Er is een vorm van geloven die niets met religie te maken heeft, maar alles met ons dagelijks handelen. Het is het stille contract tussen mensen: ik neem jouw woorden aan als waar — totdat het tegendeel blijkt. Dat contract is nergens vastgelegd, maar bepaalt wel hoe wij ons bewegen in de wereld. Zonder dat onderlinge geloof valt het maatschappelijk verkeer stil. Met te veel geloof wordt het naïviteit. Met te weinig geloof wordt het wantrouwen.
Neem de onbekende. De ober die zegt dat het gerecht vers is. De monteur die beweert dat een onderdeel echt vervangen moest worden. De verkoper die “eerlijk advies” geeft. We hebben zelden de middelen om hun woorden te verifiëren. Dus geloven we — pragmatisch, niet principieel. Niet omdat ze het verdiend hebben, maar omdat het alternatief onwerkbaar is. Volledige controle is simpelweg te kostbaar. Hier is geloven een vorm van efficiëntie.
Bij bekenden ligt dat anders. Vrienden, collega’s, familie: daar is vertrouwen geen praktische keuze, maar een relationele investering. We geloven hen niet alleen om wat ze zeggen, maar om wie ze zijn. Althans, dat denken we. Want wat gebeurt er als iemand die je kent aantoonbaar onjuiste informatie geeft? Of erger: de waarheid verdraait? Dan verschuift geloven naar wegen. Elk volgend woord wordt niet meer aangenomen, maar gewogen. Vertrouwen wordt geen gegeven meer, maar een variabele.
Interessant wordt het wanneer diezelfde bekende een misstap heeft begaan, maar daarna beterschap toont. Blijf je iemand toetsen op één fout, of geef je ruimte voor herstel? Wie nooit meer gelooft na één leugen, maakt relaties fragiel. Wie alles blijft geloven ondanks eerdere onwaarheden, maakt zichzelf kwetsbaar. De kunst zit in kalibratie: vertrouwen herijken op basis van gedrag over tijd.
En dan zijn er de instituties. Wetenschappers bijvoorbeeld. Hun gezag rust op methode, niet op persoonlijkheid. Toch zien we dat “de wetenschap” voor sommigen een geloofsartikel is geworden, en voor anderen juist een bron van wantrouwen. Beide posities zijn problematisch. Wetenschap is geen verzameling waarheden, maar een proces van falsificatie en voortschrijdend inzicht. Wie wetenschap blind gelooft, begrijpt haar niet. Wie haar per definitie wantrouwt, evenmin.
Hetzelfde geldt voor de overheid. Burgers verwachten betrouwbaarheid, transparantie en consistentie. Wanneer dat vertrouwen wordt geschaad — door gebrekkige communicatie, veranderende regels of aantoonbare fouten — ontstaat scepsis. Terecht. Maar structureel wantrouwen maakt bestuur onmogelijk. Een samenleving waarin elke mededeling van de overheid per definitie wordt betwijfeld, verliest bestuurbaarheid. Ook hier geldt: kritisch vertrouwen is geen contradictie, maar noodzaak.
En dan is er nog de ultieme schijnzekerheid: alleen de eigen ogen geloven. Het klinkt robuust, bijna stoer. Maar het is een illusie. Onze waarneming is selectief, contextafhankelijk en feilbaar. We zien wat we verwachten te zien. We interpreteren wat we willen begrijpen. De overtuiging van “ik heb het zelf gezien, dus het is waar” is vaak niet meer dan een comfortabele misvatting.
Waar ligt dan de grens tussen blindelings accepteren en gezonde twijfel? Die grens is niet vast, maar situationeel. Ze hangt af van belangen, risico’s en herhaalbaarheid. Hoe groter de consequenties, hoe hoger de lat voor geloof. Hoe vaker iemand betrouwbaar blijkt, hoe lager die lat mag liggen. Twijfel is geen teken van zwakte, maar van betrokkenheid. Wie nooit twijfelt, denkt niet. Wie altijd twijfelt, komt nergens.
Advies: gezond kritisch geloven
Ontwikkel een werkbaar kompas. Geen cynisme, geen goedgelovigheid, maar een doordachte middenpositie:
- Weeg de bron, niet alleen de boodschap. Wie spreekt, met welk belang, en met welk trackrecord?
- Differentieer naar risico. Kleine claims mogen sneller worden geloofd dan grote, ingrijpende beweringen.
- Zoek naar consistentie in de loop der tijd. Eenmalige uitspraken zeggen weinig; patronen zeggen alles.
- Accepteer onzekerheid. Niet alles is direct verifieerbaar. Tijd is vaak een betere toetssteen dan discussie.
- Corrigeer zonder te veroordelen. Geef ruimte voor herstel, maar niet voor herhaling zonder consequentie.
- Blijf jezelf wantrouwen. Je eigen overtuigingen verdienen net zo goed toetsing als die van een ander.
Geloven is geen keuze tussen ja of nee. Het is een continu proces van afwegen. Wie dat proces serieus neemt, hoeft niet blind te vertrouwen — maar ook niet blind te wantrouwen. Dat is geen zwakte. Dat is volwassen burgerschap.
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 248 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

2 Reacties
1e Paasdag 5-4-2026:
Vrolijke beelden uit Rotterdam, waar zonder vrouwen werd gebeden voorafgaand aan een demonstratie tegen Israël en voor de Palestijnen, waar kennelijk ook een schreeuwende behoefte is aan Iraanse vlaggen, aan de aanwezigheid van Abou Eenarm, aan die nieuwe knakker van de geweldsverheerlijkers van de PGNL (de ‘Nelson Mandela van de Palestijnen’ dixit linkse k*tkrant Trouw) en aan meer van die algehele gezelligheid. Er is in ieder geval een boze brief aan burgemeester Carola Schouten bezorgd waarom er niemand, maar dan ook HELEMAAL NIEMAND, op Paaszondag even netjes ‘bedankt voor die bloemen uit Nederland’ heeft gezegd.
Oja, voor de algemene indruk : ik ben van 7 jaar na de oorlog.
Fijne Pasen.
Beste heer Wittevlo, ik geniet iedere keer weer van uw inzending. Voor de algemene indruk : ik ben van voor de oorlog.