“Laat me even uitleggen hoe het allemaal begon,” zegt Marja, terwijl ze haar jas nog half aan heeft. Ze heeft zich nauwelijks gezeteld in de stoel tegenover me of haar woorden stromen al. “Het was vorig jaar, rond deze tijd. Ik had toen die baan bij de gemeente nog, weet je wel? Nou ja, eigenlijk was dat al eerder een probleem, want toen in dat team…”
Ik glimlach, knik, luister. De eerste tien minuten gaan voorbij. Marja’s stem golft op en neer, vol details, zijpaden en anekdotes. Ze lijkt op een wandelaar die elke afslag neemt, behalve de weg die naar haar bestemming leidt. Wanneer ik haar voorzichtig onderbreek met: “Wat wil je dat we vandaag onderzoeken?”, kijkt ze even verbaasd, alsof ik een spannend verhaal onderbreek vlak voor de ontknoping.
Marja is niet dom, integendeel. Ze is betrokken, sociaal en verbaal vaardig. Maar in gesprekken raakt ze verstrikt in haar eigen behoefte om alles te duiden. Ze gelooft dat de ander pas iets echt kan begrijpen als ze het hele pad laat zien dat ernaartoe leidde. Alsof de ander haar niet kan volgen zonder routebeschrijving van elke bocht en hobbel.
De angst om verkeerd begrepen te worden
Wat Marja doet, is herkenbaar voor veel mensen — vooral vrouwen van wie in het verleden vaak werd verwacht dat ze zich moesten verantwoorden, nuanceren, uitleggen. Marja is bang om te snel, te scherp of onvolledig over te komen. Dus legt ze liever “alles even uit”.
Daaronder schuilt een oude reflex: de behoefte om controle te houden over hoe de ander haar ziet. Want stel je voor dat iemand haar woorden verkeerd interpreteert, of haar bedoelingen verkeerd inschat. Liever overspoelt ze het gesprek met context dan het risico te lopen verkeerd begrepen te worden.
In haar werk heeft die gewoonte haar al parten gespeeld. Collega’s die haar eerst aardig en toegankelijk vonden, begonnen na verloop van tijd gesprekken te vermijden. “Ik merk dat mensen afhaken,” zegt ze met een zucht. “Ze zeggen dat ik te lang van stof ben, maar ik wil gewoon duidelijk zijn.”
Dat is precies het misverstand: duidelijkheid is niet hetzelfde als volledigheid.
Het verschil tussen richting en betekenis
In een coachinggesprek draait het om betekenis, niet om de route die ernaartoe leidde. De essentie van wat iemand voelt of nodig heeft, schuilt zelden in de volgorde der gebeurtenissen. Die betekenis wordt pas zichtbaar als je stil durft te staan bij het nú — niet bij het hele pad dat ernaartoe leidde.
Wanneer ik Marja vraag: “Wat was het moment waarop jij voelde: nu gaat het mis?”, valt ze even stil. Dan zegt ze: “Tja… dat is moeilijk te zeggen, want het was eigenlijk een opeenstapeling van dingen.”
Ik laat de stilte even duren. “Als je één moment moest kiezen,” zeg ik, “welk beeld komt dan het eerst bij je op?”
Ze sluit haar ogen. “Toen mijn leidinggevende voor de zoveelste keer over mijn ‘uitweidende mails’ begon. Ik voelde me ineens… klein. Alsof ik het nooit goed kon doen.”
Dat is het moment waarop het gesprek kantelt. Niet de route, maar het gevoel is de ingang.
De kracht van focus
Veel mensen denken dat ze door uitgebreid te vertellen juist zorgvuldig communiceren. Maar wat ze in feite doen, is hun boodschap verdunnen. De luisteraar haakt niet af omdat het onderwerp niet boeiend is, maar omdat hij de draad verliest.
Een goed gesprek vraagt richting, niet route. Richting betekent: weten waarom je iets vertelt. Route is: alles willen verklaren hoe het zover kwam.
Ik leg het Marja uit met een eenvoudig beeld: “Stel, je wilt me vertellen dat je moe bent van steeds jezelf moeten bewijzen. Je kunt dat doen via drie wegen. Eén: je vertelt het letterlijk — ‘ik ben moe van mezelf steeds te moeten bewijzen’. Twee: je vertelt één herkenbare situatie waarin dat zichtbaar werd. Drie: je neemt me mee in het hele levensverhaal vanaf je eerste baan tot nu. Welke vorm denk je dat de ander onthoudt?”
Marja lacht schamper. “Niet nummer drie, dat weet ik ook wel.”
“Precies,” zeg ik. “En toch kies jij elke keer weer voor die derde vorm. Waarom?”
Ze denkt na. “Misschien omdat ik bang ben dat ik anders niet geloofwaardig ben. Alsof ik dan te oppervlakkig overkom.”
Het is een rake observatie. Voor veel mensen voelt kort en to the point spreken als oppervlakkigheid, terwijl het in werkelijkheid getuigt van helderheid en vertrouwen.
De essentie leren vangen
Aan het eind van ons gesprek geef ik Marja een oefening mee: vertel je verhaal nog één keer, maar in drie zinnen.
Ze zucht diep, denkt even na en zegt dan:
“Ik voel me niet serieus genomen op mijn werk, omdat mensen mijn uitleg als te veel ervaren. En dat maakt me onzeker. Ik wil leren hoe ik mijn punt kan maken zonder me steeds te moeten verantwoorden.”
Ik glimlach. “Dat is de kern. Dáármee kunnen we werken.”
Wat een wereld van verschil: van een kwartier route naar drie zinnen richting.
Waarom we de neiging hebben om te verdwalen
Marja’s verhaal staat niet op zichzelf. Veel mensen, zeker in een tijd waarin communicatie vaak vluchtig en digitaal is, voelen de drang om extra context te bieden — alsof ze daarmee het gemis aan echt contact kunnen compenseren. We leven in een tijd waarin nuance schaars is en misverstanden op de loer liggen. Dus bouwen we onze verhalen als vestingen: met stevige muren van uitleg en verdediging.
Maar wie zich te veel indekt, verliest de ander onderweg. De essentie verdwijnt in bijzinnen, de emotie raakt ondergesneeuwd in argumenten. Een gesprek dat bedoeld is om verbinding te brengen, wordt dan een monoloog ter zelfbescherming.
De kunst van weglaten
Een goed gesprek is als een goed schilderij: niet wat erop staat, maar wat wordt weggelaten maakt het sterk.
Marja leerde in de weken erna haar verhalen te ontdoen van ballast. Eerst struikelend, dan steeds zelfverzekerder. Ze merkte dat mensen niet minder, maar juist meer naar haar luisterden. Dat ze de ruimte kreeg om echt in gesprek te zijn — niet langer verdwaald in haar eigen routebeschrijving.
“Het voelt gek,” zei ze laatst, “alsof ik minder zeg, maar meer raak.”
Precies dat is de kern van communicatie: niet de route, maar de richting bepaalt of je aankomt.
Advies
Wie de kunst van het gesprek wil leren, hoeft niet te leren meer te zeggen, maar minder en helderder. Stel jezelf drie vragen vóór je begint te praten:
- Wat wil ik dat de ander begrijpt of voelt?
- Wat is daarvoor echt nodig om te zeggen?
- En wat mag ik gerust weglaten?
Want een gesprek is geen routebeschrijving — het is een ontmoeting. En in elke echte ontmoeting is stilte net zo belangrijk als het woord.
PS
ik had kunnen volstaan met schrijven “Mensen komt direct to the point zonder allerlei details”, maar dan hadden we nu geen column gehad.
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 157 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
