Er zijn van die momenten waarop de wereld zijn adem inhoudt. De finale rit van de vijfhonderd meter sprint. De laatste sprong bij het schansspringen. De ijshockeyfinale in een zinderend stadion. Vier jaar trainen, zweten, falen en opstaan – allemaal voor dat ene moment waarop het moet gebeuren. De Olympische Spelen zijn het ultieme decor van de eenmalige topprestatie.

En toen dacht ik: eigenlijk lijken de Olympische Spelen verrassend veel op de gemeenteraadsverkiezingen. En tegelijk totaal niet.

Laten we beginnen met de overeenkomst. Zowel bij de Olympische Spelen als bij de gemeenteraadsverkiezingen draait het om een cyclus van vier jaar. Vier jaar voorbereiding. Vier jaar bouwen aan conditie, strategie en zichtbaarheid. Sporters staan om zes uur ’s ochtends op voor een training die niemand ziet. Raadsleden staan ’s avonds om tien uur nog in een buurthuis om in gesprek te gaan met bewoners waar geen camera bij is. Vier jaar investeren in iets waarvan je hoopt dat het op het juiste moment rendeert.

Ook de spanning is vergelijkbaar. In de sport is het de klok die genadeloos aftelt. In de politiek is het de verkiezingsavond, met grafieken die oplichten en zetels die verschuiven. Winnen of verliezen ligt soms aan een fractie. Een honderdste seconde. Een paar honderd stemmen. De euforie van de overwinning. De teleurstelling van net niet.

Maar hier eindigt de gelijkenis – en begint het wezenlijke verschil.

Voor een olympiër is de Spelen het eindpunt van vier jaar. Alles is gericht op die ene dag. Daarna volgt rust, herstel, reflectie. Natuurlijk begint de volgende cyclus ooit weer, maar de piek ligt in dat ene moment. De prestatie is geconcentreerd in een paar minuten, soms zelfs seconden.

Bij gemeenteraadsverkiezingen is het precies andersom.

Daar is de verkiezingsdag niet het eindpunt, maar het startschot. De campagne is de sprint, maar daarna begint de marathon. Vier jaar presteren ná het moment van applaus of teleurstelling. Vier jaar waarin beloftes moeten worden waargemaakt, compromissen gesloten, begrotingen dichtgetimmerd en besluiten genomen die zelden olympisch goud opleveren, maar wel bepalen hoe een stad leeft, ademt en groeit.

Een olympiër hoeft na zijn race niet ineens met de tegenstander samen te werken aan een gezamenlijk trainingsschema. In de gemeenteraad is dat dagelijkse praktijk. Wie gisteren nog fel debatteerde, moet morgen samen een amendement indienen. Politiek is geen individuele discipline, maar een teamsport met wisselende opstellingen en soms onverwachte coalities.

Nog een verschil: bij de Olympische Spelen zijn de regels helder en voor iedereen gelijk. De lat ligt op een vaste hoogte. De afstand is exact gemeten. In de lokale politiek verschuift het speelveld voortdurend. Nieuwe wetgeving uit Den Haag, een onverwachte financiële tegenvaller, een maatschappelijk vraagstuk dat ineens urgent wordt. Geen windstille baan, maar een veld vol tegenwind en zijwind.

Toch is er ook hier weer een overeenkomst: zonder publiek geen betekenis.

Wat is een olympische finale zonder tribunes? Wat is een verkiezing zonder kiezers? De sporter kan nog zo hard trainen, als niemand kijkt, verliest de prestatie aan glans. En een gemeenteraad kan nog zo betrokken zijn, als inwoners niet stemmen, niet meedenken, niet meepraten, verschraalt de democratie tot een technische oefening.

Misschien zit dáár wel de belangrijkste parallel. Zowel de sporter als de politicus kan het niet alleen. Achter elke atleet staat een team van coaches, fysiotherapeuten, supporters. Achter elke raadslid hoort een betrokken gemeenschap te staan. Mensen die niet alleen op verkiezingsdag hun stem laten horen, maar ook in de jaren daarna hun mening geven, inspreken, meedenken, meedoen.

De Olympische Spelen leren ons iets over focus en discipline. Over het belang van lange adem en korte piekmomenten. Gemeenteraadsverkiezingen leren ons iets over verantwoordelijkheid. Over het feit dat winnen niet het einde is, maar het begin van vier jaar dienstbaarheid. Misschien moeten we daarom wat minder juichen om de uitslag alleen, en wat meer kijken naar wat daarna gebeurt. En misschien moeten we bij de volgende verkiezingen niet alleen denken: “Wie wint er?”, maar vooral: “Wie kan er vier jaar lang voor onze stad trainen, werken en samenwerken?”

Aan de toeschouwers – en dat zijn we allemaal – zou ik dit willen meegeven: blijf niet op de tribune zitten alsof het alleen een show is. Juich niet alleen bij winst en mopper niet alleen bij verlies. Uw stem is geen toegangsbewijs voor één avond spektakel, maar een investering voor vier jaar. Ga stemmen. Blijf betrokken. Spreek in, denk mee, stel vragen.

Want zonder publiek geen Olympische Spelen en zonder betrokken inwoners geen democratie die goud verdient. 🏅

Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist – mogelijk tussen de regels door –  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 210 lezers


m


Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Columnist | Schrijver | Dichter | Mensenslijper | Aan de andere kant | Business Consultant | Filosoof | Spindoctor | Ethicus | Moralist | Ironicus | Satiricus | Sarcast | Zoeker | Cynicus |Mens | Relativist | Aan(dekaak)steller | Vrijdenker | Optimistische realist


klik voor ALLE columns van Jelle

■ ■ ■ ■
■ Kritisch bij falende uitvoering van beleid
■ SCHERP AAN DE WIND ZEILER
■ mijn versie van de werkelijkheid hoeft niet jouw versie te zijn
■ wie niet zwart-wit kan denken, blijft altijd hangen in 50 tinten grijs
■ subtiliteit & humor tegen benauwde kaders
■ Wereldburger in een stadje met dorpse denkbeelden.
■ Dichters, schrijvers, cartoonisten en columnisten corrigeren? U heeft nog veel te leren!
■ If you can not stand the heat: get out of the kitchen
■ Democratie is ook maar een woord
■ Elke les is er één.
■ Schrijven is een kunst, lezen des te meer.
■ Ik ben niet anders, ik kijk anders naar de dingen.
■ ■ ■ ■ ■