Bijna wekelijks krijg ik wel van iemand de vraag: “Waarom heb jij eigenlijk geen rijbewijs?” Het liefst zou ik dan een flinke teug adem nemen en beginnen aan een passievol statement, over de vervuilende krachten van uitlaatgassen, de hoge kosten van rijlessen, het reeds bestaande overschot aan auto’s, etc. etc.
Maar als ik echt open kaart wil spelen, dan hoef ik absoluut geen flinke ademteug te nemen. De echte reden is kort maar krachtig: ik ben lui.
Omdat ik ben opgegroeid in de Randstad is het gebruiken van het openbaar vervoer mij met de paplepel ingegoten. En omdat Maassluis niet enorm groot is, is de fiets vaak sneller dan omrijden met de auto. Daarnaast bevinden bijna alle vaste locaties uit mijn leven zich praktisch langs de metrolijn.
De behoefte aan een rijdend stuk blik is bij mij dus nooit echt ontwikkeld. En waarom zou ik dan de moeite nemen om rijlessen te nemen en met mijn neus in de boeken te duiken, als ik die tijd ook kan gebruiken om iets leuks te doen of juist lekker op de bank te zitten?
Daarbij brengen mijn, blijkbaar alternatieve, vervoersmiddelen stiekem best een aantal leuke extra’s met zich mee. Zo kan ik mij ’s ochtends één keer extra omdraaien omdat ik nog niet helemaal wakker hoef te zijn als ik de deur uit stap. Met de slaap nog in mijn ogen zie ik vanuit de metro hoe haven, stad en natuur aan mij voorbijtrekken en zo begint mijn dag heel gemoedelijk. Als ik dit in een auto zou doen, zou dat toch wat riskanter zijn.
Het tweede extraatje is dat mijn reis stiekem een workout in vermomming is. Zodra ik ergens aankom heb ik al een stuk gefietst en gewandeld in de frisse lucht, in plaats van dat ik op een stoel ben gaan zitten en voor de deur ben uitgestapt. Zeker op werkdagen waarop ik de hele dag achter een computer zit, geeft dat toch een klein gevoel van gezondheid.
Maar mijn favoriete extraatje heb ik voor het laatst bewaard: het fenomeen van de OB’er, de Onbekende Bekende. Een OB’er is een persoon die je niet kent, maar met wie je één ding gemeen hebt: je neemt iedere ochtend dezelfde metro en passeert elkaar daar. De OB’er heeft verder geen rol in je leven en valt pas op als je die ineens niet meer ziet. Stiekem ga je de OB’er dan een beetje missen, totdat je de OB’er op een dag weer ziet en het dagelijkse patroon weer opgepakt kan worden.
Ik kan mijzelf uren vermaken met het fantaseren over de levens van OB’ers. Hoe vullen zij de rest van de momenten die niet met die van mij overlappen? Waar gaan ze naartoe? Waar komen ze vandaan? En zouden ze dit zich ook over mij afvragen? Natuurlijk zou ik dit allemaal gewoon kunnen vragen, maar dan is de lol van het OB’er zijn er meteen af. Dus ik laat het mysterie maar bestaan.
Misschien komt dat rijbewijs er ooit nog, maar voorlopig houd ik het gewoon lekker bij mijn alternatieve aanpak. En: nieuwe OB’ers voor in de collectie zijn altijd meer dan welkom!
Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 200 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
