De uitspraak “Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst” is een bekend Nederlands spreekwoord. Het wordt vooral gebruikt als aansporing om in jonge mensen te investeren, aangezien zij de samenleving uiteindelijk zullen overdragen en vormgeven.
De oorsprong
Vroege wortels (Filosofie): De gedachte erachter stamt al uit de klassieke oudheid. Filosofen als Aristoteles en Plato schreven in de 4e eeuw voor Christus al over het belang van de opvoeding van de jeugd om de stabiliteit van de staat te waarborgen.
[1 DBNL ]
Duits citaat (19e/20e eeuw): Het exacte gezegde in de huidige vorm is een vertaling van het Duitse spreekwoord: “Wer die Jugend hat, hat die Zukunft”. Deze specifieke leus werd begin 20e eeuw gretig overgenomen en ingezet door diverse politieke stromingen, waaronder de socialistische beweging (zoals blijkt uit teksten uit 1921 over de Sovjet-Unie).
[2 DBNL, 3 Niederlandistik (DE)]
Regime-propaganda: De leus is historisch gezien het meest berucht geworden door Adolf Hitler en de NSDAP, die de uitspraak in de jaren ’30 gebruikten als ideologisch propagandamiddel om de Duitse jeugd te indoctrineren en te vormen tot een agressieve, gehoorzame generatie.
[4 RTL, 5 Gerardusdagboek.com]
Relativeren
Bovenstaande suggereert dat we onbewust fout gedachtengoed citeren. Gelukkig ligt het veel genuanceerder. Geredeneerd vanuit gezond verstand, kun je die uitdrukking prima gebruiken. Het is dan ook een van de uitgangspunten van onze gemeente(raad). Er werd ja gezegd tegen de oprichting van een Jeugdraad. Leden daarvan zijn een aanspreekbare vooruitgeschoven post voor hun leeftijdsgenoten. Op die manier komt de gemeenteraad sneller te weten wat er onder de jeugd leeft. Zo kan sneller worden gereageerd op de belangen van de huidige jeugd die immers binnen tien à vijftien jaar de bepalende generatie zal zijn. Wie vroegtijdig geïnformeerd is, kan adequater reageren.
Zichtbaarheid
Ik heb vorige maand in een redactieoverleg aangekaart dat we ook die raad moeten gaan volgen, zodra zij vergaderen. Ik ben dan weliswaar niet heel piep, maar wel nog jong. Ik zie daarom met vertrouwen hun raadsperiode tegemoet. Wie weet hoe snel zij in beeld zijn.
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 136 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
