Hier loop ik dan. Dinsdagmiddag. Mijn vaste rondje door het stadshart van Maassluis. Ik noem het altijd mijn inspectieronde, al inspecteer ik niets anders dan mijn eigen gedachten. Vandaag komen die met bakken uit de hemel vallen, samen met de regen. Het is zo’n miezer die niet eens de moeite neemt om echt nat te worden, maar wel alles somber maakt. Paraplu’s blijven thuis; wie moet er ook naar buiten?
De Nieuwstraat ligt er verlaten bij. Een enkeling haast zich, schouders opgetrokken, blik op de stoep. Winkels zijn open, maar het voelt alsof ze het alleen voor de vorm doen. Achter de etalages zie ik personeel dat duidelijk ook liever ergens anders zou zijn. Telefoons in de hand, armen over elkaar, wachtend op een klant die niet komt. Het stadshart ademt geen hartslag vandaag, eerder een diepe zucht.
Al lopend vraag ik me af: hoe komt dit toch? Natuurlijk, het weer helpt niet mee. Regen is een slechte verkoper. Niemand krijgt zin om een nieuw jasje te passen als de eigen jas al doorweekt is. Maar het kan niet alleen het weer zijn. Dat zou te makkelijk zijn.
Misschien is het de sfeer. Of beter gezegd: het gebrek eraan. Geen muziek, geen rumoer, geen geroezemoes van mensen die elkaar tegenkomen en besluiten samen een koffie te drinken. Alles klinkt hol. Zelfs mijn voetstappen lijken harder dan normaal. Ik mis de kleine dingen: een lach bij de bakker, een grapje bij de slager, het knikje van herkenning. Vandaag niets van dat alles.
Dan schiet me te binnen: carnaval verlof. Niet iedereen viert het hier, maar het idee dat mensen “even weg” zijn, blijft hangen. Naar het zuiden, naar feest, kleur en herrie. Of skiën? Misschien is Maassluis deze week gewoon even op pauze gezet. Alsof iemand op een knop heeft gedrukt: stadshart – stand-by.
En dan zijn er nog die Olympische Spelen. Groot, meeslepend, alles opslokkend. Mensen zitten thuis op de bank, ogen op het scherm, meelevend met sporters die ze gisteren nog niet kenden. Juichen, zuchten, herhalingen kijken. Wie gaat er dan nog even een rondje winkelen? De wereld speelt zich af in huiskamers, niet op straat.
Ik overdenk het allemaal terwijl ik langzaam richting de Markt loop. Normaal gesproken is dit het punt waar ik mezelf trakteer op een moment van rust. Even bij Kevin’s naar binnen. Een jonge borrel, een praatje, een knipoog vanachter de bar. Mijn vaste ankerpunt in de week. Maar vandaag… vandaag hangt er een bordje op de deur. Gesloten. Dinsdag. Alsof iemand het speciaal heeft uitgezocht.
Geen borrel. Geen toost. Geen praatje over niks en alles tegelijk. Het voelt verrassend leeg, meer dan ik had verwacht. Ik blijf even staan, kijk naar mijn eigen weerspiegeling in het raam. Een man van 76, met natte schouders en een lichte zucht. Dit wordt een nare week, denk ik. Zo eentje die traag voorbij kruipt, zonder hoogtepunten om naar uit te kijken.
Ik draai me om en wandel verder. De regen lijkt feller te worden, of misschien voel ik hem gewoon meer nu. Toch, ergens tussen de lege stoepen en gesloten deuren, gebeurt er iets kleins. Ik zie een licht branden in een bovenwoning. Een gordijn beweegt. Iemand zwaait naar iemand anders aan de overkant. Heel even is er contact, hoe vluchtig ook.
En dan denk ik: dit stadshart heeft meer meegemaakt. Strenge winters, lege tijden, veranderingen die pijn deden. En elke keer kwam het weer terug. Met nieuwe mensen, nieuwe ideeën, nieuwe redenen om naar buiten te gaan. Misschien is dit gewoon zo’n dag. Zo’n dinsdag die je moet laten passeren.
De regen stopt morgen vanzelf. De winkels vullen zich dan weer. Kevin’s gaat morgen open en de borrel smaakt dan misschien wel extra goed. En ik? Ik loop mijn ronde uit, steek mijn handen diep in mijn jaszakken en besluit: sombere dagen tellen ook mee. Ze maken de betere dagen zichtbaar. En daar houd ik me aan vast.
Ik zou er zo op proosten, ware het niet…
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 502 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
