Eens in de zoveel tijd moet ik door de mallemolen en dat eist wat voorbereiding. Voordelen van zo’n mallemolen voorbereiden is dat je in ieder geval aan je stappen komt die dag en nacht. Daarnaast dat ook de weegschaal plots een leukere plek is om op te gaan staan. Alles dankzij 3 liter zooi welke in een x tijdsbestek naar binnen mag werken.
Afijn, als jullie alle in’s en out’s en gedachtengoed hebben doorstaan, dan over naar de acte, de presence ofwel het ziekenhuis.
Ik word afgezet en meld mij bij de betreffende receptie. De receptiedame heeft haar dag niet en is erg geïrriteerd over het feit dat ik mijn paspoort wel in de drive heb staan, maar niet visueel. Nee, dat kan niet ingelezen worden of ik even terug kan gaan of iemand mijn paspoort kan brengen. Mmm… sorry dat gaat niet lukken, ik ben afgezet en afstand tussen dit ziekenhuis en ons huis is, laten we maar zeggen, best wel aardig. Ik blijf glimlachen en hoe bozer ze wordt des te groter wordt mijn glimlach. Een telefoontje naar de mallemolen en het is plots opgelost, alhoewel met de opmerking dat de wachttijd langer is dan gepland. Ik kan niet aan de indruk ontkomen dat dit een soort ultieme wraak is, kijkend naar het plots glimlachende gezicht. Maar ach ik toon, eveneens glimlachend, mijn laptop en ga zitten in de wachtruimte.
Sneller dan gepland klap ik mijn laptop dicht en volg een vlot babbelende dame om in het voorportaal van de mallemolen / behandelkamer terecht te komen. Na het protocol te hebben doorlopen mag ik gaan liggen en krijg ik een roesje toegediend. Ik zweef lekker weg op weg naar de definitieve hamer en hoor vaag dat iemand de woorden zegt: ” ik kom u ophalen” en ze duwt het bed de behandelkamer in. Felle lichten en vaag kijk ik tegen iemands rug aan, een dame met blonde krullen. Mijn aandacht wordt afgeleid door de verpleegkundige om protocol nummer 2 door te nemen en de definitieve hamer wordt voorbereid. Net voordat de hamer wordt toegediend draait de blonde dame zich om, kijkt mij aan en zeg op zijn plat Utrechts:
“Wa dachie wat? Nou komt d’r an… de dajakker”…voordat ik Tineke Schouten kan zeggen ben ik van de wereld.
Als ik op een later tijdstip op de uitslaapkamer mijn verbazing uit dat ik denk Tineke Schouten te hebben gezien in de behandelkamer wordt mij lachend uitgelegd dat sommige patiënten rare belevenissen kunnen ervaren. Dat de betreffende verpleegkundige op Tineke Schouten lijkt, dat is dan wel weer waar maar de rest…
Waarom krijg ik toch het idee dat ik compleet in de maling ben genomen?
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 348 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
