De Engelsen spreken over smart ass; zijnde iemand die voortdurend probeert intelligenter over te komen dan anderen op een irritante manier. Een synoniem is know-it-all; zijnde iemand die denkt dat hij of zij veel meer weet dan andere mensen. In het Nederlands spreken we over betweters: iemand die meent alles beter te weten dan anderen en dit vaak ongevraagd laat merken door te corrigeren en belerend te spreken. Ze luisteren slecht, staan niet open voor andere meningen en kunnen irritatie of agressie oproepen. Dit gedrag komt voort uit een tunnelvisie of soms als verdedigingsmechanisme voor onzekerheid.
De hedendaagse mens lijkt op vrijwel alle terreinen een betweter.
Wie zich begeeft in de krochten van internetreacties, ziet het fenomeen in zijn meest pure vorm. Onder elk artikel, bij elke post, duiken ze op: mensen die niet reageren op wat er staat, maar op wat zij denken dat er bedoeld wordt. De vraag- en antwoordmodus wordt daarbij moeiteloos overgeslagen. Er is geen poging tot begrip, geen nieuwsgierigheid naar de ander. Er is slechts een stelling, een oordeel, een correctie. Alsof het gesprek al gevoerd is, terwijl het nog moet beginnen.
Context is daarbij het eerste slachtoffer. Een nuance, een voorbehoud, een zorgvuldig opgebouwde redenering – het verdwijnt allemaal in de haast om te reageren. Eén zin wordt eruit gelicht, uitvergroot en vervolgens aangevallen. De betweter reageert niet op het geheel, maar op een fragment dat hem of haar het beste uitkomt. Het is intellectuele fastfood: snel geconsumeerd, oppervlakkig verteerd en zelden voedzaam.
Die houding komt niet uit het niets. Wie kijkt naar het publieke debat, en met name naar de politiek, ziet een zorgwekkend voorbeeld. Manipulatieve framing, halve waarheden en strategisch ontwijken van vragen zijn eerder regel dan uitzondering geworden. Politici beantwoorden vragen met wedervragen, verschuiven het onderwerp of herhalen ingestudeerde zinnen. Het echte gesprek wordt gemeden, want dat vraagt kwetsbaarheid en erkenning van onzekerheid. En juist dat past niet in het profiel van de moderne betweter.
Het effect is zichtbaar in de samenleving. Mensen nemen dit gedrag over. In plaats van luisteren om te begrijpen, luisteren we om te reageren. Wedervragen blijven onbeantwoord, omdat ze ongemakkelijk zijn of het eigen gelijk onder druk zetten. De dialoog verschraalt tot een reeks monologen die elkaar kruisen zonder elkaar te raken.
Hoe anders was dat vroeger. Neem de ingezonden brieven in de krant. Papier dwingt tot nadenken. Wie een reactie schreef, moest formuleren, schrappen, herlezen. Er zat tijd tussen emotie en publicatie. Die bedenktijd werkte als een natuurlijke filter: impulsieve reacties vielen af, argumenten werden aangescherpt. Bovendien was er een zekere zelfcensuur. Niet uit angst, maar uit respect voor de lezer en de publieke ruimte die men betrad.
Was papier gewichtiger? In zekere zin wel. Niet omdat het medium op zichzelf beter is, maar omdat het gedrag dat het uitlokte zorgvuldiger was. Men dacht na over wat men schreef, en misschien nog belangrijker: waarom men het schreef. Dat leverde geen perfecte dialoog op, maar wel een serieuzere poging daartoe.
Vandaag is die drempel verdwenen. Iedereen kan op elk moment reageren, en dat is op zichzelf een groot goed. Maar vrijheid zonder discipline leidt zelden tot kwaliteit. De betweter gedijt in die ruimte: snel, stellig en ongecorrigeerd.
Toch is enige zelfreflectie op zijn plaats. Want wie een column schrijft, begeeft zich op glad ijs. Ook de columnist observeert, analyseert en concludeert. Ook hij of zij legt de werkelijkheid langs een eigen meetlat en presenteert dat als inzicht. Het verschil tussen duiding en betweterij is soms flinterdun.
Misschien ligt de grens in de intentie. De betweter wil gelijk halen; de columnist zou moeten proberen te begrijpen. De betweter sluit af; de columnist opent hopelijk een gesprek. Maar zeker is dat niet. Ook hier loert de verleiding van het eigen gelijk.
Een verstandige houding zou daarom zijn: stel vaker vragen dan dat u antwoorden geeft, luister langer dan u spreekt en wees bereid om uw mening bij te stellen. Niet omdat u het niet weet, maar omdat u erkent dat weten zelden absoluut is.
Dat is geen zwakte. Dat is het begin van een echt gesprek.
Heeft u als lezer ook die behoefte?
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 183 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
