Soms overvalt mij een merkwaardige gedachte. Niet wanneer ik iets groots doe, maar juist wanneer ik niets bijzonders aan het doen ben: koffie drinken, uit het raam kijken, of een bericht lezen op mijn telefoon. Dan denk ik ineens: gelukkig besta ik.

Dat klinkt misschien vreemd. Alsof bestaan een prestatie is. Toch zit er iets diep filosofisch in die gedachte. Ze raakt namelijk aan een van de beroemdste uitspraken uit de geschiedenis van de filosofie: “Cogito, ergo sum” — Ik denk, dus ik ben.

Die woorden komen van de Franse filosoof René Descartes, een man die in de zeventiende eeuw zo radicaal begon te twijfelen dat hij uiteindelijk alleen nog maar één zekerheid overhield: het feit dat hij dacht. En als je denkt, moet je blijkbaar bestaan.

De grote twijfel

Wat mij altijd heeft gefascineerd aan Descartes is niet zozeer zijn conclusie, maar zijn probleem. Hij wilde absoluut zeker weten wat waar was. Geen aannames, geen tradities, geen halfslachtige overtuigingen. Alleen datgene wat onmogelijk te betwijfelen was. Daarom begon hij aan een extreme mentale oefening. Hij stelde zichzelf de vraag: Wat als alles wat ik denk te weten niet klopt?

Wat als mijn zintuigen mij bedriegen?
Wat als de wereld een illusie is?
Wat als er een kwaadaardige geest bestaat die mij voortdurend misleidt?

In zijn beroemde boek Meditationes de Prima Philosophia 1 in 1641 beschrijft Descartes hoe hij systematisch alles in twijfel trekt. Zelfs de wiskunde, zelfs de werkelijkheid zelf. Alles kan immers een droom zijn. Maar midden in die radicale twijfel ontdekt hij iets opmerkelijks. Terwijl hij twijfelt, denkt hij. En terwijl hij denkt, moet er een denker zijn.

Dus schrijft hij: “Cogito, ergo sum.”
Ik denk, dus ik ben.

Niet omdat hij zichzelf in de spiegel ziet, maar omdat hij ervaart dat er iemand moet zijn die denkt. Dat moment is misschien wel een van de meest menselijke momenten in de filosofie. Een mens die in een zee van onzekerheid ineens een rots vindt: zijn eigen bewustzijn.

De ironie van het denken

Wat ik zo mooi vind, is dat Descartes waarschijnlijk nooit had gedacht dat zijn filosofische worsteling ooit in alledaagse gesprekken zou opduiken. Toch gebeurt dat voortdurend. Wanneer iemand zegt: “Ik weet het niet meer zeker,” zit daar dezelfde twijfel in die Descartes al voelde.

En eerlijk gezegd herken ik die twijfel soms ook bij mezelf. Niet op zo’n dramatische manier — ik geloof nog steeds dat mijn koffie echt is — maar wel in bredere zin. We leven in een tijd waarin informatie overal is, maar zekerheid steeds schaarser lijkt. Elke dag lezen we nieuwe berichten over klimaat, geopolitiek, economie of technologie. Het ene rapport spreekt het andere tegen. Experts verschillen van mening. Soms voelt het alsof we allemaal een beetje in de filosofische oefening van Descartes zijn beland: we proberen te begrijpen wat nog zeker is.

Gelukkig besta ik

Juist daarom vind ik zijn conclusie zo geruststellend.

Je kunt twijfelen aan de wereld. Je kunt twijfelen aan systemen, modellen en voorspellingen. Je kunt zelfs twijfelen aan de toekomst… maar er is altijd één punt dat overeind blijft: het feit dat je denkt. Dat je ervaart. Dat je bewust bent.

De Amerikaanse filosoof William James 2 noemde bewustzijn ooit een “stream of thought” — een voortdurende stroom van ervaringen. Zolang die stroom er is, zijn wij er ook. Dat maakt het bestaan ineens verrassend concreet. Het zit niet in grote theorieën, maar in kleine momenten: een gesprek, een herinnering, een idee dat plots opkomt. Misschien is dat wel de reden dat ik af en toe denk: gelukkig besta ik. Niet omdat het bestaan perfect is, maar omdat het überhaupt plaatsvindt.

Twijfel in onze tijd

De worsteling van Descartes lijkt daardoor opvallend modern. Ook wij leven in een tijd waarin zekerheden verschuiven. Technologische ontwikkelingen veranderen werk en kennis. Politieke systemen staan onder druk. Zelfs de toekomst van de planeet roept vragen op. Twijfel is daardoor bijna een permanente toestand geworden. Maar misschien is dat niet ‘slechts’ een probleem. Twijfel kan ook een beginpunt zijn. Descartes gebruikte twijfel immers niet om in wanhoop te eindigen, maar om opnieuw te bouwen aan kennis.

De Britse filosoof Bertrand Russell 3 schreef ooit: “The whole problem with the world is that fools and fanatics are always so certain of themselves, and wiser people so full of doubts.”

Misschien is die twijfel juist een teken van nadenken.

Slotgedachte

Wanneer ik dus weer eens door het nieuws scrol en mij afvraag hoe de toekomst eruit zal zien, denk ik soms aan Descartes. Aan die man die vierhonderd jaar geleden in een kamer zat en besloot alles te betwijfelen. En die toen, midden in zijn onzekerheid, ontdekte dat er één eenvoudige waarheid overbleef: dat hij dacht. Dus misschien is het helemaal niet zo’n vreemde gedachte om af en toe stil te staan bij iets heel eenvoudigs.

Niet: wat zal er gebeuren? Niet: heb ik alles onder controle? Maar gewoon: Ik denk. Ik leef. Ik ervaar. En dat betekent uiteindelijk maar één ding.

Gelukkig besta ik.

___________

  1. René Descartes – Meditationes de Prima Philosophia (1641) ↩︎
  2. William James – The Principles of Psychology (1890) ↩︎
  3. Bertrand Russell – The Triumph of Stupidity (1933) quote context on certainty and doubt ↩︎
Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist – mogelijk tussen de regels door –  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 115 lezers



Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Art Chabot

Art Chabot

ART CHABOT | Redacteur Wetenschap | Ad hoc reddingsboei voor de redactie | Columnist

Interessegebieden: Fysica, Psychologie en Filosofie | AI toepassen en doorgronden |
Snelle denker en schrijver |
Objectiviteit en Relevantie maken het verschil | .
Kenniswerker met voorliefde voor populair wetenschappelijk terrein en politiek |

2 Reacties

  1. ac van ravenzwaaij
    12 april 2026 at 08:44

    het is mooie gedachte maar zou blijf je bezig

  2. ac van ravenzwaaij
    12 april 2026 at 08:44

    het is mooie gedachte maar zou blijf je bezig