ik loop net op de Bloemhof als ik vriend Jan ontwaar. Met een gulle glimlach treedt hij mij tegemoet.

“Zeg, Krook, jij ook weer op pad?”

“Ja, Jan, ik moest er even uit. Al dat gemopper in de stad maakt me tureluurs. Waar je ook komt, iedereen ziet spoken. Een verkeersdrempel? Vast weer een complot van de gemeente om ons te pesten. Een leegstaand pand? Dan zal er wel iets duisters achter zitten.”

Jan schudt zijn hoofd. “Nou, als je sommige mensen hoort, dan heeft zelfs de bakker een verborgen agenda. Hij verkoopt zijn brood zogenaamd met korting, maar eigenlijk zou het een geheime manier zijn om ons afhankelijk te maken van gluten. Je kunt het zo gek niet verzinnen.”

“Het is een erfenis van die coronatijd, Jan. Vier jaar geleden begon het. Weet je nog? Iedereen zat thuis, opgesloten achter een scherm. En dat scherm spuugde de hele dag berichten uit: complotten, geheime agenda’s, misleiding. Je hoefde maar even te scrollen en je kreeg een theorie voor je kiezen. Over microchips in vaccins, politici die stiekem aan touwtjes trokken, een wereldorde die zogenaamd alles dirigeerde. Er was meer fantasie in omloop dan in de complete boekenkast van de bibliotheek.”

“Ja, dat herinner ik me. Mijn buurman zei serieus dat de straatlantaarns in onze wijk zendmasten waren. Ik vroeg hem waarom ik dan nog steeds slecht bereik had met mijn telefoon. Toen was hij beledigd. Je kon er eigenlijk geen grapjes over maken, want alles werd uitgelegd als ‘bewijs’ dat je zelf ook bij het complot hoorde.”

Ik knik: “En dat wantrouwen is blijven hangen. Eenmaal geproefd, laat het zich niet zomaar wegspoelen. Ik hoor het nog steeds in de supermarkt: fluisteringen dat de prijzen expres omhoog worden geduwd om ons klein te houden. In de bibliotheek hoorde ik iemand zeggen dat de gemeente de boekencollectie bewust aanpast om ons te hersenspoelen. Zelfs in de kerkbanken hoor je gesis over ‘ze’ die ‘het’ allemaal bekokstoven. Maar wie ‘ze’ zijn? Tja, dat blijft altijd in de mist hangen.”

Jan zucht en trekt zijn jas wat dichter. “Het put me uit, Krook. Ik heb social media verwijderd, de tv blijft vaker uit, en de krant leg ik ongeopend naast me neer. Ik mis het soms, hoor, die stroom aan nieuws en commentaar. Maar de rust die ervoor terugkomt is onbetaalbaar. Voorheen was ik dagelijks boos op mensen die ik niet kende. Nu ben ik alleen nog maar boos op mijn kapotte koffiemachine. Veel gezonder.”

“Precies dat. Ik wil gewoon weer genieten van het alledaagse. Een wandeling langs de vliet, een praatje met de slager, een boek in de zon. Daar zit geen verborgen agenda achter, behalve dat het leven een beetje lichter wordt. Nou ja, tenzij je denkt dat de slager samenspant met de boeren om ons koeiengekte door de strot te duwen.”

We lopen samen door de smalle Nieuwstraat, waar etalages gevuld zijn met herfstige aanbiedingen: ik zie al een enkele pompoen, truien, kaarsen. Toch lijkt de lucht zwaar, alsof de mensen die voorbijschuifelen allemaal een onzichtbare last met zich meedragen. Ons gesprek krijgt daardoor extra betekenis; alsof wij zelf proberen een raam open te zetten in een benauwde kamer.

“Wat me het meest opvalt,” zegt Jan, “is dat achterdocht verslavend lijkt. Mensen raken er niet vanaf. Alsof ze zich leeg voelen als ze niet ergens een verborgen bedoeling achter kunnen zoeken. Soms lijkt het zelfs een sport: wie vindt de meest duistere verklaring voor een simpel feit? Alsof het NK Wantrouwen hier in de stad wordt gehouden.”

“En iedereen doet mee,” zeg ik lachend. “De ene buurvrouw verdenkt de andere dat ze te vaak de kliko buiten zet. De winkelier verdenkt de buurman van voorkennis over de energieprijzen. Het maakt de stad kil. Terwijl we ooit zo trots waren op ons stadshart, waar iedereen elkaar kende en groette. Toen was het grootste complot dat de visboer zijn kabeljauw te duur verkocht.”

“Misschien komt het ook doordat we elkaar minder rechtstreeks spreken,” mijmert Jan. “Een gesprek op een bankje is zeldzaam geworden. Alles gaat digitaal, vluchtig, half gelezen. En in die snelheid groeit de achterdocht. Terwijl juist een echt gesprek, zoals nu, de lucht kan klaren. Het is alsof we elkaar moeten heropvoeden in normaal menselijk contact.”

“Dus ons advies aan elkaar,” zeg ik terwijl ik even stil blijf staan, “is simpel: minder wantrouwen, minder schermen, minder opgefokte praat. In plaats daarvan: romans lezen, natuurdocumentaires kijken, muziek luisteren, misschien zelfs eens een dichtbundel openslaan. Het voedt meer dan al die knagende argwaan. En het ergste wat je kan overkomen is dat je in slaap valt bij een gedicht.”

Jan glimlacht. “En misschien ook de kleine krantjes weer lezen, die lokale verhalen over toneelstukken, jubilea en verenigingen. Daar spat geen complot vanaf, alleen menselijkheid. De enige agenda die ik nog vertrouw, is de agenda van de plaatselijke toneelvereniging.”

We blijven even stil staan bij de fontein op het plein, waar een groep kinderen vrolijk speelt. De lucht voelt meteen lichter.

“Mooi gezegd, Jan. Jij naar huis?”

“Ja, ik duik straks mijn stoel in met een reisboek. Even wegdromen naar een land waar achterdocht nog geen nationale sport is. En jij?”

“Ik ga nog even langs mijn favoriete café. Daar schenken ze geen complotten, alleen een goed glas jonge jenever. En dat laat zich gelukkig nog steeds zonder dubbele bodem drinken.”

We lachen, geven elkaar een stevige handdruk en lopen ieder onze eigen weg, opgelucht dat dit gesprek even lucht gaf in een stad die soms zwaar ademt van achterdocht — en dat we er samen nog een beetje om konden lachen ook.

Ik stap Kevin’s binnen, groet de jongedame achter de bar en zeg spontaan: “Doe mij maar een Corona… ehm.. een jonge!”

Ik pak het glas aan en proost met: “Zoals de waard is zo vertrouwt hij zijn gasten”…”.

Zij fronst even en ik voeg er snel aan toe: “… maar met jou zit het wel goed!”

Santjes!

Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist – mogelijk tussen de regels door –  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 312 lezers



Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Krook

Krook

KROOK | Columnist van 01-2024 tm 02-2026 |
Schrijver over gedachtenkronkels van gewone mensen en dingen die voorbijgaan | Leven in de kantlijn van het bestaan | Ziener van het ongeziene | Ertoe doen waar het er niet toedoet | Midden in het Niemendal Maassluis