Het is zo’n maandag waarop zelfs de duiven nog moeten wakker worden. De Markt ligt er vredig bij, met hier en daar een verdwaalde boodschappentas en het geluid van een brommer. Ik wandel op mijn gemak richting het Stadshart — niet om iets te kopen, maar om te kijken of de stad er nog is. Dat is op mijn leeftijd al genoeg reden voor een ommetje.

Ter hoogte van het Dreupelkot hoor ik ineens: “Hé Krook, jij loopt hier nog gewoon onbewaakt rond?Ik draai me om en zie Arie, een oud-collega met een jas die ooit beige was. “Wat bedoel je?” vraag ik. “Nou,” zegt hij, “je hebt de krant toch gelezen? De burgemeester wil meer handhaving in de stad. Meer zichtbare BOA’s, meer politie op straat. Nou, ik heb ze niet gezien hoor. Jij wel?”

“Alleen bij de intocht van Sinterklaas vorig jaar,” zeg ik. “En toen stonden ze vooral te kijken of de Pieten wel genoeg schmink hadden afgeveegd.”

Arie schatert. “Ja precies! En als er ’s avonds jongeren staan te schreeuwen bij het bankje naast de fontein, dan zie je niemand. Alleen de pizzabezorger rijdt drie keer voorbij.”

We lopen samen richting de visboer. Daar staat Petra, die bij ons bekend staat als de informele burgemeester van het stadhart. Ze hoort ons praten en mengt zich onmiddellijk in het gesprek. “Hebben jullie het over de onzichtbaren?” zegt ze. “Ik heb er ook eentje gezien hoor — vorige week, bij het zebrapad bij de Hema. Een BOA! Althans zo leek het. Hij keek streng naar een fietser die over het plein reed. Ik dacht: eindelijk! Maar toen bleek dat het gewoon een man was met een blauwe jas en een broodje in zijn hand.”

We lachen, maar er klinkt ook iets van moedeloosheid in door.

“Het is toch wat,” zegt Petra, “de burgemeester zegt dat hij zich hard wil maken voor meer toezicht. Maar het lijkt meer op verstoppertje spelen. Misschien oefenen ze voor carnaval.”

Ik probeer wat nuchterheid in het gesprek te brengen. “Kijk,” zeg ik, “we hebben natuurlijk niet elke dag een politiemars door het centrum nodig. Maar ik snap het wel — mensen willen zien dat er wordt opgelet. Niet alleen camera’s, maar echte ogen.”

Arie knikt. “Ja, en oren! Want die camera’s horen niet dat ik om hulp roep als die jongens weer met hun scooters of fatbikes over de Markt racen.”

“Of als ik struikel over een scheve stoeptegel,” vult Petra aan. “Dan lig ik daar te zwaaien met m’n boodschappentas vol witlof en zie ik alleen een kat weglopen.”

“Nou,” zeg ik, “die kat is waarschijnlijk ook ingehuurd door de gemeente. Voor stil toezicht.”

We lachen uitbundig. Passanten kijken om. Iemand roept dat het lijkt alsof we een cabaret voorstelling aan het repeteren zijn. En misschien is dat ook wel zo — het stadshart van Maassluis is het podium, en wij zijn de figuranten die proberen de orde te begrijpen.

Arie zucht. “Maar even serieus, Krook. Jij bent toch altijd van het redelijke midden. Wat vind jij nou echt? Meer handhaving, minder? Heeft het zin?”

Ik denk even na. “Tja,” zeg ik, “ik vind dat we vooral meer mensen moeten hebben die zich verantwoordelijk voelen. Dat mag een BOA zijn, een agent, of gewoon een bewoner die z’n ogen openhoudt. We zijn een kleine stad, geen metropool. We kunnen elkaar best een beetje in de gaten houden, op de vriendelijke manier. En als er dan wél een BOA voorbij komt, laten we hem dan niet behandelen alsof hij een zeldzame vogel is. Gewoon even groeten.”

Petra glimlacht. “Dus jij zegt eigenlijk: handhaving begint bij hallo?”

“Precies,” zeg ik. “En dan mag de burgemeester dat citaat van me gebruiken voor in de krant.”

Arie steekt zijn hand op. “Ik stel voor dat we voortaan elke maandag hier een rondje Markt lopen. Jij als wandelend toezicht, wij als waakzame burgers. Gratis dienst.”

“Zolang ik geen uniform hoef,” zeg ik, “want daar krijg je het alleen maar warm van.”

We lachen nog een keer, nemen afscheid en ik vervolg mijn wandeling richting de Noordvliet. De zon prikt even tussen de wolken door, alsof Maassluis zelf een beetje meeluistert.

Ik denk: laat de BOA’s en de politie hun werk doen, maar laat ons als inwoners het verschil maken. Want een stad waar mensen omkijken naar elkaar, die heeft de minste regels nodig. En dus wens ik Maassluis vandaag vooral dat: meer ogen die zien, ogen die horen, en meer harten die begrijpen.

Tevreden met die gedachte ga ik richting Kevin’s. Bij binnenkomst merk ik dat ikzelf gezien en herkend wordt. Gelukkig, dat voelt vertrouwd en veilig. Ik bestel een borrel en hef het glas richting de jongeman. ‘Ik proost op ogen die zien en oren die horen!”

Santjes!

Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist – mogelijk tussen de regels door –  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 275 lezers



Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Krook

Krook

KROOK | Columnist van 01-2024 tm 02-2026 |
Schrijver over gedachtenkronkels van gewone mensen en dingen die voorbijgaan | Leven in de kantlijn van het bestaan | Ziener van het ongeziene | Ertoe doen waar het er niet toedoet | Midden in het Niemendal Maassluis

1 Reactie

  1. Joop Feestbalon
    6 november 2025 at 17:06

    Volgens mij gaat het werken met die BOA’S, afgelopen vrijdag zijn ze zowaar uit hun auto gekomen om de auto’s te bekeuren bij de vrijdag markt. En zowaar het houd niet op want weer heb ik ze uit de auto zien komen en wel in de Scheerderij om een voertuig geparkeerd natuurlijk anders moeten ze de bestuurder aanspreken brrrrr het idee alleen al. Het beleid van die Burgemeester plukken ze de vruchten al. Twee x op straat gezien uit de auto, moet toch niet gekker worden in Maassluis met die BOA’S.