Soms denk ik dat vrouwenemancipatie vooral bestaat uit een reeks misverstanden. We zeggen dat we mondig zijn, maar we fluisteren onze grenzen. We noemen het samenwerken, maar we bedoelen vaak: ik slik het nog één keer in.

Ze kwam binnen met rechte schouders en een zekere blik in haar ogen.
“Cobi,” zei ze, “ik weet eigenlijk niet waarom ik hier ben. Ik ben toch behoorlijk geëmancipeerd, hoor.”

Dat hoor ik vaker. Vrouwen die menen dat emancipatie een afgevinkte lijst is: werk, inkomen, auto, partner die kookt op dinsdag. Ze denken dat gelijkwaardigheid iets is wat je hebt, niet iets wat je doet.

Ik glimlach. “Vertel eens wat er speelt.”

Ze zucht. “Nou, op mijn werk loop ik steeds tegen dezelfde muur. Ik geef mijn mening in vergaderingen, maar ze luisteren gewoon niet. En als ik dan eindelijk iets zeg wat aankomt, herhaalt een mannelijke collega het vijf minuten later — en dán wordt het pas serieus genomen.”

Ik knik. “En wat doe je dan?”

“Dan zeg ik niks meer. Ik wil geen ruzie. Dat helpt toch niet.”

Een stilte.
Ik wacht, want in stiltes hoor je vaak de waarheid ademen.

“Maar goed,” vervolgt ze, “ik probeer het thuis anders te doen. Mijn man en ik delen alles eerlijk. Nou ja, bijna alles. Hij beslist meestal over de financiën, want daar is hij ‘handiger’ in, zegt hij. En ik laat het maar zo. Ik wil geen gedoe.”

Ik vraag: “Waarom zou eerlijk delen niet óók betekenen dat jij dat deel naar je toetrekt?”

Ze kijkt me aan alsof ik iets geks zeg. “Nou, hij werkt meer uren. Dan is het logisch dat hij het overzicht houdt, toch?”

Ik herhaal zacht: “Logisch?”

Ze bloost. “Misschien niet. Maar ik heb er gewoon geen zin in. Dat gezeur over geld.”

Ze lacht er wat ongemakkelijk bij. En ik hoor die lach vaker — het verontschuldigende soort, bedoeld om spanning weg te poetsen.

“Wat betekent emancipatie voor jou?” vraag ik.

Ze denkt even na. “Dat ik zelfstandig ben. Dat ik mijn eigen keuzes maak.”

“En doe je dat?”

“Ja, natuurlijk. Nou ja, meestal wel. Behalve als ik denk dat het beter is om de ander zijn gang te laten gaan. Je moet ook een beetje soepel zijn, hè?”

Ik knik. “Soepelheid is mooi. Maar te veel buigzaamheid is slapte in vermomming.”

Ze kijkt op. “Dat klinkt hard.”

“Het is niet hard,” zeg ik. “Het is waar.”

Ze zwijgt. Ik zie hoe ze in gedachten iets afweegt.
Dan zegt ze: “Weet je, soms denk ik: misschien bén ik gewoon niet assertief genoeg. Maar ik wil ook niet zo’n vrouw worden die overal tegenin gaat. Zo eentje die in vergaderingen alleen maar roept dat ze ook gehoord wil worden. Dat vind ik ook niks.”

Ik glimlach. “Je verwart assertiviteit met agressie. Dat doen veel vrouwen. Assertief zijn is niet schreeuwen — het is helder spreken. Vanuit jezelf, zonder excuus.”

Ze fronst. “Maar dat voelt onnatuurlijk. Alsof ik dan iemand anders word.”

“Of misschien,” zeg ik zacht, “word je dan eindelijk jezelf.”

Ze lacht ongemakkelijk, maar haar ogen worden vochtiger.
“Ik heb me altijd aangepast,” fluistert ze. “Thuis, op school, later in relaties. Altijd aardig gevonden willen worden. Zelfs nu nog. Ik ben 47 en ik durf niet eens tegen mijn leidinggevende te zeggen dat ik te veel werk op mijn bord heb.”

Ik zeg niets.
Zij vervolgt: “Ik had laatst een conflict met een vriendin. Ze had zonder overleg iets voor me geregeld — zogenaamd om me te helpen. En in plaats van dat ik zei: ‘Dat wil ik niet’, zei ik: ‘Ach, wat lief van je’. En daarna was ik kwaad op mezelf.”

“Je kiest voor harmonie,” zeg ik, “maar betaalt met zelfverlies.”

Ze knikt. “Ja. En dat voelt als falen. Terwijl ik dacht dat ik juist zo ver was. Studeren, werken, eigen inkomen. Ik dacht: dát is emancipatie. Maar blijkbaar is het niet genoeg.”

Ik glimlach begrijpend. “Het is een begin. Maar echte emancipatie zit niet in je bankrekening, je opleiding of je baan. Het zit in de toon waarop je ‘nee’ durft te zeggen.”

Ze kijkt me vragend aan. “Maar hoe leer je dat dan?”

Ik zeg: “Door het te doen. Door te oefenen met ongemak. Door te stoppen met sorry zeggen voor je eigen bestaan.”

Ze zwijgt lang. Dan zegt ze: “Ik zeg inderdaad heel vaak sorry. Zelfs als iemand tegen míj opbotst.”

“Dat is je automatische piloot,” zeg ik. “De sub-assertieve reflex. Je denkt dat beleefdheid veiligheid biedt, maar het maakt je onzichtbaar. En onzichtbare vrouwen worden zelden serieus genomen.”

Ze zucht diep. “Dat is precies hoe het voelt: onzichtbaar.”

“Dan is dat je uitgangspunt,” zeg ik. “Vanaf nu oefen je met zichtbaar zijn. Begin klein. In de supermarkt. Als iemand voor je dringt, zeg je rustig: ‘Sorry, ik was aan de beurt.’ En als je merkt dat je hart dan bonst — prima. Dat is de spier van je zelfrespect die eindelijk traint.”

Ze lacht nu echt, oprecht. “Dat klinkt simpel.”

“Eenvoudig,” zeg ik. “Niet simpel.”

Ze knikt langzaam. “Ik denk dat ik het snap. Ik dacht altijd dat emancipatie iets was wat je voor elkaar had. Maar eigenlijk is het iets wat je voortdurend dóét.”

Ik glimlach. “Precies. Emancipatie is een werkwoord. Elke dag opnieuw.”


Nawoord

Wat werkt?
Niet het harde roepen, niet het eeuwige uitleggen, niet het excuserende glimlachen. Wat werkt, is innerlijke toestemming — de toestemming om je ruimte in te nemen zonder schaamte of schuld.
De geëmancipeerde vrouw is niet degene die alles onder controle heeft, maar degene die zichtbaar durft te zijn. Want onzichtbare vrouwen — hoe capabel of goedbedoelend ook — worden zelden serieus genomen.

Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist – mogelijk tussen de regels door –  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 120 lezers



Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Cobi Wittevlo-Nowé

Cobi Wittevlo-Nowé

COBI WITTEVLO-NOWÉ | start 2023 | geëmancipeerd en gepensioneerd zorgverlener en Life coach | NVVE, NVSH. NVVH | ZORGEN MAKEN OVER DE ZORG | Uitgesproken uitgesproken met een eigen mening en visie