Laatst zat ik in de trein en toen zag ik aan de binnenkant van het raam een lieveheersbeestje als medepassagier. Terwijl het landschap op turbotempo aan ons voorbij raasde, zat het diertje rustig op het glas. “Wat zou er door hem heen gaan?” dacht ik toen. Zou hij zich voelen zoals wij mensen ons voelen als we op een lopende band lopen? Dat je zelf op normaal tempo loopt, maar dat de wereld om je heen ineens op dubbele snelheid staat. Of heeft hij dat allemaal niet door omdat zijn ogen aan de bovenkant zitten en dus alleen het treininterieur kunnen zien?
Hier kan ik uren over nadenken, maar waar ik eigenlijk altijd op uitkom is: Vindt dit diertje ooit nog de weg naar huis? Stel je voor je wandelt of vliegt lekker een beetje rond en gaat een ruimte in waar heel veel andere grote wezens in gaan. Je gaat even zitten op een oppervlak en na een tijdje ga je weer zoeken naar de uitgang. Wanneer je die dan eindelijk gevonden hebt kijk je om je heen en herken je de omgeving niet meer.
Plots bevind je je in een volledig nieuwe wereld waarin je niks kent. Je weet niet waar je bent, maar bovenal weet je niet hoe je terugkomt. Misschien kan je nog terug naar de vorige ruimte en kom je dan weer thuis? Je doet een poging, maar nee: ook de volgende uitgang is weer totaal onbekend. Je zoemt, piept of roept (afhankelijk van welke diersoort je bent) in de hoop dat je eigen kolonie je hoort en je komt halen. Zó ver kan je niet zijn toch?
Maar er komt geen reactie. Geen punt van herkenning en geen weg terug.
En dan was dit toevallig nog maar een trein naar Haarlem. Stel je voor dat dit beestje in de Eurostar of Thalys zou zitten. Dan is het niet eens een totaal andere omgeving, maar ook nog eens een ander land. Ineens roepen de mini-versies van de grote wezens niet meer “Kijk! Een lieveheersbeestje!” als ze je zien. Nee, nu schreeuwen ze plots “Look! A Ladybug!” of “Regarde! Une coccinelle.” Een wellicht spreken ook je eigen soortgenoten hier een ander taal of hebben ze een Brits of Frans accent. Probeer dan nog maar eens uit te leggen hoe je hier gekomen bent zonder totaal seniel over te komen.
Ik denk dat wij mensen maar op één moment bij dit gevoel in de buurt zullen komen, namelijk bij een verhuizing. En laat ik mij nou net in deze fase bevinden. Want: Ik heb eindelijk de finale van de grote woonshow bereikt en heb de hoofdprijs gewonnen! Net als het lieveheersbeestje stap ik binnenkort dus in, op weg naar een nieuwe bestemming waar nog veel onbekend is. Ik kan haast niet wachten om te zien wat deze nieuwe plek allemaal in petto heeft. Eén voordeel: de taal (of tenminste het accent met de natte t) spreek ik al!
Helaas betekent dit wel dat dit mijn laatste column voor Maassluis.nu gaat zijn, omdat ik de stad ga verlaten. Wie weet dat ik ooit op een andere plek mijn schrijfveer weer oppak, maar voor nu wil ik alle lezers, en iedereen die in de afgelopen 6 jaar (via-via) een leuke reactie heeft gegeven, bedanken.

Columnisten schrijven eigen visie op persoonlijke titel.
- De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
- Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
- Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van ’t Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
- Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 241 lezers Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
