Ik had mij nog zo voorgenomen om buiten dat gedoe van de gemeenteraadsverkiezingen te blijven, maar deze week was toch echt the bloody limit.
Maandagmiddag. Een schrale wind jaagt lege kassabonnen over de Nieuwstraat. Ik trek mijn kraag wat hoger op en zet koers richting het stadshart. In vier jaar kan een mensenleven veranderen. In vier jaar kan ook veel dankzij een politieke partij veranderen – althans, dat zou je hopen. Maar soms verandert er niets, behalve de toon.
Vier jaar lang zat daar, in de raadzaal, de partij die zich met graagte afficheert als dé ondernemerspartij bij uitstek. De partij die zegt begaan te zijn met het ware hart van Maassluis, het stadshart. Ahum…. In vier jaar ( 1 ) dienden ze precies één motie “voetgangersgebied in het stadhart” in ten gunste van die ondernemers. Eén. En dat pas in juli 2025 nadat er al jaren klachten van winkeliers en burgers zijn, zelfs in diverse columns op Maassluis.nu over (brom)fietsers die over de kade scheuren en mensen de stuipen op het lijf jagen. Eén hele motie van de VVD, waar ze hun naam onder mochten zetten alsof het een sponsordeal betrof. Pfff…
En nu, vier weken voor de gemeenteraadsverkiezingen, is er plots een verontwaardigde rapellering via vragen ( 2 ) over de te late uitvoering van diezelfde motie “Stadshart als voetgangersgebied”. Alsof men wakker werd uit een winterslaap en dacht: goh, er zijn verkiezingen. Laten we ons eens druk maken.
Ik sla de hoek om bij de fotozaak en zie een man met een bezem voor zijn winkel staan. Hij veegt meer uit gewoonte dan uit noodzaak; er ligt nauwelijks wat. “Rustig,” zeg ik.
Hij knikt. “Rustig is het al jaren.”
We raken aan de praat. Hij heeft de social media-berichten ook gezien. De empathische foto↗️ met de lege Nieuwstraat. “Ze zijn ineens helemaal into PR foto’s,” zegt hij. “Vier jaar heb ik ze hier niet gezien en amper gehoord.”
“Maar nu wel,” zeg ik.
“Ja,” lacht hij schamper. “Nu wel. Zag je die loser die af en toe bij Voetbal Inside zit te wauwelen? Man, man… Hij staat nu met een big smile en de tekst ‘We leven mee met onze ondernemers’ op een promo foto. Nog op het verkeerde winkelcentrum ↗️ ook. Ze leven mee? Waar waren ze toen de huren stegen? Toen we vroegen om duidelijkheid over het voetgangersgebied?”
Hij haalt zijn schouders op. “Eén motie in vier jaar. En dan doen alsof ze de redders van het stadshart zijn.”
We nemen afscheid. Zijn bezem gaat weer over de stenen, ritmisch, bijna berustend.
Ik loop al mijmerend terug richting de Markt. Het idee van een voetgangersgebied is geen exotisch experiment. In steden als Delft en Leiden heeft men al lang begrepen “dat verblijfskwaliteit de motor is van lokale economie.” Minder blik, meer beleving. Maar zoiets vraagt visie, doorzettingsvermogen en – jawel – vier jaar consequent beleid. Niet vier weken campagne.
Bij de fontein kom ik een ouder echtpaar tegen. Ze herkennen me. “U bent toch Krook?” vraagt de man.
Ik knik.
“Wat vindt u ervan?” vraagt zijn vrouw zonder omwegen. “Dat gedoe over dat voetgangersgebied?”
Ik glimlach. “Ik wandel en ik luister.”
“Wij ook,” zegt ze. “En wij zien vooral dat het verkiezingstijd is.”
De man vult aan: “Vier jaar hoor je ze niet. En nu ineens grote woorden over ‘het kloppend hart van onze stad’. Ik zag gisteren weer zo’n foto↗️. Nota bene met een fietser erop. Alsof ze samen met de winkeliers een zware tijd doormaken.”
Zijn vrouw schudt haar hoofd. “Als je echt iets wil voor ondernemers, dan begin je op dag één. Niet op min vier weken.”
We praten nog even door. Over leegstand. Over de vraag of een voetgangersgebied meer oplevert dan het kost. Over het belang van duidelijke keuzes. “Half werk is ook werk,” zegt de man. “Maar het is meestal niet het goede werk.”
Als ik weer verder loop, denk ik aan die ene motie. Hoe die destijds met veel aplomb werd aangekondigd. Hoe er applaus was voor ‘hun’ midzomer initiatief – terwijl er al zolang signalen zijn via anderen. En hoe het daarna stil bleef. Geen vasthoudendheid, geen tussentijdse druk, geen creatieve voorstellen om ondernemers écht te ondersteunen. Tot nu. Nu is er haast. Nu is er urgentie. Nu is er – wonder boven wonder – verontwaardiging.
Het stadshart verdient beter dan politieke capriolen. Het verdient consistentie. Ondernemers investeren niet voor vier weken, maar voor jaren. Ze tekenen huurcontracten, nemen personeel aan, bouwen klantenkring op. Ze leven met de seizoenen, niet met de verkiezingskalender.
Social media kan veel. Het kan sfeer oproepen, betrokkenheid tonen, verhalen delen. Maar het kan ook maskeren. Een empathische foto is nog geen empathisch beleid. Een rapellering is nog geen visie. En een partijnaam is nog geen garantie.
Ik steek de straat over en besluit mijn wandeling af te sluiten bij Kevin’s Restobar. Binnen is het warm. Het geroezemoes klinkt als een geruststellende onderstroom. Aan de bar bestel ik een jonge borrel.
Kevin knikt me toe. “Druk buiten?”, vraagt hij.
“Vooral druk op internet,” zeg ik.
Hij lacht en knipoogt: “Daar kun je geen huur van betalen.”
Ik neem een slok en kijk rond. Hier zitten mensen. Praten. Lachen. Plannen maken. Dit is het echte stadshart. Niet de foto, niet de slogan, maar de ontmoeting.
Misschien komt het voetgangersgebied er. Misschien wordt het een succes. Misschien blijkt het ingewikkelder dan gedacht. Maar wat er ook gebeurt, het vraagt om meer dan verontwaardiging op het juiste moment. Het vraagt om vier jaar inzet vóór én na een verkiezing.
Ik hef mijn glas.
“Op een goede afloop,” mompel ik.
Niet voor een partij. Niet voor een campagne. Maar voor het stadshart.
Santjes!
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 610 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Editor's Rating
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU

1 Reactie
En zo is het beste Krook. Is er nog een partij die dit gat dicht?