Ik kreeg van de redactie onderstaande post onder ogen waarin een bezorgde inwoner iets signaleert: een ongewenst fenomeen wat kan ontstaan door falende hulpinstanties in ons welvarende Maassluis.

Het signaal is helder maar kort door de bocht gesteld. En toen kwamen de internet hyena’s in actie. Onze redactie en degene die het signaal had afgegeven werden afgekraakt, bijna aangevallen. Het beoogde medeleven daarentegen was slechts mager vertegenwoordig. Het sluit in mijn ogen aan bij wat Trudy op zaterdag schrijft: moord en brand schreeuwen, beschuldigend vingers wijzen en nog net niet de brandstapel aansteken.

Gelukkig zijn er onze eigentijdse Joan of Arc’s. Die strijden tegen onrechtvaardigheid en zich niet laten weerhouden door facebook-rechters.

Je hoeft het scherm maar aan te zetten of de morele verontwaardiging gutst je tegemoet. Deze week was het weer raak: op de Facebookpagina van onze lokale nieuwssite verschenen drie foto’s – vaag, onherkenbaar, maar duidelijk genoeg om te zien waar het over ging. Twee daklozen, slapend in eene parkje . En zoals zo vaak was het niet het beeld dat het meest schokte, maar de reacties eronder.

“Ze kiezen er zelf voor!”
“Waarom werken ze niet gewoon?”
“Wegwezen, dit is geen Amsterdam!”
“Waarom posten jullie dit?”
“Wat zijn jullie hard!”

De toon was gezet. Het oordeel geveld. Het internettribunaal draaide weer op volle toeren.

Maar laat me dit zeggen: achter elk gezicht – ook een ongewassen, door het leven getekend gezicht – schuilt een verhaal. En het gemak waarmee sommige stadsgenoten die verhalen reduceren tot luie clichés of harde stellingen, zegt misschien wel meer over henzélf dan over de mensen op die foto’s.

Laten we niet naïef zijn: ja, er zijn mensen die ontsporen, die hun kansen vergooien, die keuzes maken waar je vraagtekens bij kunt zetten. Maar in veruit de meeste gevallen belanden mensen niet vrijwillig op straat. Dakloosheid is zelden het gevolg van één verkeerde afslag. Het is een opeenstapeling van pech, verlies, mentale problemen, verslaving, bureaucratie, en vooral: een gebrek aan vangnet. En dat laatste – daar komt u en ik weer in beeld.

Want wat voor stad willen we zijn, Maassluis?

Eentje die direct met het vingertje wijst? Die roept dat “ze” op moeten rotten naar elders? Of een stad waar we problemen benoemen, maar ook de mens blijven zien?

En begrijp me goed: ik ben de laatste die voorstelt dat we elk bankje maar moeten openstellen als slaapplaats, of dat overlast moet worden genegeerd. Maar tussen onverschilligheid en naïviteit ligt een gulden middenweg: fatsoen. En dat lijkt online soms ver te zoeken.

Wat me het meest stoorde aan de reacties op dat Facebookbericht, was niet eens de hardheid, maar de snelheid. De snelheid waarmee mensen hun gal spuien, zonder even stil te staan bij de bredere context. Want waar zijn we eigenlijk in tekortgeschoten als samenleving? Hoe is het mogelijk dat in een stad met deze welvaart mensen nog steeds op straat slapen?

En dan komt natuurlijk de politiek in beeld. Waar is de regie op opvang? Hoe zit het met nachtopvang, schuldhulpverlening, GGZ-begeleiding? En misschien nog fundamenteler: hoe voorkomen we dat mensen in de eerste plaats dakloos worden?

Maar in plaats van die vragen te stellen, geven we elkaar digitale duimen voor de zoveelste “eigen-schuld-dikke-bult”-reactie.

Zouden we dat ook durven zeggen als we tegenover die man of vrouw op het bankje staan?

Zouden we dan nog roepen dat ze ‘maar gewoon moeten gaan werken’, als we hoorden dat iemand zijn baan verloor, zijn relatie kwijtraakte, geen familie meer had, en op een wachtlijst van 14 maanden staat voor een begeleid traject?

Of dat iemand net uit een kliniek komt, maar geen vaste woonplek krijgt omdat die – jawel – niet als “stabiel genoeg” wordt gezien om überhaupt op een wachtlijst te mogen?

Ik zeg: we moeten ons fatsoen hervinden. Op straat, maar ook online.

Misschien is het tijd dat onze lokale politiek niet alleen geld uittrekt voor straatmeubilair en camera’s, maar ook voor een laagdrempelig zorgloket in de stad. Misschien moeten we een experiment starten met tijdelijke opvangplekken gerund door vrijwilligers, ondersteund door professionals. Of met een mobiele hulpunit die outreachend werkt – dus mensen opzoekt in plaats van afwacht.

En misschien moeten we gewoon beginnen met luisteren. Eens per maand een “burgerluistersessie”: geen debat, geen partijpolitiek, alleen verhalen. Van mensen op straat, hulpverleners, en gewone burgers die in stilte helpen, zonder er Facebooklikes voor te willen hebben.

Want laten we wel wezen: wie zijn smartphone gebruikt om oordelen te vellen over mensen zonder dak boven hun hoofd, is misschien zelf ook een beetje de weg kwijt.

Maassluis moet beter kunnen. Maassluis kan beter.

Maar dan moeten we beginnen bij onszelf. Bij de toon. Bij de bereidheid om de ander te zien, in plaats van hem meteen te veroordelen. En ja, dat geldt ook – of misschien juist – als je reageert onder een nieuwsbericht op Facebook.

Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist – mogelijk tussen de regels door –  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 292 lezers



Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ko Wittevlo

Ko Wittevlo

KO WITTEVLO | (Inval)columnist per 12-2022 | Pensionado. Ik neem het leven zoals het zich aandient | Als iets mij te zeer raakt, schiet ik verbaal wel eens uit mijn slof, Neem mij vooral niet kwalijk en geef eens een reactie |