Het was nieuwjaarsnacht. Buiten knalde het vuurwerk, binnen tikte de klok onverstoorbaar door. Ik zat aan tafel met mijn grootouders. Hij is 78, zij 74. Twee mensen bij wie de tijd niet meer als een belofte voelt, maar als een metgezel die steeds nadrukkelijker aanwezig is. Terwijl het nieuwe jaar zich luidruchtig aankondigde, spraken wij juist over ouder worden. Over tijd. En over hoe vreemd het is dat die twee zo onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Mijn opa zei het bijna achteloos: “Als je jong bent, denk je dat de tijd oneindig is.” En hij had gelijk. Toen ik jong was — en eerlijk gezegd: soms nog steeds — voelde tijd als iets abstracts. Iets dat zich wel regelde. Dagen waren lang, jaren traag. Ouder worden was iets voor later, voor anderen. Je kunt je simpelweg niet voorstellen hoe het is om terug te kijken in plaats van vooruit.

Mijn oma knikte. “Je hebt geen idee wat het betekent om ouder te worden, tot je het bent.” Filosofisch gezien is dat misschien wel het probleem van tijd: ze laat zich niet ervaren in het vooruitdenken, alleen in het terugblikken.

“Als jongvolwassene”, zei mijn opa, “voel je je al snel heel wat. Je staat op eigen benen. Je hebt een huis, een inkomen, verantwoordelijkheid. Je bent zelfstandig — en dat voelt als volwassenheid.” Ik herkende het. Er zit iets licht arrogant in die fase. Alsof je denkt: ik heb het leven begrepen. Je kijkt nauwelijks omhoog of achterom; je kijkt vooral naar jezelf.

“Rond je veertigste”, zo vervolgden ze, “verandert dat. Dan kun je het leven redelijk overzien.” Niet omdat je alles weet, maar omdat je genoeg hebt meegemaakt om patronen te herkennen. Je bent maatschappelijk gesetteld, carrière technisch op koers, levenswijs genoeg om nuance te zien. Je weet dat succes tijdelijk is, dat tegenslag erbij hoort. Het leven voelt overzichtelijk, bijna beheersbaar.

“Tot ongeveer je vijftigste”, zeiden ze, “gaat het leven redelijk rimpelloos.” Natuurlijk zijn er zorgen, maar het fundament staat. Je lichaam werkt mee, je hoofd functioneert, de toekomst lijkt nog ruim. Tijd loopt nog steeds, maar niet bedreigend.

En dan — bijna ongemerkt — versnelt alles.

“Na je vijftigste”, zei oma, “komen de overlijdens. Eerst van ouders, dan van leeftijdsgenoten. De kring wordt kleiner.” Gezondheid is geen vanzelfsprekendheid meer, maar een onderwerp. Kleine kwaaltjes kondigen zich aan, en verdwijnen niet altijd meer vanzelf. De tijd voelt ineens anders: niet langer als iets dat zich uitstrekt, maar als iets dat samenbalt.

“Na je zestigste”, voegde opa toe, “raak je langzaam buiten de maatschappij.” Pensionering klinkt als vrijheid, maar betekent ook afscheid nemen van rollen, ritmes en relevantie. Je hoeft nergens meer heen, maar niemand wacht ook nog ergens op jou. Tijd wordt ruimer — en juist daardoor zwaarder.

“Na je zeventigste?”, zeiden ze bijna gelijktijdig. “Pffff, je mag je van geluk spreken als je redelijk gezond bent en kunt rondkomen.” De lat verschuift. Waar het leven ooit draaide om groei, draait het nu om behoud. Elke dag zonder pijn is winst. Elke ontmoeting een geschenk.

En haal je de tachtig, dan moet je maar zien wie er nog is. Welke vrienden nog leven. Of je nog contacten hebt. De tijd vliegt dan niet meer — ze raast. Richting het einde.

Ik luisterde. Niet angstig, maar aandachtig. Want wat zij beschreven, was geen klaagzang. Het was een nuchtere, bijna liefdevolle constatering. Tijd is geen vijand, maar ook geen vriend. Ze doet wat ze altijd doet: voorbijgaan.

De Romeinen hadden er al woorden voor: tempus fugit. De tijd vliegt, vlucht. Niet omdat hij ons wil ontglippen, maar omdat stilstaan niet in zijn aard ligt. Misschien is de wijsheid niet om haar te stoppen, maar om haar te bewonen…

Toen het bijna middernacht was, hieven we het glas. Ik maakte een grap, half serieus, half als ritueel. Ik zei dat ik hoop mijn 27e verjaardag te mogen vieren. Een knipoog naar De Club van 27 — die mythische rij kunstenaars die de tijd nooit verder mochten meemaken. Het was luchtig bedoeld, maar ook eerlijk. Tijd is geen garantie. Geen vanzelfsprekendheid.

Dus liet ik het glas niet klinken op grootse plannen of verre toekomstbeelden, maar op aanwezigheid. Op het hier en nu. Op het besef dat elke leeftijd zijn eigen waarheid heeft — en dat wijsheid misschien begint bij luisteren naar wie de tijd al langer kent.

Tempus fugit, ja. Maar zolang we ons dat realiseren, kunnen we haar misschien niet vasthouden — wel betekenis geven.

Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist – mogelijk tussen de regels door –  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 158 lezers



Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Art Chabot

Art Chabot

ART CHABOT | Redacteur Wetenschap | Ad hoc reddingsboei voor de redactie | Columnist

Interessegebieden: Fysica, Psychologie en Filosofie | AI toepassen en doorgronden |
Snelle denker en schrijver |
Objectiviteit en Relevantie maken het verschil | .
Kenniswerker met voorliefde voor populair wetenschappelijk terrein en politiek |