Er was een tijd dat de huisarts je kende. Niet alleen je dossier, maar ook jou. Hij wist wie je ouders waren, waar je werkte en hoe het met je ging. De apotheker legde uit wat je slikte en waarom. Het ziekenhuis behandelde niet alleen de aandoening, maar hield ook een oogje in het zeil hoe het daarna met je ging.
Die tijd lijkt steeds verder achter ons te liggen.
De zorgsector, die geacht wordt mensen beter te maken, vertoont zelf steeds meer ziekteverschijnselen. Niet lichamelijk natuurlijk, maar organisatorisch, menselijk en maatschappelijk. Neem alleen al de kosten. Medicijnen worden duurder, zorgpremies stijgen en eigen bijdragen verdwijnen zelden naar beneden. Jaar na jaar horen we dat de zorg onbetaalbaar dreigt te worden en dat daarom nieuwe maatregelen nodig zijn. Maar wie goed kijkt, ziet dat veel van die maatregelen vooral leiden tot meer afstand tussen zorgverlener en patiënt.
Van mens naar dossier
Een van de grootste problemen is misschien wel dat de patiënt steeds meer een dossier is geworden. Je meldt klachten bij de huisarts. Soms word je serieus genomen, soms ook niet. Veel mensen herkennen het gevoel dat er niet echt verder wordt gekeken dan de meest voor de hand liggende verklaring.
Natuurlijk zijn er uitstekende huisartsen. Laat dat voorop staan. Maar het systeem dwingt ook hen steeds meer tot snelheid, efficiëntie en protocollen. Word je vervolgens doorverwezen naar het ziekenhuis, dan volgt een behandeling of ingreep. Daarna misschien nog een controleafspraak. Soms een nazorggesprek.
En vervolgens gaat het boek dicht.
De specialist schrijft een digitaal verslag. Dat verdwijnt naar de huisarts. De huisarts archiveert het in het dossier. En daarmee lijkt de verantwoordelijkheid vaak te eindigen.
Wie bewaakt het geheel?
Het merkwaardige is dat niemand zich nog echt eigenaar voelt van het totale zorgproces. Stel dat je een jaar later klachten krijgt die mogelijk samenhangen met een eerdere behandeling. Je trekt aan de bel bij de huisarts. Je benoemt zorgen. Je merkt dat bepaalde klachten niet verdwijnen. Vaak krijg je dan opnieuw een afzonderlijke beoordeling van die klachten, alsof het verleden nauwelijks meer bestaat.
Kom je uiteindelijk weer in het ziekenhuis terecht, dan blijkt de specialist soms verbaasd dat er in de tussentijd weinig met jouw signalen is gedaan. De huisarts dacht dat het ziekenhuis klaar was. Het ziekenhuis dacht dat de huisarts de regie had. En de patiënt? Die stond ertussen.
De robot neemt over
Alsof die afstand nog niet groot genoeg is, wordt de toegang tot de huisarts steeds verder geautomatiseerd. Vanaf 2026 zullen steeds meer praktijken gebruikmaken van AI-gestuurde triage. Dat klinkt modern en efficiënt. De werkelijkheid voor veel patiënten zal waarschijnlijk anders voelen.
Na vijftien of soms dertig minuten wachten krijg je geen assistente meer aan de lijn. Geen mens die kan doorvragen. Geen stem die nuance hoort of twijfel aanvoelt. Nee, eerst mag je je verhaal doen tegen een algoritme. Pas wanneer het systeem vindt dat jouw klacht voldoende urgent is, volgt mogelijk een afspraak. Dat heet vooruitgang. Voor veel mensen voelt het als dehumanisering.
De apotheek als uitgiftepunt
Ook de rol van de apotheek is veranderd. Waar vroeger uitleg een vanzelfsprekend onderdeel van de dienstverlening leek, is die tegenwoordig vaak beperkt tot een bijsluiter en een korte mededeling.
Natuurlijk, informatie is beschikbaar. Op papier. Online. Maar wie vraagt nog actief hoe een medicijn bevalt? Wie belt na een paar weken om te informeren of er bijwerkingen optreden?
Neem bloeddrukverlagers. Sommige mensen ervaren vermoeidheid, duizeligheid of andere klachten die pas geleidelijk ontstaan. Vaak ontdekken zij die relatie zelf, via internet, via bekenden of tijdens een toevallig gesprek in het ziekenhuis. Niet omdat niemand het had kunnen weten, maar omdat niemand het gevraagd heeft.
De cliënt als kostenpost én inkomstenbron
Misschien is dat wel de kern van het ongemak. De patiënt is steeds meer een nummer geworden in een systeem dat draait om productie, capaciteit en kostenbeheersing. Dat is deels begrijpelijk. De zorgvraag groeit. Personeel is schaars. Budgetten staan onder druk. Maar voor de patiënt voelt het anders. Die ervaart wachtrijen, tijdsdruk, standaardprocedures en steeds minder persoonlijk contact. En ondertussen blijft de rekening stijgen.
De volgende halte: de GGZ
Over de geestelijke gezondheidszorg zou een afzonderlijke column te schrijven zijn. Over wachtlijsten, doorverwijzingen, versnippering en mensen die maanden of zelfs jaren wachten op passende hulp.
Maar dat verhaal bewaren we voor een andere keer.
Tot slot
De zorgsector bevat nog steeds duizenden betrokken professionals die dagelijks hun uiterste best doen. Daar ligt het probleem niet. Het probleem zit in een systeem dat steeds efficiënter probeert te worden en daarbij iets essentieels verliest: menselijke aandacht. De patiënt wil niet alleen behandeld worden. De patiënt wil gezien worden. Zolang de zorgsector dat onvoldoende beseft, blijft een ongemakkelijke conclusie overeind: een sector die anderen beter moet maken, vertoont zelf steeds meer symptomen van een chronische aandoening.
En het sombere vooruitzicht is dat de kwaal voorlopig eerder zal verergeren dan genezen.
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 186 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

1 Reactie
OFF TOPIC – OFF TOPIC – OFF TOPIC
Wie ook ziek zijn ……
En nu…lieve kijkbuis kinderen, Nederland of eigenlijk Amsterdam waar je nog niet dood gevonden wil worden ….ten voeren uit. 😂
Eerst dacht ik dat het om een eerdere 1 aprilgrap ging of reclame voor een komische musical maar toen ik verder las, bleek het bloedserieus te zijn.🤣🤣🤣
Burger King lijkt de regels rondom het Amsterdamse verbod op vlees reclame op een creatieve manier te willen omzeilen. In de stad hangen sinds kort posters met hamburgers, waaruit bij nader inzien blijkt dat het om de vegetarische variant gaat.
Maar reclameposters voor vlees, vliegvakanties, cruises en ‘gewone’ brandstofauto’s zijn sinds 1 mei verboden in Amsterdam. Maar in de stad duiken dus nog steeds posters met hamburgers op. In de Tele staat vermeldt dat in kleine letters duidelijk wordt dat het om vega burgers gaat. ‘Geschikt voor vegetariërs’ staat er op de afbeelding.
Ook valt de actie niet goed bij de Partij voor de Dieren. “Dit is misleidend”, zegt de Amsterdamse fractievoorzitter Anke Bakker tegen RTL Nieuws. “Grappig bedacht, maar dit is natuurlijk heel onduidelijk en kan dus niet de standaard worden. We zullen ervoor zorgen dat dit niet wordt toegelaten. Het moet duidelijk vega zijn.”🤣🤣🤣
Bakker wijst op de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Amsterdam. Daarin staat dat het verbod geldt voor reclame die producten aanprijst die ‘gelet op hun uiterlijke verschijningsvorm, naam of enig ander kenmerk kennelijk geheel of gedeeltelijk bestaan uit dode dieren bedoeld voor menselijke consumptie’. “Er staat dus niet dat je gewoon door mag gaan met wat je altijd deed, maar dan met bijna onleesbare kleine lettertjes en een disclaimer eronder.”
Afijn, er geldt dit jaar nog een gewenning- en overgangsperiode voor het verbod. De gemeente gaat pas vanaf 1 januari 2027 daadwerkelijk handhaven en boetes uitdelen.
Dus nog steeds geldt: mij niet gezien in ratten stad Amsterdam.