Huisartspraktijken. Als je net zolang leeft als ik – een boomer – dan heb je vast hetzelfde beeld.

In de jaren vijftig kwam de dokter thuis bij ons langs als een kind met griep lag. Mensen die langere tijd ziek waren, konden erop rekenen dat de dokter op eigen initiatief een bezoekje bracht om te controleren hoe het ging. We spraken over “de dokter”. Wie zelf kon, ging naar het spreekuur en zat dan in de wachtkamer van de dokter, wachtte zijn beurt af. Soms wel twee uur wachten. De dokter nam iedere patiënt serieus en dus was hij de hele ochtend bezet. De middag was voor huisbezoek.

In de jaren zestig veranderde dat geleidelijk. De dokter werd de huisarts. De praktijkomvang groeide geleidelijk en de huisbezoekjes werden minder en moesten formeel worden ingepland. De dokter had daartoe een assistente in dienst genomen. Deze deed naast het vaktechnisch assisteren vooral ook het plannen van de dagelijkse afspraken per telefoon en noteerde deze in de papieren dagplanner. De gesprekken werden korter de huisarts werd een druk bezet persoon.

De jaren zeventig en tachtig vormden de opmaat naar verdere groei van de praktijk en het strakker regelen van de afspraken. Omdat de praktijkomvang per arts bleef toenemen, ontstonden samenwerkings-verbanden en combipraktijken. Jouw dokter was niet altijd meer beschikbaar en deze wist niet altijd meer jouw actuele medische situatie.

In de jaren negentig werden de combipraktijken omvangrijker in aantal en er kwamen per praktijk meer samenwerkende parttime artsen (in opleiding ook). De afspraken gingen nog steeds per telefoon, maar inmiddels werd gewerkt met automatisch antwoord, afspraakbelmomenten en automatische “blijft u aan de lijn, er zijn nog 3 wachtenden voor u” telefoonfaciliteiten. De gesprekken werden teruggebracht tot maximaal 10 minuten.

In de jaren nul groeide die telefoonmuur en moest je steeds vaker een kwartier aan de lijn blijven hangen. Soms viel de lijn weg en stond je weer achteraan in de belwachtrij. Je mocht alleen nog ’s ochtends bellen, mits je op tijd was want er was een beperkt afsprakenbelblok. De arts staarde tijdens het tien minuten gesprek geregeld op zijn / haar beeldscherm. De mens die jou kende was er niet meer. Je bent een nummer.

In de jaren tien groeide de gemiddelde belwachtrij en kwamen er meer secretariële assistentes die zich bezig hielden met afspraken afwimpelen door het uitvragen van de cliënt en diens vermeende kwaal. De gemiddelde tijdsduur nam toe en het beluurtje groeide qua wachttijden. Jouw afspraak was sowieso minstens voor de volgende dag. Tijdens het gesprek straalde de arts geregeld desinteresse en ongeduld uit. De cliënt was inmiddels verworden tot een case.

In de jaren twintig werd het steeds lastiger en daarom kon je alleen nog een afspraak maken voor ‘over een paar dagen of volgende week’. Je moet ‘jouw ziek worden’ dus wel tijdig plannen anders komt de dokter pas na jouw overlijden aan de lijn. Je bent – ook de bejaarde senioren – je eigen casemanager geworden. Is er acuut een ernstig probleem dan moet je moord en brand schreeuwen aan de telefoon. Oftewel 112 bellen. En dan komt ineens de halve zorgsector in vliegende vaart (zelfs per ambulance en helikopter) aangestormd, inclusief jouw huisarts.

Maar dan 2026. Praktijk Parkhof stuurt een mailtje aan alle cliënten: “u kunt alleen nog inspreken om te vragen voor een terugbelgesprek”. DONT CALL US WE ‘LL CALL YOU. …. De huisarts achter een IJzeren Gordijn. De ontmenselijking van de zorg is bijna afgerond.

Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist – mogelijk tussen de regels door –  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Reageren? … Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum] NB Uw reactie is pas zichtbaar nadat de moderator (controle t.o.v. algemeen fatsoen) deze heeft geakkordeerd.

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 1.317 lezers



Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Jelle Ravestein

Jelle Ravestein

Columnist | Schrijver | Dichter | Mensenslijper | Aan de andere kant | Business Consultant | Filosoof | Spindoctor | Ethicus | Moralist | Ironicus | Satiricus | Sarcast | Zoeker | Cynicus |Mens | Relativist | Aan(dekaak)steller | Vrijdenker | Optimistische realist


klik voor ALLE columns van Jelle

■ ■ ■ ■
■ Kritisch bij falende uitvoering van beleid
■ SCHERP AAN DE WIND ZEILER
■ mijn versie van de werkelijkheid hoeft niet jouw versie te zijn
■ wie niet zwart-wit kan denken, blijft altijd hangen in 50 tinten grijs
■ subtiliteit & humor tegen benauwde kaders
■ Wereldburger in een stadje met dorpse denkbeelden.
■ Dichters, schrijvers, cartoonisten en columnisten corrigeren? U heeft nog veel te leren!
■ If you can not stand the heat: get out of the kitchen
■ Democratie is ook maar een woord
■ Elke les is er één.
■ Schrijven is een kunst, lezen des te meer.
■ Ik ben niet anders, ik kijk anders naar de dingen.
■ ■ ■ ■ ■

3 Reacties

  1. Nell van der eijk
    7 maart 2026 at 11:29

    Ja, op deze manier wordt het lastiger en zo onperspoonlijk.

    Ik merk het bij mijn nieuwe huisarts. Jong nog, dus gaat nog lang mee op de parkhof.

    Mijn vorige huisarts vond ik nog wel dokter. Gemoedelijk,vaderlijk,vriendelijk en nam de tijd voor je. Geliefd bij iedereen.
    Stelde je gerust.
    Hij is met pensioen. Helaas.
    Hij waardeerde het dat ik op een speciaal ” afscheid” spreekuur kwam. Er stond thee koffie,chocolaatjes,koekjes op zijn buro.

    De grote merci zou hij samen met zijn vrouw delen en was wel verdiend.

    Ik mis hem oprecht.

    Mooi Jelle veel herkenning op het verhaal en geschiedenis.

  2. Marinus
    6 maart 2026 at 11:40

    Tijdsblokken las ik..
    De zelfde keuzes heb je als grofvuil wilt wegbrengen naar de milieustraat.

    Afijn, ik denk dat het wijs om mijn overlijden te gaan plannen, je weet maar nooit.

  3. Joke Paalvast-Visser
    6 maart 2026 at 09:51

    Dat is onze (goede?) Gezondsheidszorg hier in Nederland en dat terwijl wij kapitalen voor “deze” zorg betalen en niet krijgen.
    Het is heel onpersoonlijk ook tegenwoordig en niet zo gek dat we gaan googlen en zelf voir arts moeten spelen.