Ondermijning. Het is zo’n woord dat bestuurders graag gebruiken tijdens bijeenkomsten, veiligheidsavonden en beleidsdiscussies. Het klinkt stevig, professioneel en urgent. Maar hoe vaker ik het hoor, hoe vaker ik denk: begrijpen we eigenlijk nog wel wat het in de praktijk betekent?
Ondermijning speelt niet alleen in grote havengebieden, verlaten loodsen of internationale drugslijnen. Ondermijning zit ook gewoon in de straat. In wijken. Op parkeerplaatsen. Bij bedrijfspanden. In schimmige constructies waar iedereen van weet dat er iets niet klopt – behalve zogenaamd de instanties die toezicht moeten houden.
En juist daar begint mijn ongemak.
Standpunt 1: de overheid die zegt te bestrijden
De lokale overheid heeft een duidelijke taak: handhaven, controleren en beschermen. Niet alleen op papier, maar zichtbaar en geloofwaardig. Toch lijkt het alsof er in Maassluis een parallelle werkelijkheid is ontstaan waarin iedereen dingen ziet gebeuren, behalve degenen die ervoor betaald worden om erop te letten.
Neem de opvallend dikke bakken waarin sommige figuren rondrijden. Auto’s waarvan de gemiddelde Maassluizer denkt: hoe betaalt iemand dat? Zeker als dezelfde persoon al jaren nauwelijks zichtbaar regulier werk verricht. Of de bedrijfspanden die officieel “belegging” zijn, maar waar nauwelijks normale economische activiteit plaatsvindt. Toch wordt er gekocht, verhuurd, geschoven en gefinancierd alsof geld geen enkele rol speelt. Iedereen weet dat vastgoed een uitstekende manier is om geld wit te wassen. Natuurlijk niet elk pand. Natuurlijk niet elke belegger. Maar laten we stoppen met doen alsof dit soort constructies alleen in Netflix-series bestaan.
Dan heb je nog de handel in auto’s. De schimmige importjes. De schijnconstructies. Auto’s die sneller van eigenaar wisselen dan sommige mensen van schoenen. Ook daar weet iedereen: een deel klopt simpelweg niet.
Of neem mensen die jarenlang bij de Voedselbank lopen, maar ondertussen in auto’s rijden waar een hardwerkende middenstander drie keer over moet nadenken voordat hij de sleutel durft aan te raken.
En ja, dat wringt.
Net als de mensen die officieel in de ziektewet zitten, maar ondertussen via louche thuiszorgbedrijfjes of schaduwconstructies vrolijk bijklussen. Of mensen die met vervalste werkgeversverklaringen hypotheken lospeuteren die nooit verstrekt hadden mogen worden.
Dat alles valt onder ondermijning. Niet alleen zware criminaliteit, maar het langzaam uithollen van eerlijkheid, vertrouwen en rechtvaardigheid.
En ondertussen gaan op parkeerplaatsen de drugstransacties gewoon door. Scheuren snelheidsduivels door woonwijken. Wordt het centrum geteisterd door fatbike-terroristen die lak hebben aan regels, burgers en gezag.
De vraag dringt zich op: waar is de overheid eigenlijk nog zichtbaar?
Standpunt 2: de ondermijners zelf
En dan het andere perspectief. Het eerlijke perspectief. Het perspectief van de ondermijner. Laten we niet naïef zijn. Die denkt ongeveer het volgende: “We doen het omdat het kan. Omdat het lukt. Omdat die sukkels ons toch niet doorhebben.”
Hard gezegd? Misschien. Maar als de pakkans minimaal is, handhaving nauwelijks zichtbaar is en controles vooral administratieve rituelen lijken, dan ontstaat vanzelf een cultuur van brutaliteit. De echte ondermijner denkt niet in moraal. Die denkt in risico versus opbrengst. En als het risico praktisch nul is, groeit het probleem vanzelf. Sterker nog: soms krijg ik het gevoel dat de overheid zélf de grootste ondermijner is geworden.
Dat klinkt zwaar, maar denk er eens over na.
Wie wetten opstelt zonder ze te handhaven, ondermijnt het respect voor die wetten. Wie regels maakt maar structureel onvoldoende capaciteit organiseert, creëert schijngezag. En wat horen burgers vervolgens: “U moet elkaar aanspreken.”
Dat is inmiddels het standaard-antwoord geworden. Alsof de gewone burger verantwoordelijk is voor ordehandhaving…
De werkelijkheid is dat jongeren die worden aangesproken vaak reageren met schelden, uitdagen of intimideren. Zeker meisjes en vrouwen krijgen daar steeds vaker mee te maken. Scooters die hen achtervolgen. Fatbikers die hen naroepen. Jongens die denken dat de openbare ruimte hún speelterrein is geworden.
En wat is dan het antwoord van de overheid?
“Sorry, de handhavers zijn onderbezet.”
“Sorry, de politie heeft prioriteit elders.”
“Sorry, capaciteitstekort.”
Hoe vaak kun je dat blijven herhalen voordat burgers afhaken?
De harde waarheid over handhaving
De waarheid is pijnlijk simpel: regels zonder handhaving zijn decorstukken. En een overheid die voortdurend uitlegt waarom zij niet kan handhaven, ondermijnt uiteindelijk haar eigen gezag, want de ondermijner ziet dat ook. Die merkt precies waar de gaten zitten. Waar niet gecontroleerd wordt. Waar capaciteit ontbreekt. Waar men vooral bezig is met vergaderen, communiceren en “bewustwording”.
Ondermijning groeit niet alleen door criminelen. Ze groeit door bestuurlijke zwakte.
En Leefbaar Maessluys dan?
Ik hoor het al: “Maar nu met Leefbaar Maessluys – die zijn groot. Nu verandert alles.”
Misschien. Maar eerlijk gezegd betwijfel ik het. Een grote raadsfractie zonder uitvoerbare handhavingsstructuur is uiteindelijk een reus op lemen voeten. Je kunt honderd moties aannemen over veiligheid, leefbaarheid en aanpak, maar zonder politiecapaciteit, zonder stevige BOA-inzet en zonder bestuurlijke ruggengraat blijft het grotendeels symboliek.
De straat verandert niet door woorden alleen.
Ben ik de enige realist?
Misschien stel ik de vraag te scherp. Misschien ben ik te somber. Ik vraag me op dit moment serieus af: Ben ik werkelijk de enige realist in dit stadje of zijn er veel meer Maassluizers die allang voelen dat het gezag langzaam uit de samenleving weglekt? Dát is uiteindelijk het echte gevaar van ondermijning. Niet alleen criminaliteit, maar het moment waarop gewone burgers beginnen te geloven dat eerlijkheid vooral iets is voor mensen die zich laten gebruiken.
En zodra dát gevoel wortel schiet, wordt de samenleving zelf poreus.
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 751 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

4 Reacties
Beste Ko Wittevlo, Maassluizers,
Jullie merken er waarschijnlijk niets van maar ‘jullie betalen voor uw eigen onderdrukking’
Adus:
https://nieuwrechts.nl/111009-de-werkende-nederlander-betaalt-voor-zijn-eigen-onderdrukking-asiel-jetten
Voor morgen, allen een fijne 2e Pinksterdag.
Dit alles zijn gewoon keiharde feiten! De politiek belooft van alles, maar als het op besturen aankomt blijft daar meestal niets van over. Pappen en nathouden, sussen, valt allemaal wel mee.
Deze issues zijn helaas niet specifiek voor Maassluis. Politie heeft het te druk met andere “dingen” en BOAs en/of meer camera toezicht kunnen dit ook niet oplossen. Stel al dat je dit met meer toezicht zou kunnen aanpakken dan komt het volgende struikelblok; onvoldoende gevangenis capaciteit.
Prima om MB te noemen, maar de afgelopen jaren is er bestuurd door andere partijen die dit op zijn beloop hebben laten gaan.
Als je inzoomt op de genoemde standpunten dan lijkt er overigens wel een bepaald patroon te zitten in de achtergrond van de plegers. Maar dat mag blijkbaar niet benoemd worden.
Remie
Waarom noemt u MB?