Er staat een roze olifant in de kamer. Hij is vriendelijk, een tikje vermoeid, en niemand wil het echt over hem hebben. Zijn naam? Leeftijd. Zolang je jong bent, is hij nog maar een olifantje in de verte. Je hoort dat hij bestaat, je ziet hem soms bij anderen, maar hij lijkt nog niet voor jou bestemd. Totdat hij op een dag zachtjes aan je deur klopt. Eerst op je vijftigste, daarna op je zestigste, en plotseling staat hij pontificaal in je woonkamer, met zijn logge lijf en priemende ogen.

Vanaf dat moment wordt de dood niet langer een abstract begrip, maar een vertrouwde passant. Je bladert op zaterdagochtend door de krant, en opeens lees je de overlijdensadvertenties niet meer gedachteloos over. Die namen – ze beginnen iets te betekenen. Daar staat een oud-klasgenoot. Een collega van vroeger. De buurman met wie je ooit een biertje dronk. Hun geboortejaar: precies jouw geboortejaar. En dan dat moment van schrik – hé, die was even oud als ik.

Vanaf je zeventigste komt de dood niet meer op bezoek, hij lijkt te blijven logeren. Niet alleen in de krant, maar ook in je omgeving. De verjaardagen worden kleiner, de reünies stiller. Waar vroeger de gesprekken gingen over werk, kinderen of vakanties, gaat het nu over knieoperaties, pillendoosjes en testresultaten. En ergens, diep vanbinnen, weet je: ik ben aan de beurt, ooit. Misschien sneller dan ik denk.

Dat besef brengt ongemak, maar ook urgentie. Hoog tijd om in de spiegel te kijken. Wat valt er nog te redden? Niet in de zin van het verlengen van het leven – dat blijft grotendeels een loterij – maar in de zin van afronden, opruimen, loslaten. De roze olifant vraagt niet alleen hoe lang je nog wilt leven, maar vooral hoe je dat wilt doen.

Want stel jezelf de vraag: wat moet je op orde hebben om met een gerust hart verder te kunnen? Niet alleen de papieren en wachtwoorden, de bankzaken en verzekeringen. Ook de onuitgesproken woorden, de vergeten vrienden, de belofte die je nooit bent nagekomen. Hoeveel van die kleine schulden draag je nog met je mee?

Het is pijnlijk om eraan te denken, maar eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de dood niet altijd ordentelijk aanklopt. Soms komt hij te vroeg, soms midden in een rommeltje. En dan? Dan blijven de nabestaanden achter met vragen, papieren, half afgemaakte zinnen. Hoeveel chaos laat jij achter als jij vandaag zou wegvallen?

Die gedachte is confronterend, maar ook bevrijdend. Want alles wat je vandaag nog kunt opruimen, hoeft straks niemand anders meer te doen. En met opruimen bedoel ik niet alleen je administratie, maar ook je hart. Die oude ruzie met je broer, dat schuldgevoel tegenover je dochter, dat excuus dat je al jaren uitstelt – het zijn de kleine dingen die zwaar blijven wegen als je ouder wordt.

Toch is het goed om niet te blijven hangen in somberheid. Want de roze olifant is, ondanks zijn naam, niet enkel een symbool van eindigheid. Hij is ook een herinnering aan aanwezigheid. Als je hem durft aan te kijken, wordt hij minder dreigend. Misschien is hij zelfs een bondgenoot. Want ouder worden is, hoe je het ook wendt of keert, een voorrecht. Niet iedereen haalt de leeftijd waarop je met zulke vragen mag worstelen.

Leeftijd leert je om te relativeren, om zachter te worden. De haast ebt weg, de drang om te bewijzen neemt af. Je hoeft de wereld niet meer te veroveren; het is genoeg om haar te begrijpen. In dat licht is de confrontatie met de dood niet alleen verlies, maar ook een vorm van wijsheid. Je ziet het leven in zijn volle kringloop – van opkomst, bloei en verval. En juist daarin schuilt een zekere schoonheid.

Dus, wat kun je doen? Begin met kijken. Niet wegkijken, maar echt zien. De roze olifant hoort erbij, hij is deel van je leven. Ruim je huis op, zowel letterlijk als figuurlijk. Zeg wat nog gezegd moet worden. Regel wat nog geregeld moet worden. En daarna: leef. Niet uit angst, maar uit dankbaarheid.

Want zolang je leeft, is er tijd om te lachen, te leren en te liefhebben. De dood mag dan onvermijdelijk zijn, maar het leven is dat ook – totdat het stopt.

Dus hef het glas, met een knipoog naar de olifant in de hoek. Hij is er, hij blijft, en dat is prima. Zolang jij maar blijft dansen, ook al is het soms op dun ijs.


Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 297 lezers

Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist – mogelijk tussen de regels door –  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia



Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Columnist | Schrijver | Dichter | Mensenslijper | Aan de andere kant | Business Consultant | Filosoof | Spindoctor | Ethicus | Moralist | Ironicus | Satiricus | Sarcast | Zoeker | Cynicus |Mens | Relativist | Aan(dekaak)steller | Vrijdenker | Optimistische realist


klik voor ALLE columns van Jelle

■ ■ ■ ■
■ Kritisch bij falende uitvoering van beleid
■ SCHERP AAN DE WIND ZEILER
■ mijn versie van de werkelijkheid hoeft niet jouw versie te zijn
■ wie niet zwart-wit kan denken, blijft altijd hangen in 50 tinten grijs
■ subtiliteit & humor tegen benauwde kaders
■ Wereldburger in een stadje met dorpse denkbeelden.
■ Dichters, schrijvers, cartoonisten en columnisten corrigeren? U heeft nog veel te leren!
■ If you can not stand the heat: get out of the kitchen
■ Democratie is ook maar een woord
■ Elke les is er één.
■ Schrijven is een kunst, lezen des te meer.
■ Ik ben niet anders, ik kijk anders naar de dingen.
■ ■ ■ ■ ■

1 Reactie

  1. Cor Rieken
    8 november 2025 at 23:08

    Een wijze column…..