Klik voor de definitie van een column
  Een column is géén nieuwsartikel. Wat is het wel? Onderstaande maakt duidelijk dat je een column moet begrijpen door niet alleen de woorden tot je te nemen, maar door te bedenken welke  boodschap de columnist - mogelijk tussen de regels door -  aan de lezers geeft. Begrijp je de boodschap? Zie je wat de schrijver bedoelt? Daar kan ieder individu wat van vinden. Als het een eigen pijnplek is, kan de lezer de aanvechting hebben om helemaal erin mee te gaan of er volledig tegenin te gaan. Het is goed dat je als lezer weet wat (de waarde en betekenis van) een column is.
  • De aard van de journalistieke vorm van columns is dat deze informatief, leerzaam. onderhoudend maar ook kritisch, humoristisch (parodie, ironisch, sarcastisch, satirisch) en prikkelend kunnen zijn binnen een maatschappelijke context.
  • Waar de columnist dat zelf nodig acht, kunnen links in de tekst staan die naar achtergrondinformatie doorverwijzen
  • Wat voor de één een leuke of rake column is, is voor een ander onzin, een belediging of niet acceptabel. Youp van 't Hek die met alles en iedereen de vloer aanveegt in zijn columns in het NRC wordt niet door iedereen gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor Theo Holman in Het Parool en diverse andere columnisten.
  • Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.
Zie ook bijgaande definitie van wikipedia:  

© wikipedia

Carnaval!! Het roept warme herinneringen bij me op. Oh, wat hield ik ~ en houd ik nog steeds~ van dat feest!!

Ik ben opgegroeid in een traditioneel katholiek gezin. We gingen alle zes naar de St Andreasschool en op zondag naar de kerk. Carnaval werd uitbundig en meermalen gevierd. Op school, bij onze hobbies, op straat, in het dorp en zelfs in de kerk. Dan trad de blaaskapel van de Carnavalsvereniging, gehuld in boerenkiel, met toeters en bellen de kerk binnen. Op straat liep je tot in de schemer in je verkleedkleren. De schmink was uitgelopen en overal lag confetti en serpentine op de stoep. Je lekker uitdossen. Doen alsof je iemand anders was. De King of Pop, Madonna of Zigeunermeisje. Pippi Langkous, Cowboy of Indiaan. Of gewoon in, bij elkaar geraapte, gekke kleren. Alles was goed! Even in een andere wereld. Even doen alsof..

Het is de aanloop naar de vastentijd: de periode van 40 dagen tot aan Pasen die op Aswoensdag begint.

Ook vroeger, als kind, ‘haalde’ ik op die woensdag een askruisje. In de vroege avond ging ik naar de kerk. Het voelde alsof de pastoor een gewoon kruisje op je voorhoofd streek. Zacht en koud. Onzichtbaar. Alsof het er niet was. Er niets was gebeurd. Terug in de kerkbank keek je elkaar aan. Wat onwennig. Een kleine glimlach. Ja, er stond echt een kruisje op! Niet alsof… maar echt.

‘Met de Heer begraven en weer opgestaan… hoor ik zingen… om met Hem te leven, Jezus’ weg te gaan’.

Afgelopen weekend bezocht ik iemand in het Hospice. Ken je dat? Dan komt er iemand op je pad van wie je geen familie bent, en toch… voelt het een soort bekend. Soms kruisen je wegen, kom je iemand tegen met wie je dan een vriendschap bouwt… het voelt een soort vertrouwd. Ken je dat?

Bij zo iemand ging ik op bezoek. In een spiksplinternieuw Hospice. We werden er warm ontvangen door lieve vrijwilligers. Het huis staat gewoon in een woonwijk. Alsof er niets mee is. Alsof het geen sterfhuis is maar gewoon… een huis. Eenmaal binnen ben ik verrast. Het lijkt net een normaal huis. Smaakvol ingericht. Een leestafel. Droogbloemen in een vaas. Zelfs een piano. Ik kan het niet laten en til de klep even op. Een stuk ivoor valt op de grond. De toetsen vergeeld. Hier wordt niet meer op gespeeld. De piano staat er voor de sier.

Alsof…

In de buffetkast zie ik wat objecten staan… een pot van keramiek, een vetplantje. Een stapel boeken, op de kant gelegd. Wanneer ik de titels lees kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat ook deze boeken slechts decoratief zijn bedoeld. Ik huiver. Een rilling langs mijn rug.

Alsof…

Tijdens het bezoek kijken we elkaar aan. ‘Het is niet te bevatten’, zegt ze. Na een jarenlang gevecht tegen die ziekte is het nu stil. Jarenlang bad ik voor een goede uitslag. Nu kan ik niet meer bidden. Het is niet te bevatten. Er komt ook geen scan meer. Geen behandeling. Geen plan. Alsof er geen ziekte meer is.

Alsof…

En nu is het stil. ‘Ik ben zo rusteloos’, zegt ze, “Kan je dat begrijpen? Geen kwaad woord over de mensen hier hoor. Die vrijwilligers zijn zo lief voor me! Ze nemen alles uit handen. Ik mag hier tot rust komen. We kijken elkaar aan. Even is het stil. ‘Heeft u dan geen plannen?’ Ze kijkt me aan. ‘Wat voor plannen moet ik hebben?’. Haar stem klinkt vertwijfeld. Hoopvol.

Leven in een sterfhuis. Dat is leven alsof je niet sterven gaat of leven tot het niet meer gaat? Leven in een sterfhuis. Dat is leven met het kruis. Van licht en leven naar donker en dood alsof er niets meer is? Of leven alsof het verder gaat. Van dood naar verrijzenis.

Reageren? ... Blader naar beneden plaats jouw reactie direct onder artikel [binnen 30 dagen na publicatiedatum]

⊗——het einde ——⊗

◄ klik voor Publicatieschema columnisten

voorliggende column is tot nu toe gelezen door: 406 lezers

WIE SCHRIJVEN DE VOLGENDE KEREN?

Christel van Berkel

Christel van Berkel

CHRISTEL VAN BERKEL-VERLAAN | Columniste 2 per maand
Chaotische huisvrouw met ADD | Gepassioneerd zangeres en dirigente |
Gezegende vrouw van Arij | Liefdevolle moeder van Siri, Evi & Isaak

3 Reacties

  1. Tom Koppenaal
    10 maart 2022 at 18:51

    Ik heb hier met vele anderen van genoten, zoals je weet.

  2. Frank Koppenaal
    3 maart 2022 at 22:27

    Heel mooi, dank je wel.

  3. Aad Rieken
    2 maart 2022 at 09:23

    “Over-leven!”