De redactie geeft aan dat ik na deze week de sfeer van kerst moeten laten doorklinken in mijn column. Dat brengt mij ertoe toch één keer helemaal mijn hart uit te storten… dit jaar.

Maassluis is een stad met karakter. Dat hoor je vaak. Meestal gezegd met een lichte zucht, soms met een rollende ogenbeweging, maar altijd met liefde. Want wie hier woont, weet: Maassluis is geen Vinexdroom met rechte lijnen en logica. Nee, Maassluis is meer een hindernisbaan. Een soort stedelijke Escape Room, maar dan zonder duidelijke uitgang.

Neem het verkeer. Of beter gezegd: de dagelijkse auditie voor: Nederland zoekt zijn geduld. Fietsers mogen tegenwoordig op sommige rotondes vrolijk in twee richtingen rijden. Dat klinkt inclusief, modern en duurzaam. In de praktijk voelt het alsof je als weggebruiker hebt ingestemd met een real-life versie van Mario Kart, maar dan zonder sterretjes of extra levens. Je kijkt links, rechts, nog eens links, denkt dat je veilig bent en BAM: daar komt een e-bike, een scooter, een fatbike én iemand op gympen met AirPods tegelijk op je af. Waarschijnlijk allemaal met het vaste voornemen: “Hij remt wel.”

En dan die stadshartstraatjes. Smal, bochtig, historisch verantwoord – en compleet ongeschikt voor het huidige verkeer. Toch persen we er alles doorheen wat wielen heeft. Fietsers, scooters, elektrische steps (officieel verboden, maar hé, wie houdt ons tegen?), bezorgers met haast en scholieren met een doodswens. Het is een wonder dat het stadshart nog geen waarschuwingsbord heeft: “Betreden op eigen risico. Helm aanbevolen.”

Wat vooral opvalt: elkaar aanspreken op gedrag is officieel een slecht idee geworden. Zeg iets over voorrang, snelheid of dat iemand misschien niet met 30 km/u over de stoep moet razen, en je krijgt er gratis agressie en verbaal geweld bij. Blijkbaar hebben we collectief besloten dat verkeersregels slechts vrijblijvende suggesties zijn, en dat kritiek daarop wordt opgevat als een persoonlijke aanval op iemands complete levenskeuzes.

Maar geen zorgen, want terwijl we elkaar ontwijken, negeren of uitschelden, wordt de stad ondertussen lekker dichtgebouwd. Stadsverdichting heet dat. Dat klinkt alsof we slimmer omgaan met ruimte. In werkelijkheid betekent het vooral: meer stenen, minder lucht en inspraak als hinderlijke bijzaak. Er verrijzen dure woningen waar niemand uit Maassluis ooit om heeft gevraagd, behalve misschien iemand uit een folder. “Voor wie is dit eigenlijk?” is een vraag die steevast onbeantwoord blijft, waarschijnlijk omdat het antwoord te ongemakkelijk is.

De infrastructuur doet vrolijk mee. Doorgaande wegen in de stad nodigen uit tot hardrijden. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Remmende maatregelen? Jazeker. Die komen. Ooit. Misschien. Eerst nog even wachten tot iemand denkt: “Hé, dit was misschien niet zo’n goed idee.”

Fietspaden dan. Slecht wegdek? Ach joh, dat hoort erbij. Het houdt fietsers scherp. Pas na jaren – wanneer iedereen het inmiddels normaal vindt om te slalommen tussen gaten, scheuren en verzakkingen – komt er actie. En zelfs dan voelt het alsof de reparatie vooral bedoeld is om te laten zien dát er iets gebeurt, niet per se om het probleem echt op te lossen.

De kades verkeren in een vergelijkbare staat van filosofische verwaarlozing. Slechte conditie, bekend probleem, maar waarom haast maken? Het water loopt niet weg. Pas na jaren renoveren we ze, tegen hogere kosten, want uitstel is in Maassluis een vorm van beleid. Bruggen met slecht wegdek? Die laten we vooral zo. Het geeft karakter. En een extra reden om langzamer te rijden, al was dat vast niet de bedoeling.

De Weverkade spant de kroon. Die krijgt dankzij nieuwe bruggen hellingen waar zelfs een geoefende berggeit even over moet nadenken. Praktisch? Nee. Esthetisch? Ook discutabel. Maar vernieuwend is het zeker. Wie daar met een kinderwagen, rollator of zware fiets omhoog moet, voelt zich even topsporter. Olympische discipline: Klimmen met tegenzin.

En dan het grof vuil. Altijd weer het grof vuil. Netjes naast de ondergrondse containers geplaatst, alsof iemand denkt: “Zo, dit staat mooi.” Het lijkt bijna een openluchtkunstproject. Titel: Afval in afwachting van aandacht. Want die aandacht komt. Ooit. Misschien.

Toch is dit geen klaagzang. Echt niet. Dit is een liefdesbrief, maar dan eentje geschreven met een sarcastische pen en een licht gefronst voorhoofd. Want Maassluis worstelt, dat is duidelijk. Met verkeer, met ruimte, met onderhoud en met zichzelf. Maar zoals elke stad met karakter heeft ook Maassluis veerkracht. De hoop is dat we ooit niet alleen boven komen, maar ook even blijven drijven.

Misschien begint het met overzicht. Met luisteren. Met keuzes maken die niet alleen logisch klinken op papier, maar ook werken op straatniveau. Tot die tijd blijven we manoeuvreren, mopperen, lachen en ontwijken. Want als Maassluis één ding heeft bewezen, is het dit: we zijn misschien niet altijd efficiënt, maar saai zijn we nooit.

Maassluis worstel en komt boven, ooit, misschien, toch?

Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist – mogelijk tussen de regels door –  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia


Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 340 lezers



Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ko Wittevlo

Ko Wittevlo

KO WITTEVLO | (Inval)columnist per 12-2022 | Pensionado. Ik neem het leven zoals het zich aandient | Als iets mij te zeer raakt, schiet ik verbaal wel eens uit mijn slof, Neem mij vooral niet kwalijk en geef eens een reactie |

3 Reacties

  1. Frans de Groot
    14 december 2025 at 17:23

    Weer mooi opgeschreven Ko. Misschien gaat het in een bovenkamer van een weldenkende beklijven. Ik hoop dat los daarvan een oplossing op poten wordt gezet. Toch zal ik zelf blijven roepen om nadenken, zelfs nadat ik een fluim kon ontwijken van een niet nader te omschrijven respectloze Maassluizer op een fatbike.
    Overigens nog dank aan de allochtone burgers die mij door alleen al hun aanwezigheid steunden bij die actie.

  2. Piet.Mos
    14 december 2025 at 10:47

    Fantastische column

  3. Mevr.Bos
    14 december 2025 at 09:18

    Helemaal mee eens, en vergeet de trottoirtegels niet. Die liggen vrolijk met een punt omhoog. Nu de bladeren weer weg zijn, zijn ze gelukkig weer zichtbaar, Maar nu zijn er weer hindernissen bij de afvalcontainers. Niet te doen als je slecht ter been bent.