Maandag is voor mij geen dag om afspraken te maken. Maandag is een wandeldag. Een dag waarop het stadshart zich toont zoals het is: ongehaast, een tikje slaperig en vrij van opgeklopte gezelligheid. Ideaal voor een vrijgezel van 76 die zijn gedachten graag ordent terwijl zijn voeten het bekende rondje doen.
Het eerste gesprek dient zich al snel aan, vlak bij de bankjes naast Ervaar Maassluis Info. Hij is 68, een bekende kop, altijd keurig gekleed. Getrouwd, twee kinderen, drie kleinkinderen. We wisselen wat algemeenheden uit over het weer — maandagweer bestaat echt — en dan buigt hij zich iets naar me toe. Alsof hij een staatsgeheim gaat delen.
“Zeg Krook,” fluistert hij, “ik ben soms jaloers op jou.”
Ik lach, want dat hoor je niet vaak. Jaloezie richting een man zonder gezin, zonder gezamenlijke vakanties, zonder kerstdiscussies over bij wie men dineert. Maar hij meent het. Sinds hij met pensioen is, zegt hij, zitten hij en zijn vrouw elkaar voortdurend in de weg. Gedoe over kleine dingen. De krant verkeerd neergelegd. Te laat naar de supermarkt. Te vroeg naar bed. Alles wordt besproken, becommentarieerd, beoordeeld. “Ik mis mijn werk,” zegt hij. “En soms… de stilte.”
Ik antwoord hem, wens hem sterkte en wandel door.
Op de Zuidvliet tref ik nummer twee. Zeventig jaar. Wandelstok, maar nog scherp van geest. Ook getrouwd. Al vijfenveertig jaar, benadrukt hij zelf, alsof het een ereteken is dat ook gewicht mag hebben. We praten over vroeger, over hoe snel de stad veranderd is. En dan komt ook bij hem diezelfde bekentenis.
“Jij hebt het goed bekeken, Krook. Jij hoeft je aan niemand te verantwoorden.”
Sinds hij thuis is, vertelt hij, wordt zijn agenda vooral door vrouwlief beheerd. Hij krijgt lijstjes. Taken. Goedbedoelde aanwijzingen. “Ze bedoelt het niet kwaad,” zegt hij haast verontschuldigend, “maar ik word er soms doodmoe van.” Hij zucht. “Ik ga tegenwoordig langer wandelen dan nodig is.”
Ik knik begrijpend. Niet triomfantelijk, maar wel met herkenning. Geef hem een antwoord en denk ondertussen Vrijheid wordt vaak pas gemist als ze gedeeld moet worden.
Het derde gesprek is het meest openhartig. Tweeënzeventig, breedgeschouderd, oud-havenarbeider. Geen gefluister dit keer, maar een bijna vrolijke ontboezeming. “Als ik jou zie lopen,” zegt hij, “denk ik: die Krook, die heeft tenminste rust in zijn kop.”
Bij hem is het thuis nooit stil. Er wordt geklaagd over alles en niks — zijn woorden, niet het mijne. Over hoe hij zit, wat hij eet, wanneer hij iets doet. “We zijn samen oud geworden,” zegt hij, “maar soms ook knap lastig voor elkaar.”
Ik knik instemmend. Ik herken het patroon uit mijn vriendenkring. Ik antwoord ook hem, groet en wandel peinzend door.
Ik hoor drie varianten van hetzelfde verhaal. Geen spijt van het huwelijk, laat dat duidelijk zijn. Maar wel onwennigheid. Twee mensen die jarenlang hun eigen domein hadden en nu plots dag in dag uit elkaars spiegel zijn. De hele dag bij elkaar op de lip zitten en daardoor over van alles vitten op elkaar.
Ik heb tegen alle drie ongeveer hetzelfde geantwoord. Dat het leven niet ophoudt bij de voordeur. Dat pensioen geen huisarrest is. Dat het gezond is om buiten de deur actief te blijven. Een club, vrijwilligerswerk, een vaste wandeling. En — ik zeg het met nadruk — een wekelijks bezoek aan Kevin’s. Niet alleen voor de koffie of het biertje, maar voor het gesprek. Voor het bestaan buiten de huiskamer.
“Je moet af en toe ontsnappen,” zeg ik. “Niet aan je vrouw, maar aan jezelf. Je eigen benauwde denken.”
Ze hadden stuk voor stuk erom gelachen. Opgelucht, bijna dankbaar.
Ik maak mijn rondje af en stap bij Kevin’s Restobar naar binnen – het is even wennen aan die nieuwe naam – nog denkend aan die jaloezie. Aan hoe vreemd het leven soms loopt. De vrijgezel als object van verlangen. Ik hef mijn glas. Op de maandag. Op de wandeling. En op het eenvoudige recht om af en toe ongehinderd jezelf te zijn.
Santjes!
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 246 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
