter hoogte van waar nu de Kruidvat zit. Ook daar weer grote stellingen, alleen dit keer geen kop en schotels maar speelgoed, zo ver je oog kon reiken. Ik kon me daar uren vergapen aan alles wat er werd verkocht. Achterin de winkel zat nog een poos een postkantoortje waar mijn moeder wekelijks haar boodschappengeld haalde. Als ze dan klaar was moest ze me altijd zoeken want ik zwierf dan intussen langs alle stellingen met speelgoed.

Ik weet dat herinneringen van lang geleden altijd “gekleurd” zijn, gekleurd door emoties die toen speelden, verlangens die je had en door wat anderen uit je omgeving tegen je zeiden of ervan vonden. Mijn herinneringen aan deze winkels horen voor mij bij mijn jeugd, in het “echt”.

Zal het wellicht anders zijn geweest maar dit, dit is hoe ik het me herinner.

Ik ben benieuwd naar uw herinneringen van al de winkels in het dorp.

Wilt u ze hieronder delen?
Ik ben benieuwd.

Trudie Pasterkamp

Trudie Pasterkamp

Trudie Pasterkamp | Zaterdagcolumnist per 9-2017 | Coach Rouwverwerking & Verlies | Praktijk ELBE | Gastcolumnist in zomer 2017

4 Reacties

  1. G. Hanneman-de jong
    4 april 2020 at 13:56

    Vooral Maarten ‘t Hart heeft veel verhaald over het rijke middenstandsleven in het Maassluis van voor de oorlog. Het stikte er van de bakkers, slagers, kruideniers en al die andere zaken. Trouwens tot ver na 1945.
    Dat werd veroorzaakt omdat elke gezindte zijn eigen winkeliers had. Wie vroeger een winkel had, moest goed op zijn klanten en mede-middenstanders letten. Want de verzuiling had haar sporen doorgetrokken tot in de winkelstraten! Neem de gereformeerde bakkers in de stad (sorry, in het dorp ..) Wie katholiek was, kocht daar niet. Elke gereformeerde bakker had z’n eigen klanten: uit de kerk en kennissenkring.

  2. Trudie
    4 april 2020 at 13:47

    Ja, Martina van Vliet, even sluis in, zeiden ze bij mij thuis ook en de sigarenboer kan ik me inderdaad ook nog herinneren. Dank voor je reactie!

  3. Martina van Vliet
    4 april 2020 at 10:28

    Hoi Trudie, jazeker wil ik die delen. Wij haalden vlees bij slager Kloppenburg op de Noordvliet, iets verderop in de Goudsteen zat slager Zwaard, waar ik de nasi en de leverworst moest halen. Aan die kant van de Vliet zat bakker Prins, later de Boode. Aan de overkant van de Noordvliet zat ook een bakker. En een schoenenwinkel (de Haan?) Op zaterdagavond mocht ik bij kapper Arie Vellekoop de winkel vegen. Dan kreeg ik een snoepje van tante Ko, zijn vrouw. Het centrum ( effen ‘Sluis in, zei tante Dit altijd) was levendig, met een variatie aan winkels. Als ik voor mijn vader een pakje Bond Street moest halen, zei de sigarenboer (1 van de 3) knipogend: jij komt stront biet halen?? Als kind moest ik daar erg om lachen. Natuurlijk zijn onze herinneringen gekleurd. Je was kind, je wereldje was klein en overzichtelijk. Ik doe hierbij meteen een oproep aan alle Sluizers: blijf onze hardwerkende middenstanders steunen en koop kaas, vlees, vleeswaren, brood, kleding enz bij hen. Zeker nu!!

  4. Aad Rieken
    4 april 2020 at 09:18

    Mijn herinneringswinkel was Kruidenier/waterstoker Pieterse
    onze overbuurman in de Boogertstraat waar ik duimpielikdrop
    gelukzakjes zoethout en kauwgum kocht met plaatjes van
    filmsterren of sporthelden die in de verpakking was verstopt.
    Ook het Piggelmeealbum met van Nelle-thee was populair.

    Die slager in de Patijnestraat hoek Jokweg was Brinkman,
    even verder op het Damplein zat ook een slager van Gelderen
    en in de Lijnstraat ook op korte afstand slager Booister.

    Verder heb ik ook mijn herinneringen aan “De Kindervriend”,
    waar wij na de Boogertstraat Behang en Verf verkochten!