Er zijn zinnen die je pas hoort wanneer het te laat is. “Voor hen is geen plaats” is er zo één. Hij klinkt administratief, bijna neutraal, maar draagt een morele lading die we liever niet onder ogen zien. We kennen hem uit oude verhalen, uitgesproken bij een overvolle herberg. Maar vandaag klinkt hij opnieuw — niet aan de deur van een stal, maar aan de poort van ons elektriciteitsnet.

Ooit (in de jaren zestig van de vorige eeuw) was er een groot nationaal project: heel Nederland aan het aardgas. Het was vooruitgang, beschaving, comfort. Huizen werden warm, fornuizen betrouwbaar, de toekomst leek maakbaar. Het gas stroomde geruisloos door leidingen die we zelden zagen en nooit bevroegen. Energie werd vanzelfsprekend. Zoals water uit de kraan en licht uit het plafond.

Nu is er opnieuw zo’n project, ditmaal met een morele ondertoon: heel Nederland aan de elektriciteit. Van het gas af, het klimaat tegemoet. Warmtepompen, laadpalen, inductiekookplaten. Zonnepanelen op elk dak, windmolens aan elke horizon. Wie tegen is, lijkt tegen de toekomst. Wie twijfelt, loopt achter. Het doel is helder: minder CO₂, meer duurzaamheid, een leefbare aarde.

Maar filosofisch gezien is het doel nooit het hele verhaal. Want tussen ideaal en werkelijkheid gaapt vaak een ongemakkelijke ruimte. En precies daar horen we die zin: voor hen is geen plaats.

Al meer dan tien jaar weten we dat het elektriciteitsnet onder druk staat. Niet sinds gisteren, niet sinds de laatste klimaattop. Al een decennium lang wordt gewaarschuwd dat zonnepanelen, windmolens, e-bikes, fatbikes en elektrische auto’s samen iets vragen wat het netwerk niet kan leveren. Op piekmomenten is er te veel stroom, op andere momenten juist te weinig. Het net is geen elastiek; het rekt maar beperkt mee.

Toch zijn we doorgegaan. Niet uit kwade wil, maar uit optimisme. Uit geloof in groei, innovatie en latere oplossingen. De mens, zo schreef Hannah Arendt, is een wezen dat handelt voordat het denkt — en denkt dat het denken later nog kan. We bouwen eerst, repareren daarna. We versnellen, en hopen dat de infrastructuur ons wel bijhoudt.

Maar nu stokt het. Nieuwe bedrijven krijgen geen aansluiting. Nieuwbouwwoningen blijven leeg of worden uitgesteld. Ondernemers die willen verduurzamen, lopen vast in wachttijden van jaren. Niet omdat ze niet willen bijdragen, maar omdat het systeem “vol” is. Voor hen is geen plaats.

Dat is meer dan een technisch probleem. Het is een filosofische spiegel. Want wie krijgt wél plaats, en wie niet? De bestaande gebruiker of de nieuwkomer? De particuliere zonnepaneelbezitter of de maatschappelijke voorziening? De stad of het platteland? Duurzaamheid is geen neutraal proces; het verdeelt schaarste. En schaarste maakt keuzes zichtbaar die we liever verhullen achter beleidstaal en spreadsheets.

Het klimaat vraagt offers, dat is waar. Maar offers zonder orde worden chaos. Zonder maat wordt idealisme blind. Aristoteles noemde dat gebrek aan phronesis — praktische wijsheid. Weten wat goed is, maar niet weten hoe, wanneer en in welk tempo. We wilden tegelijk vergroenen, elektrificeren, groeien én versnellen. Alles moest nu. Alles moest meer. En alles moest tegelijk.

Het resultaat is paradoxaal: uit naam van de toekomst blokkeren we haar. Uit naam van duurzaamheid remmen we duurzame initiatieven. En uit naam van inclusiviteit zeggen we tegen sommigen: wacht maar. Jullie komen later. Of misschien helemaal niet.

“Voor hen is geen plaats” is zelden een bewuste wreedheid. Het is meestal het gevolg van slecht doordachte systemen. Niemand staat ’s ochtends op met het plan anderen uit te sluiten. Maar systemen zonder ruimte, zonder adem, zonder reserves, sluiten vanzelf uit. Ze doen dat stil, bureaucratisch, met formulieren en termijnen.

En juist daarom raakt dit thema aan kerst. Niet aan de kerst van lampjes en reclames, maar aan de oude betekenis. Aan het verhaal van iemand die nergens terechtkon. Niet omdat hij fout was, maar omdat het vol was. Omdat alles al geregeld, gepland en bezet was.

Misschien is dat de vraag die kerst ons stelt: Hoe richten we onze wereld zo in dat er ruimte blijft voor het onverwachte? Voor nieuwe mensen, nieuwe ideeën, nieuwe noden? Een samenleving die alleen functioneert zolang niemand erbij komt, is fragiel. Een energiesysteem dat geen groei verdraagt, is geen toekomstmodel maar een kwetsbaar evenwicht.

De wijze kerstgedachte is dan ook geen technologische, maar een morele. Niet: hoe krijgen we iedereen zo snel mogelijk aan de stekker? Maar: hoe bouwen we systemen met ruimte, met traagheid, met menselijkheid? Hoe zorgen we dat vooruitgang niet betekent dat de deur achter ons dichtvalt?

Misschien begint het met bescheidenheid. Met erkennen dat goede bedoelingen niet genoeg zijn. Met plannen die niet alleen groen zijn, maar ook rechtvaardig en realistisch. En met de bereidheid om soms te vertragen, zodat niemand hoeft te horen: voor jou is geen plaats.

Want een wereld die geen plaats meer heeft, is geen thuis. En juist dat herinnert kerst ons elk jaar opnieuw: ware duurzaamheid begint waar we ruimte maken voor elkaar.

Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist – mogelijk tussen de regels door –  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 125 lezers



Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Art Chabot

Art Chabot

ART CHABOT | Redacteur Wetenschap | Ad hoc reddingsboei voor de redactie | Columnist

Interessegebieden: Fysica, Psychologie en Filosofie | AI toepassen en doorgronden |
Snelle denker en schrijver |
Objectiviteit en Relevantie maken het verschil | .
Kenniswerker met voorliefde voor populair wetenschappelijk terrein en politiek |