
[redactie] Ko is elders overwinteren en daarom geven wij Art de ruimte voor een column met een mooie kerstoverdenking
Het is een vreemd, bijna ironisch verschijnsel. Elf maanden per jaar bewegen we ons door een wereld die luid is, scherp en haastig. Meningen botsen, belangen verharden, woorden worden wapens. In talkshows, op sociale media, in vergaderzalen en zelfs aan de keukentafel overheerst de drang om gelijk te krijgen. De tijd is versnipperd, de aandacht opgejaagd. We leven in een permanent debat, maar luisteren zelden echt. Totdat de kerst aanbreekt.
Dan verandert de toon. Niet overal, niet bij iedereen, maar toch merkbaar. De dagen worden stiller, het licht zachter. We dekken tafels die we maanden niet zo zorgvuldig hebben gedekt. We branden kaarsen alsof ze iets kunnen verlichten wat verder reikt dan de kamer. We spreken plots woorden die we het hele jaar hebben uitgesteld: “Fijn dat je er bent.” “Hoe gaat het nu echt met je?” Kerst lijkt een pauzeknop die we de rest van het jaar vergeten zijn te gebruiken.
Stel je een familie voor rond een kerstdiner. Aan tafel zitten mensen die elkaar liefhebben, maar elkaar ook kunnen irriteren tot op het bot. Er is de oom met uitgesproken meningen, de zus die zich al jaren niet echt gezien voelt, de grootouder die zwijgt maar alles in zich opneemt. Ieder brengt zijn eigen verhaal mee, zijn eigen kwetsuren en overtuigingen. Het gesprek begint voorzichtig. Men tast af. Bepaalde onderwerpen worden vermeden, andere voorzichtig aangeraakt.
Die tafel is een miniatuur van de wereld.
Want wat daar gebeurt, gebeurt op grotere schaal ook tussen landen, groepen en generaties. We delen dezelfde ruimte, dezelfde tijd, dezelfde planeet — maar ervaren haar vanuit verschillende werkelijkheden. En net als bij die familie is de verleiding groot om te polariseren, om oude rekeningen te vereffenen, om te bewijzen dat de ander het mis heeft. Toch gebeurt er aan de kersttafel vaak iets anders. Niet altijd, maar vaak genoeg om betekenisvol te zijn.
Kerst is bij uitstek het feest van het onvolmaakte samenzijn. Niemand aan tafel is ‘af’. Niemand heeft het leven volledig begrepen. En toch zitten we daar. Niet omdat we het eens zijn, maar omdat we verbonden zijn. Dat is misschien wel de diepste les van kerst: verbondenheid gaat vooraf aan overeenstemming.
Filosofisch gezien raakt dit aan een oud inzicht. Denkers van Aristoteles tot Martin Buber benadrukten dat de mens geen geïsoleerd individu is, maar een relationeel en sociaal wezen. We worden pas mens in relatie tot de ander. Buber sprak over de ontmoeting van ‘Ik en Jij’ — een ontmoeting waarin de ander niet wordt gereduceerd tot een mening, een functie of een probleem, maar verschijnt als mens van vlees en bloed. Precies dat gebeurt aan een geslaagde kersttafel: even laten we elkaar bestaan zonder elkaar te willen corrigeren.
Opvallend is dat kerst niet vraagt om grootsheid, maar om kleinheid. Het kerstverhaal zelf draait niet om macht of succes, maar om kwetsbaarheid: een kind, een stal, mensen aan de rand van de samenleving. Of men dit verhaal nu religieus beleeft of niet, de symboliek is universeel. Werkelijke verandering begint niet bij heersers en systemen, maar bij de bereidheid om zacht te zijn in een harde wereld.
Waarom lukt dat met kerst wel, en de rest van het jaar zo moeilijk? Misschien omdat kerst ons herinnert aan iets wat we diep vanbinnen al weten, maar liever vergeten: dat we elkaar nodig hebben. Dat autonomie een illusie is zonder gemeenschap. Dat gelijk krijgen minder belangrijk is dan elkaar vasthouden.
Tijdens het kerstdiner komt onvermijdelijk een lastig onderwerp voorbij. Politiek, klimaat, geld, opvoeding. De spanning is voelbaar. Iedereen voelt de keuze: ga ik in de aanval, of blijf ik aanwezig? Soms wordt er gezwegen, soms wordt er gelachen, soms wordt een scherpe opmerking verzacht door een hand op een arm of een grap die de angel eruit haalt. Dat zijn kleine morele momenten. Geen grote ethische theorieën, maar praktische wijsheid in actie.
De wereld snakt naar precies dat soort momenten.
Onze tijd wordt gekenmerkt door morele vermoeidheid. We zijn voortdurend bezig met wat fout is, wie schuldig is, wie gecorrigeerd moet worden. Maar kerst laat zien dat verzoening niet ontstaat uit morele superioriteit, maar uit nabijheid. Uit het durven verdragen van verschil zonder het meteen te willen oplossen.
Aan het einde van het diner, als de borden leeg zijn en de gesprekken zachter worden, gebeurt er vaak iets bijzonders. Mensen leunen achterover. Er is geen overwinning behaald, geen conflict definitief beslecht. Maar er is iets anders: een gevoel dat het ondanks alles goed is om samen te zijn. Dat gevoel is fragiel, tijdelijk — maar echt.
Misschien is dat de grootste les die kerst ons leert: vrede is geen eindtoestand, maar een oefening. Geen permanente harmonie, maar een herhaald gebaar. Net als het jaarlijks terugkerende feest zelf.
Als advies, aan het einde van dit jaar en het begin van een nieuw: neem iets van die kersttafel mee de rest van het jaar in. Niet de decoraties of de muziek, maar de houding. Ga gesprekken in zoals aan dat diner: met aandacht, met terughoudendheid, met het besef dat de ander meer is dan zijn standpunt. Als we dat oefenen — in gezinnen, op het werk, in de samenleving — dan hoeft vrede geen uitzondering te zijn voor één week per jaar, maar kan zij langzaam een gewoonte worden.
Fijne Kerstdagen voor allen

Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 107 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
