Ik loop vandaag door de wijk Sluispolder West en verwonder mij over hoe weinig er daadwerkelijk waarneembaar is van de verbetering van de leefbaarheid in deze wijk. Het is zo een dag waarop veel songteksten door mijn hoofd schieten alsof er een jukebox reageert op wat ik zie, denk of hoor.
Ik weet dat er veel gesloopt is en dat er nieuwbouw is verschenen in de afgelopen tien jaar.
“… This town is looking like a ghost town…”
Als ik het mij goed herinner was de voorspelling dat het hier de sfeer van een tuindorp moest worden. Zoiets als “… intimiteit en identiteit van een dorp… ruime groene opzet…”
Waar is dat te vinden? Die sfeer, onze sfeer van vroeger?
Ongemerkt neurie ik: “… ♪ Ik weet nog hoe het was ♫ De boerenkind’ren in de klas…”
Ik zoek die sfeer nu, maar ik zie het niet en ik voel het niet. Wel zie ik veel nieuwe laagbouw met daken vol zonnepanelen. Dat ervaar ik niet als een tuindorp uitstraling. Het doet mij eerder aan als een goedbedoelde poging om Lego huisjes te imiteren.
“♫ Dat is de nieuwe tijd ♫ net wat u zegt”, schiet mij door het hoofd.”
Wat ik wel voel, is dat de bestrating nog allerbelabberdst is en ik zie het aan de auto’s die hotseklotsend over de weg voorbijkomen.
“♫.. en maar schommelen en maar kijken naar de kont van het paard ♫”
Er staan aan de ene kant van de wijk een drietal flats die in een Amerikaanse achterstandswijk niet zouden misstaan.
“In the ghetto… “, echoot Elvis in mijn hoofd
Wanneer zouden die nu eens tegen de vlakte gaan? Of zouden die helse vleermuizen nog steeds aan de macht zijn?
“♪ Like a bat out of hell I’ll be gone gone gone ♪…”
Ik loop richting de P.C. Hooftlaan en zie De Schuurhof. Het is een merkwaardig verzamelgebouw van personen die uitdagingen in het leven hebben. Blowers, weduwen, werkzoekenden, mensen met afstand tot de markt.
“♪ Some folks say that we should be glad for what we have, ♪ Tell me would you be happy in Village Ghetto Land? ♪…”
Het is verdraaid écht alsof er een jukebox in mijn hoofd meeloopt. Ik sta op de P.C. Hooft en steek over naar Kevin’s. Ik stap het grand café binnen en groet de dame achter de bar. Zij toont een fles en vraagt: “Een jonge borrel, zeker?!” Ik knik en zij schenkt een glas in.
Ik pak het glas aan en hef hem in haar richting met de woorden: ” Mocht ik door de drank bezwijken, mocht ik naar de donder gaan, laat dan op m’n grafsteen prijken, hij kon niet meer op z’n benen staan”.
Ik zie haar wenkbrauwen omhoog vliegen en haast mij te reageren: “Sorry dame, er zit vandaag een jukebox in mijn hoofd. Er schieten mij steeds liedjes te binnen.”
Santjes!
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 225 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
