Het begint al ’s morgens vroeg. Ik stoot een teen aan de poot van het bed. Al foeterend zoek ik hinkend mijn sloffen waarvan ik er één kan vinden. Tien minuten later valt het koffiefilter uit mijn handen en dan weet ik het zeker: het wordt zo een dag.
Er staan 2 afspraken op de agenda en te krap gepland, dus ik trap de auto extra op z’n staart. Het sluiten verloopt vlekkeloos. Twee keer raak, waarvan een Large Account na ongeveer tien minuten dus ik ben blij. Mijn blijheid is echter van korte duur want bij het lopen richting auto is het ineens alsof ik zeebenen heb. Alsof de grond scheef loopt. Ik hou het niet recht en voor mijn gevoel loop ik op een kapseizend schip.
Voordat ik verder ga met mijn verhaal moet ik u vertellen dat ik hypochondrisch ben.
Dat past ook goed bij mijn flair, mijn gevoel voor drama. Het is vast aangeboren want ik heb het al sinds ik mij kan heugen. Hoe zeer ik verstandelijk ook mijn best doe hen te bevechten, ik leg het altijd af tegen die twee. Ook nu weer.
Er moet iets vreselijk fout zitten in mijn hoofd, dat kan niet anders zo meen ik en een doemscenario ontvouwt zich in een paar seconden tijd. In de auto check ik snel alle denkbare zintuigen, nadat ik het dak heb opengedaan voor een snuif zuurstof. Ik knipper met mijn ogen, dek het rechteroog af en daarna het linker.
Ik draai met mijn hoofd. Check: ogen zijn goed. Ruiken gaat prima en ook de vingertoppen hebben gevoel. Ik schop mijn schoenen uit en wiebel met mijn tenen. Check: ook goed. Ik maak een paar grimassen met mijn gezicht en steek mijn tong zover mogelijk uit. Een passant trekt bij het zien hiervan een verwonderd gezicht, dus doe ik het nog een keer. Achter zijn rug.
Alhoewel ik geen afwijkende dingen kan ontdekken, bel ik toch het inloopspreekuur. Ik mag gelijk komen, maar moet even wachten. Eenmaal in de wachtkamer tel ik een stuk of tien keer de lege stoelen en wachtende patiënten en schep tussendoor orde in de standaard voor de folders door ze weer netjes recht te zetten. De bel gaat en ik race naar binnen. Hij is al 36 jaar mijn huisarts en we hebben elkaar misschien 8 keer gezien. Ik hoop dat we samen oud worden want ik kan met hem lezen en schrijven.
Terwijl ik hem de hand schud, steek ik gelijk van wal. Hij luistert aandachtig en maakt na vijf zinnen met zijn handen de T van time-out. Hij constateert hyperventilatie en ik begin te lachen. Uit blijheid en omdat deze diagnose het laatste was waaraan ik dacht. Hij stelt me voor om op yoga te gaan. Ook ademhalingsoefeningen zijn goed en hij krabbelt tussendoor enkele suggesties op een velletje papier. Bij vertrek vraagt hij mij wat ik ga doen en ik antwoord dat ik een Mars in 3 brokken naar binnen ga werken.
Als ik daarna naar de auto loop, zijn de zeebenen verdwenen en neem ik mij, nu de rust in mijn hoofd is teruggekeerd, het volgende voor:
Mijn Mars leg ik bij thuiskomst een paar uur in de koelkast. Vervolgens snijd ik hem –net voordat de film begint – in flinterdunne reepjes. Op die manier kan ik er én de hele avond van genieten én tussendoor gelijk oefenen met het geadviseerde rustig ademhalen.
Ontdek meer van MAASSLUIS.NU
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
10 Reacties
Weer leuk, bedankt Paulette.
”HYPER VENT (D)IE LAAT ‘IE FIETSEN!”
”T-IME-OU-T!”
Hypochonder,De Wereld Gaat Aan Vlijt Ten Onder!
Schrikken Paulette maar alweer super verwoord …zoiets is herkenbaar voor mij en dat is niet leuk om het maar zacht te zeggen
Elke keer weer genieten van deze heerlijke columns!
Heerlijk weer geschreven.
Ik denk Paulette,dat met het ouder worden bij ons allemaal een hypochonder schuilt. Mooi geschreven!
Zeer herkenbaar verhaal Paultje
”Maak Een Mars Met Een Mars!”
👍