
Iedereen die de landelijke politiek volgt, weet hoe het daar aan toe gaat. De Premier en de ministers zijn getraind in het inhoudsloos antwoorden waarbij de menselijke maat altijd ver te zoeken is.
Als een fractie in de Tweede Kamer behoort tot de coalitiepartijen dan worden er achterkamertjesspelletjes gespeeld met de eigen minister (met uitzondering van de PVV, want overleg komt niet voor in zijn woordenboek. maar dat terzijde).
Achterkamertjes
De club die de achterkamertjes politiek al decennia cultiveert is rood en (s)links. Ze zweren bij “spreken met één mond”, fractiediscipline en gesloten gelederen. Om dat te bereiken wordt veelal vooraf in samenspraak met de eigen minister bekokstoofd wat er aan deze zal worden gevraagd. Daarvan zijn grofweg twee categorie varianten. De eerste variant betreft vragen voor de bühne: gevaarloze vragen die hun minister al kent uit het achterkamertje en waarop deze zich voor de beantwoording heel comfortabel heeft kunnen voorbereiden. De tweede categorie betreft lastige vragen, waarop de minister zich niet volledig geïnformeerd kan voorbereiden. Gelukkig voor de minister zijn er dan diverse escapes mogelijk. De makkelijkste escape is “Bedankt voor uw inbreng, ik neem dat zeker mee” in de hoop dat het in de doofpot verdwijnt. Dat lukt heel af en toe.
Als er aan de hand van concrete voorbeelden vragen rond problematiek worden gesteld, wordt het lastiger en dan wordt er steevast verwezen naar “het proces. de procedures” en “we moeten hiervan lessen leren, maar dan nu wel weer vooruitkijken”. Dat is een manier om tijd te kopen, de druk eraf te halen of de doofpot te vullen, waarbij achteraf de dader op het kerkhof ligt. Dat laatste betekent niet dat er iemand is vermoord. Nee, het verwijst naar het feit dat de schuldige niet meer kan worden aangesproken.
Tot slot als de kritiek aanhoudt, wordt er gegrepen naar de escape joker: de ambtenaren. Er zijn deze varianten: “Ik ben niet op de hoogte gebracht door mijn ambtenaren” of “de uitvoerende verantwoordelijkheid ligt binnen het ambtenarenapparaat”. Meestal wordt er aan toegevoegd: “Ik laat uitzoeken of het een procesfout of een procedurefout is”.
Nooit wordt gerept van “een fout mijnerzijds” of “ik neem de verantwoordelijkheid op mij”. Deze afstand wordt steeds krampachtig in ere gehouden totdat de Kamer een motie van wantrouwen aanneemt. Dan horen we ineens “Ik neem de verantwoordelijkheid …” gevolgd door “…Ik ga morgen mijn ontslag aanbieden aan de Koning”, waarna een comfortabele periode van wachtgeld ingaat.
Ten eerste …
Rode Joop was in de jaren 70 een zalvende dominee(szoon) die zijn antwoorden lardeerde met hele lappen tekst en steevast kwam daarin voor “Ten eerste meneer de voorzitter…” wat vijf minuten later werd vervolgd door “Ten tweede, meneer de voorzitter…” en vaak had hij vier of vijf punten. “Nou nou; Joop weet er wel heel veel van dit dossier”. In feite was er sprake van “informatie overdaad”: de toehoorders zijn de draad kwijt en legden dan het moede hoofd neer. Monddood.
Deze partijtactiek wordt nu al meer dan vijftig jaar toegepast.
Onze wethouder
Ik ken een lokale wethouder die 13 jaar in de Tweede Kamer heeft gewerkt bij die bovengenoemde rode fractie en daar dit spelletje met de paplepel kreeg ingegoten. Wie onze gemeenteraad volgt, ziet of liever hoort dagelijks ditzelfde spelletje. Een verschil met Joop is het aantal woorden per minuut. Dat is hier minstens drie keer zoveel (snel praten).
Heel jammer voor de wethouder dat de burger die hij dient, niet op afstand staat zoals in het Haagse. Hier kijken we hem op de vingers. Als veel burgers dit spel niet (of niet meer) waarderen en de voorkeur geven aan open kaart met volwassen tijdige inspraak, dan is maart 2026 de eerste gelegenheid om dat duidelijk te maken.
De wijsheid komt met de jaren. In Maassluis na jaren van ongemerkt maar ongewenst gekonkel.
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 283 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
