Longread en tevens een oproep voor het nieuwe college van B&W
MAASSLUIS | Desiree van Doremalen is een gepassioneerde inwoner die al jaren vormgeving en verbeteringen rond het thema jeugdzorg aankaart. Jeugdzorg is sinds 2015 een verantwoordelijkheid op gemeentelijk niveau. De gemeente maakt stappen, maar het gaat nog steeds niet goed. Daarom een welgemeend advies aan het nieuwe college dat deze zomer aan de slag gaat.
Op 19 maart 2026 las ik in Het Nieuwsblad van Maassluis een korte samenvatting van de raadsinformatiebrief (RIB), waarin wethouder Kroonen de inzet van ervaringsdeskundigheid toelicht. Deze inzet staat nog in de kinderschoenen. Eerdere wethouders die verantwoordelijk waren voor jeugdhulp hebben, ondanks de verplichting vanuit de Jeugdwet, nagelaten om ervaringsdeskundigheid daadwerkelijk vorm te geven. Netwerk Beter Samen in de provincie Utrecht wordt in de RIB genoemd als voorbeeld hoe de inzet van ervaringsdeskundigheid vorm gegeven kan worden. De Stem van Noordje in Noord Holland is eveneens een goed voorbeeld.
Correct ingezette ervaringsdeskundigheid, zoals bedoeld in de Jeugdwet, laat de systeemwereld van de jeugdhulp beter aansluiten op de leefwereld van inwoners en maakt jeugdhulp passender en goedkoper. Dit geldt ook voor de WMO en een effectieve aanpak van armoede.
Een post uit oktober 2025 op LinkedIn is mij uit het hart gegrepen. Deze werd geplaatst door Marcel van Kleij, van beroep: Behandelaar, Counselor, Sociaal werker, Hersteldeskundige, Begeleider en Herstelcoach.
Ik sta volledig achter dit stuk. In onderstaande legt Marcel uit wat nodig is om inzet van ervaringsdeskundigheid effectief te maken.
Het is aan de nieuwe coalitie om de verplichting uit de Jeugdwet vorm te geven.
Desiree van Doremalen

Inzet van ervaringsdeskundigheid klinkt empathisch, modern, zelfs onmisbaar. Als je naar beleidsnota’s van gemeenten kijkt die hier mee bezig zijn wemelt het van de zinnen over participatie, co-creatie en gelijkwaardige inbreng.
Toch gebeurt er iets geks. Hoe meer gemeenten beweren ervaringskennis te borgen, hoe leger ze haar maken.
De meeste gemeenten weten niet wat ze binnenhalen. Ze nodigen iemand uit “met eigen ervaring”, laten die aansluiten bij een overleg en noemen dat gelijkwaardige samenwerking. Ervaringskennis wordt dan iets decoratiefs, de menselijke toets in een verder onmenselijk proces.
Een gezicht op de flyer. Een stem in het filmpje dat verantwoording aflegt aan de burger of subsidieverstrekker.
Wat is ervaringskennis
Wat bij gemeenten ontbreekt, is werkelijk begrip van wat ervaringskennis is en wat ze vraagt. Ze is niet hetzelfde als een ervaringsverhaal. Ze is ook geen herkenningstool om beleid menselijk te kleuren. Ervaringskennis ontstaat pas als iemand de eigen ervaring heeft doorleefd, doorgrond, losgelaten en vertaald naar iets wat overdraagbaar is. Daarvoor zijn competenties nodig die niet uit een cursus te halen zijn, maar uit reflectie, taalgevoel, reeds eerder verworven competenties en het vermogen te schakelen tussen pijn en structuur.
Toch worden ervaringsdeskundigen tegenwoordig overal voor ingezet: in cliëntenraden, onderzoekscommissies, directietafels en adviesgroepen. Alsof het één beroepsgroep is die alle contexten aankan. De realiteit is dat ervaringsdeskundigheid verschillende lagen kent. De begeleider die herkenning biedt aan een cliënt heeft andere vaardigheden nodig dan degene die beleid doorgrondt of bestuur adviseert. De een werkt vanuit nabijheid, de ander vanuit afstand. Als je die rollen door elkaar haalt, overvraag je mensen en verzwak je het vak.

Het systeem maakt daar zelden onderscheid in. Opleidingen proberen dat gat te dichten, maar versterken soms juist het misverstand. Een diploma is geen universele licentie op kennis, kunde en wijsheid. Je kunt hoog opgeleid zijn in ervaringskennis en nog steeds geen idee hebben hoe macht, taal of bestuurlijke logica werken. En precies daar gaat het vaak mis.
De meeste gemeenten die invulling geven aan de verplichting uit de Jeugdwet om ervaringsdeskundigheid te organiseren, doen dat niet uit overtuiging maar uit morele plicht.
Ervaringsdeskundigheid is geen versiering
Ervaringsdeskundigheid wordt door gemeenten te vaak ingezet om beleid te versieren, niet om het te veranderen. “We moeten iemand met ervaring aan tafel”, klinkt het dan. Wat ze bedoelen is: iemand die meepraten mag zolang het gesprek niet echt verandert. Zodra de inbreng schuurt, wordt die afgevoerd als ‘persoonlijk perspectief’. Zo verdwijnt de essentie van ervaringskennis onder de glanzende laag van goede bedoelingen.
De ironie is dat de mensen over wie het beleid gaat, nog steeds niet gehoord worden. Niet omdat ze niet willen spreken, maar omdat het systeem alleen luistert in zijn eigen taal. Echte ervaringskennis klinkt anders:
- Ze spreekt over wantrouwen, over macht, over gemiste verbinding.
- Ze past niet in de tabellen van een beleidsplan en dat maakt haar oncomfortabel.
Ervaringsdeskundigen die zich bewegen op dat snijvlak, tussen mens en systeem, moeten meer kunnen dan hun eigen verhaal vertellen:
- Ze moeten begrijpen hoe organisaties werken.
- Hoe besluitvorming tot stand komt.
- Welke belangen er spelen.
- Hoe je invloed kunt uitoefent zonder jezelf te verliezen.
Dat vraagt om andere kwaliteiten dan empathie of herstel. Het vraagt strategisch inzicht, analytisch vermogen, taalbeheersing, politieke sensitiviteit en morele stevigheid.
Zonder dat besef blijft ervaringsdeskundigheid een projectie van goedbedoelde naïviteit. En dat is gevaarlijk. Want wie mensen inzet om menselijkheid te symboliseren, maar hen geen macht geeft om iets wezenlijks te veranderen, maakt zich schuldig aan moreel theater.
Het systeem wakker houden
Ervaringskennis is geen decorstuk. Het is een vorm van weten die systemen wakker houdt. Een taal die niet uit boeken komt, maar uit botsingen met de werkelijkheid. Als we haar werkelijk serieus nemen, moet ze niet worden toegevoegd aan beleid, maar ingebouwd in besluitvorming. Niet als stem van erkenning, maar als bron van tegenspraak.
Ervaringsdeskundigheid hoort niet op uitnodiging te spreken. Ze hoort vanzelfsprekend aanwezig te zijn waar richting wordt bepaald.
Zolang ervaringskennis alleen mag meedenken, maar niet mag meebeslissen, blijft ze het geweten van een systeem dat weigert te luisteren.
Marcel van Kleij
O P I N I E
Een opiniestuk is een artikel waarin voornamelijk de mening van de auteur over een bepaald onderwerp weergegeven wordt. Met een goed geschreven opiniestuk stuurt de auteur de lezer in een bepaalde denkrichting. De rubriek opinie biedt op uitnodiging van de redactie ruimte aan inwoners die een duidelijke visie, een afgewogen mening of diepgaand idee helder kunnen uitdragen.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.